Uw browser ondersteunt geen JavaScript. Hierdoor kunnen wij helaas geen optimale werking van de site garanderen.
   
 
 
 NOS Nieuws - Achtergronden  
midden oosten
Ariel Sharon, keihard vechter voor veiligheid 20-01-'04
De naam Ariel Sharon zal wel altijd verbonden blijven met de bloedbaden die christelijke milities in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon in 1982 aanrichten. Hierbij komen bijna achthonderd mensen om. Zijn tegenstanders, die Sharon in ruime mate heeft, stellen hem verantwoordelijk voor het bloedbad. 

Zelf erkent hij de verantwoordelijkheid uiteraard niet, maar hij wordt toch gedwongen om af te treden als minister van Defensie. Een regeringscommissie, die onderzoek doet naar de slachting, stelt Sharon indirect verantwoordelijk en oordeelt dat hij meer had kunnen doen om de bloedbaden te voorkomen. Daarnaast verwijt de commissie Sharon dat hij de IsraŽlische militaire invasie in Libanon niet had mogen uitvoeren zonder voorafgaand overleg met de toenmalige premier Begin. 

De slachting in de Palestijnse kampen is maar ťťn van de vele bloedige smetten op het blazoen van Sharon. Een van zijn bijnamen luidt dan ook 'de slachter'. Geboren in 1928 als kind van Russische immigranten in het Britse mandaatgebied Palestina wordt Sharon op 14-jarige leeftijd lid van de Haganah, de joodse ondergrondse die strijdt voor een eigen staat. 

'We vochten niet hard genoeg'
Als leider van een legercommando raakt Sharon tijdens de IsraŽlische onafhankelijkheidsoorlog van 1948 ernstig gewond. De basis voor zijn vastberaden militaire strategie wordt in deze oorlog gelegd: "We vochten, maar niet hard genoeg om te winnen. We waren meer gemotiveerd door het verlangen naar huis te gaan dan overtuigd van de absolute noodzaak om te winnen". 

In de jaren die volgen, is Sharon leider van een legereenheid die vooral vergeldingacties voor Arabische aanvallen op IsraŽl uitvoert. Bij ťťn zo'n actie komen 69 burgers om. Sharon speelt ook een actieve rol in de verschillende oorlogen. Zijn commando behaalt spectaculaire successen in de Suez-crisis en tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. 

In deze laatste oorlog, waarin IsraŽl de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Golanhoogte verovert, treedt Sharon meedogenloos op tegen de Palestijnen. Het is de eerste keer dat de Palestijnen kennis maken met de man die zal uitgroeien tot hun gezworen vijand. 

Tijdens de Jom Kippoer-oorlog van 1973 legt Sharon zelfs de basis voor de IsraŽlische victorie. Hij breekt op eigen initiatief de wapenstilstand en steekt met zijn troepen het Suez-kanaal over. Hierdoor wordt het Egyptische leger ingesloten, waarna capitulatie volgt. 

Volgens zijn tegenstanders komen bij deze actie echter onnodig veel IsraŽlische soldaten om. Ook de legerleiding is niet erg te spreken over Sharons eigenzinnige optreden. Desondanks komt hij dat jaar als oorlogsheld in de Knesset, het IsraŽlische parlement. Al snel is hij veiligheidsadviseur van premier Rabin. 

Nederzettingen speerpunten
Vier jaar later laat Sharon als minister van Landbouw in het kabinet-Begin vele nederzettingen bouwen in de bezette gebieden. Die zijn de speerpunten van Sharons plannen voor een definitieve IsraŽlische aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever. 

De nederzettingen groeien in de loop der jaren uit tot een van de grote strijdpunten in het conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen. 

Sharons terugtreden als minister van Defensie in 1983 lijkt het einde in te luiden van zijn politieke carriŤre. Maar Sharon blijft een populaire figuur voor rechtse IsraŽliŽrs. Al snel is hij terug, eerst als minister van Handel en Industrie, vanaf 1990 als bewindsman voor Volkshuisvesting. In deze rol zet hij het nederzettingenbeleid intensief voort. In het kader hiervan laat Sharon ook huizen van Palestijnen met bulldozers afbreken. Hieraan dankt hij zijn bijnaam 'de bulldozer'. 

Oslo-akkoorden gruwel
Yitzhak Rabin en Shimon Peres zetten bij hun aantreden als premier en minister van buitenlandse zaken in het begin van de jaren negentig dit beleid op een laag pitje en begint tot verbijstering van Sharon vredesonderhandelingen met de Palestijnen. De Oslo-akkoorden van 1993 die daaruit voortvloeien zijn Sharon een ware gruwel. 

