 |
Op 9 december 1987 vindt er in Gaza-stad een relletje plaats. Palestijnen gooien stenen en molotov-cocktails naar Israëlische soldaten. Vanuit Tunis doet PLO-leider Arafat het incident af als 'intifadah' (het Arabische woord voor opschudding, opstootje) die weinig met zijn strijd voor een vrij Palestina van doen heeft.
Arafat vergist zich, want al snel slaat de opstand over naar de Westelijke Jordaanoever en wordt duidelijk dat het opstootje in Gaza-stad geen incident is.
De boodschap van de opstandelingen is duidelijk. Ze willen af van de bezetting en de kruipende annexatie van Palestijns gebied. Dit is alleen haalbaar als de PLO de staat Israël erkent en afziet van de 'bevrijding van heel Palestina' en genoegen neemt met een staat op een deel van het Palestijnse grondgebied.
Israël treedt ondertussen hard op tegen de Palestijnen, maar weet de opstand niet te smoren. Het land komt in een slecht daglicht te staan wegens het buitensporige geweld dat wordt gebruikt. Berucht zijn de tv-beelden van de benenbreekcampagne van de Israëlische soldaten.
In november 1988 aanvaardt de PLO de VN-resoluties 181, 242 en 338. Hiermee erkent Arafat de staat Israël, iets wat hij lang niet wilde doen. Een maand later zweert de Palestijnse leider op een speciale VN-zitting in Genève het terrorisme af. Dit is reden voor de Amerikaanse regering om Arafat te accepteren als gesprekspartner.
Ondanks het intifadah-geweld, waarbij in zes jaar tijd aan Israëlische en Palestijnse zijde meer dan duizend doden vallen, komt er een dialoog op gang tussen Israël en de Palestijnen, die tijdelijk wordt onderbroken door de Golfoorlog.
|
|
 |
 |