Erg veel is er tot nu toe niet bekend over Muqtada al-Sadr. Zelfs zijn leeftijd is niet zeker. Vermoedelijk is de sjiitische leider pas dertig jaar, maar volgens zijn aanhangers is hij wijzer dan zijn leeftijd doet vermoeden.
Zijn tegenstanders zien hem eerder als een ongeduldige radicaal die niets liever wil dan de macht over alle sjiitische organisaties.
Sadr City
Al-Sadr is een eind op weg dat doel te bereiken, al heeft hij concurrentie van invloedrijke sjiitische geestelijken als Abdelasis el-Hakim, leider van de grote organisatie SCIRI en de gematigde ayatollah Ali el-Sistani.
Zijn ster onder de sjiitische deel van Irak is al zo ver gestegen dat de sjiitische wijk in Bagdad, het vroegere Saddam City, nu zijn naam draagt: Sadr City.
Tot de val van Bagdad in april vorig jaar was hij buiten Irak echter een volslagen onbekende. Pas na het verdwijnen van het Baath-regime bleek hij een invloedrijke figuur te zijn met een groot netwerk van charitatieve sjiitische organisaties. Dat had hij te danken aan zijn vader, die in 1999 door agenten van Saddam was vermoord.
Eigen krant
Meteen na de val van Bagdad waren het de aanhangers van al-Sadr die voedsel uitdeelden in de arme buitenwijken van Bagdad, waar veel sjiieten wonen. Enkele maanden later richtte al-Sadr zijn eigen militie op, het Mahdi-leger. Hij heeft ook een eigen krant: al-Hawza.
Eind maart verbood het Amerikaanse gezag het dagblad voor een periode van twee maanden, omdat de krant zou aanzetten tot geweld tegen Amerikanen.
Het blad heeft weinig op met de Amerikanen, evenals al-Sadr zelf. Hij weigert met de coalitie samen te werken en kondigde vorig jaar zelfs aan dat hij een rivaliserende regering zou vormen - als antwoord op de door de Amerikanen in het leven geroepen regeringsraad.
Vogelvrij
De situatie dreigde begin april verder te escaleren na de aanhouding van een naaste medewerker van al-Sadr door de internationale troepenmacht. Meteen laaiden de gevechten op in Bagdad en Najaf en ook elders in het land braken onlusten uit onder sjiieten. De spanning liep verder op nadat een Iraakse rechter een arrestatiebevel tegen al-Sadr had uitgevaardigd in verband met de dood van een sjiitische geestelijke in april 2003.
Het arrestatiebevel lag al maanden klaar, maar werd niet uitgevaardigd omdat al-Sadr in een moskee verbleef en om de spanningen tussen de coalitietroepen en de sjiieten niet verder op te voeren.
Of de onlusten kunnen ontaarden in de door pessimisten gevreesde sjiitische opstand, hangt voor een deel af van de opstelling van de andere sjiitische leiders. Tot nog toe is de invloed van al-Sadr begrensd en richten zijn aanhangers zich alleen tegen de coalitietroepen, maar dat kan veranderen.
De coalitietroepen hebben duidelijk gemaakt dat de jonge leider met vuur speelt. De Amerikanen tolereren een opstand onder leiding van al-Sadr niet, zei de Amerikaanse gezagvoerder Paul Bremer voor de machtsoverdracht aan de Iraakse regering. Hij verklaarde hem vogelvrij.
Staakt-het-vuren
In juni kwam het echter toch tot een staakt-het-vuren met de coalitietroepen. Het bestand hield twee maanden stand, maar begin augustus laaiden de gevechten weer op in Najaf en Bagdad. Woordvoerders van al-Sadr zeiden dat de Amerikanen het bestand als eerste hadden geschonden en spraken van een nieuwe revolutie tegen de buitenlandse troepenmacht.
In een paar dagen tijd vielen honderden doden, vooral aan de kant van de milities van al-Sadr. De gouverneur van de provincie Najaf waarschuwde dat er deze keer van een bestand geen sprake kan zijn.