|
Door NOS-correspondent Thomas Loudon
Als er al sprake van verkiezingskoorts is in Irak, dan neemt die de vorm aan van angst voor geweld. De leider van al-Qaeda in Irak, Abu Musab al-Zarqawi, heeft het principe van democratie de oorlog verklaard en iedereen die gaat stemmen tot "ongelovige" uitgeroepen.
De soennitische fundamentalist van Jordaanse afkomst ziet in democratie een springplank voor onislamitisch handelen, want wetten kunnen volgens hem niet van mensen afkomen die bij meerderheid verkozen zijn. Alleen van God afkomstige wetten gelden volgens hem.
In de laatste week voor de verkiezingen en op de verkiezingsdag zelf zullen zijn volgelingen alles in het werk stellen om de gang naar de stembus voor zoveel mogelijk mensen onmogelijk te maken. Campagne voeren op straat, dat durft bijna geen enkele kandidaat meer.
Soennieten
De groep van al-Zarqawi bestaat niet alleen uit fundamentalisten. Ook aanhangers van het oude regime van Saddam Hussein hebben zich bij hem aangesloten. Decennia lang maakten soennieten in Irak de dienst uit, tegen de bevolkingsverhoudingen in. Nu, met deze verkiezingen, raken ze die macht vrijwel zeker kwijt.
Ongeveer 60 procent van de Irakezen is sjiiet en maar 20 procent is Soenniet. Nog eens 20 procent is Koerdisch en dan zijn er nog Turkmenen, Armeniërs en Assyriërs. De verwachting is dat de mensen zullen stemmen op partijen die hun eigen etnische of religieuze afkomst vertegenwoordigen. Dan kunnen de sjiieten een ruime meerderheid verwachten.
Er staat dus veel op het spel voor de soennitische extremisten. Vandaar de langdurige en extreem gewelddadige terreurcampagne. Het gevolg van die aanslagen is dat enkele regio’s van Irak zó onveilig zijn, dat interim-premier Allawi heeft erkend dat er in sommige delen van het land niet gestemd kan worden.
De vraag is hoe groot die delen zullen zijn en hoe het op de verkiezingsdag is gesteld met de veiligheid grote steden als Bagdad en Mosul, waar de opstandelingen zich sterk voelen.
Teruggetrokken
De belangrijkste soennitische partijen hebben zich teruggetrokken uit de verkiezingen omdat zij vinden dat die met de huidige veiligheidssituatie niet eerlijk kunnen verlopen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de soennieten daarom als alle stemmen geteld zijn niet naar verhouding vertegenwoordigd zijn in de Nationale Assemblee.
Er zullen vragen rijzen over de waarde en de geldigheid van de verkiezingen als niet alle Irakezen de kans hebben gehad om hun stem uit te brengen. In het verlengde daarvan, zullen er mogelijk vragen worden gesteld bij de geldigheid van de nieuwe grondwet die de Nationale Assemblee moet gaan opstellen.
Interim-premier Allawi heeft gezegd dat de verkiezingen op 30 januari het begin zullen zijn van het einde van het geweld. Maar het zou ook wel eens het begin kunnen zijn van nog meer geweld. Nu al zijn sjiieten een gewild doelwit van de mensen rondom al-Zarqawi.
In toom
Tot nu toe weten de sjiitische leiders hun volgelingen nog in toom te houden, waardoor wraakacties uitblijven. Het zicht op een nieuwe machtspositie is daarvoor de drijfveer.
Maar als de verkiezingen eenmaal gewonnen zijn en de macht is veroverd, zouden sommige sjiitische groeperingen, bijvoorbeeld die van de militante geestelijke Muqtada al-Sadr, wel eens terug kunnen gaan slaan, met een grootschalige burgeroorlog tot gevolg.