Hij verzet zich er hevig tegen en krijgt uiteindelijk het politieke tij mee doordat de uitvoering van de akkoorden wordt getraineerd door zowel de Palestijnen als de IsraŽliŽrs. Met het aantreden van Benjamin Netanyahu als premier in 1996 wordt Sharon tot woede van de Palestijnen minister van Buitenlandse Zaken. Zij moeten plotseling over vrede gaan praten met de man die hen in hun ogen het liefst allemaal wil afslachten. Van enige voortgang in de vredesbesprekingen is halverwege de jaren negentig dan ook geen sprake.

Felle kritiek uit Sharon ook op het beleid van Ehud Barak, die vanaf 1999 de vredeskoers van de in 1995 vermoorde Rabin voortzet. Sharon, in 1999 zelf tot leider van de Likud-partij gekozen, bezoekt op 28 september 2000 onder zware politiebegeleiding de Tempelberg om het IsraŽlische publiek te waarschuwen voor het ophanden zijnde akkoord tussen Barak en Yasser Arafat. 

Hij rechtvaardigt het bezoek aan de Tempelberg, waar de voor moslims heilige Koepel van de Rots staat met de opmerking dat hij komt met een 'boodschap van vrede'. Maar de Palestijnen, die al geweld hebben aangekondigd als er geen akkoord komt, zien in het bezoek slechts ťťn ding: een provocatie. De tweede Intifadah is een feit. 

'Arafat irrelevant'
Na zijn verkiezing als premier in 2001 piekert Sharon er niet over vredesbesprekingen met Arafat te houden. Hij noemt Arafat "irrelevant". Hij denkt er zelfs over om hem uit te wijzen en alleen grote druk van de Amerikanen weerhoudt hem daarvan.

Intussen treedt Sharon hard op tegen het geweld. Hij laat, voor het eerst, F16's bombardementen uitvoeren op Palestijnse steden. Ook stuurt hij het leger met tanks en pantservoertuigen de Palestijnse steden in. Daarbij komt het in Jenin tot een harde confrontatie. Een VN-onderzoek, waarvoor IsraŽl aanvankelijk geen toestemming gaf, concludeert dat bij de gevechten 52 Palestijnen, onder wie 26 burgers, omkomen. Het rapport zegt evenwel niet dat IsraŽl bewust een slachting heeft aangericht, iets waar de Palestijnen op hadden gehoopt. 

De internationale gemeenschap reageert geschokt op het escalerende geweld in het Midden-Oosten, zeker als voor het oog van de camera een Palestijns jongetje in de armen van zijn vader sterft tijdens een Palestijns-IsraŽlisch vuurgevecht. Maar Sharon is niet onder de indruk. 

Opnieuw premier 
Hij verwijst elke kritiek op het optreden van het leger door naar Arafat, die in de ogen van Sharon het 'terrorisme' ondersteunt. Door zijn consequent harde optreden tegen het aanhoudende zelfmoordaanslagen van de Palestijnen zien de IsraŽliŽrs bij de verkiezingen van begin 2003 in Sharon de enige die het land kan leiden. 

Die wint met zijn Likud-partij dan ook met overmacht. Na zijn stembuszege begint Sharon, mede onder druk van een dreigende oorlog in Irak, voorzichtige gesprekken met gematigde Palestijnen. 

Verschuiving
Die toenadering lijdt er later toe dat Sharon enkele maanden later instemt met de creatie van een Palestijnse staat. Dat doet hij mede onder druk van de Amerikaanse president Bush. Die bemoeit zich na de oorlog in Irak intensief met het conflict in het Midden-Oosten. 

Sharon, de man die altijd pal stond voor IsraŽls veiligheid, lijkt zelfs iets van zijn plaats te komen. Zo spreekt hij bij de aanvaarding van de routekaart, het in april 2003 gepresenteerde vredesplan, voor het eerst over de IsraŽlische 'bezetting' van de Palestijnen. Dat was in het politieke jargon van rechtse IsraŽliŽrs altijd taboe geweest. 

Naaste medewerkers melden in die tijd ook dat Sharon zelfs heeft besloten dat hij de geschiedenis in wil als vredesstichter. 



 
ga naar www.nos.nl
NOS Nieuws - Achtergronden
NOS Nieuws - Achtergronden