|
Jaloers zijn ze in Spanje op de Amerikaanse commissie die de aanslagen van 11/9 onderzocht. Hun eigen parlementaire onderzoek naar de terreurdaden van 11 maart bleef steken in politiek gekonkel. Politieonderzoek leverde meer op: veel vermoedelijke daders zijn gepakt of hebben zichzelf opgeblazen.
De eerste uren nadat vier treinen in de Madrileense ochtendspits zijn opgeblazen heerst er verwarring. Na een kabinetsvergadering verklaart minister Acebes van Binnenlandse Zaken onomwonden dat het "vrijwel zeker" om een ETA-aanslag gaat. Dat komt het kabinet enkele dagen voor de verkiezingen een stuk beter uit dan een aanslag van al-Qaeda tegen de Spaanse deelname aan de coalitie in Irak.
Zelfs nadat de ETA ontkent iets met de daad te maken te hebben en de politie in een gestolen witte Renault Kangoo bij het station van Alcala de Henares koranteksten en ontstekers ontdekt, zegt Acebes de betrokkenheid van de Baskische separatisten niet uit te sluiten.
Maar later op de dag claimt de aan al-Qaeda gelinkte organisatie Ubu Hafs al-Masri Brigades de aanslag in een Arabische krant. Op 14 maart duikt een videoband op waarop enkele Arabische mannen de aanslag claimen, wraak voor de "samenwerkig met de misdadiger Bush en zijn bondgenoten".
Aanvankelijk wordt die video, gevonden in een vuilnisbak naast een moskee, niet serieus genomen. Maar enkele weken later blijken de beelden inderdaad één van de daders te tonen.
Abu Dahdah
Op dat moment zijn al zeventien verdachten aangehouden, voornamelijk van Marokkaanse afkomst. Er wordt intensief samengewerkt met Marokko, omdat gedacht wordt aan een verband tussen de al-Qaeda-aanslagen in Casablanca en Madrid.
Het spoor van een simkaart in een van de telefoons die voor het ontstekingsmechanisme van de bommen zijn gebruikt – enkele rugzakken met explosieven zijn niet ontploft - leidt naar een winkel in mobiele telefoons. Onder de eerste arrestaties op 13 maart is Jamal Zougam, eigenaar van de winkel. Hij zou banden hebben met een al-Qaeda-leider in Spanje, Eddin Barakat Yarkas, ook bekend als Abu Dahdah.
Yarkas, een Syrische vluchteling en lid van de radicale Syrische moslimbroederschap, was in 1986 naar Spanje gekomen. In 1995 was hij de vorming van een al-Qaeda-cel in Spanje begonnen. Samen met een Marokkaan, Amer al-Azizi, was hij ook betrokken bij de Hamburgse cel van Mohammed Atta, die de aanslagen van 11 september 2001 voorbereidde. Na de aanslagen van 11/9 was Yarkas gearresteerd, maar al-Azizi had de dans weten te ontspringen. Zougam werd niet belangrijk genoeg geacht voor vervolging.
Nieuwe cel
Samen met de Egyptenaar Rabei Osman el-Sayed Ahmed die uit Duitsland naar Spanje was gekomen, vormt al-Azizi een nieuwe cel. Daarin spelen ook Zougam en Sarhane ben Abdelmajid Fakhet een belangrijke rol. De groep begint een nieuwe aanslag voor te bereiden. Ze kopen gestolen Goma-2 explosieven, afkomstig in Noord-Spanje, via een Asturische ex-mijnwerker, José Emilio Suarez Trashorras. Via Zougam worden de mobiele telefoons geleverd waarmee de rugzakken vol explosieven kunnen laten ontploffen. Op 11 maart voeren ze de terreurdaad uit, een van de grootste in Europa ooit.
In de weken na de arrestatie van Zougam sluit het net zich om de andere verdachten. Op 3 april, één dag nadat op de hogesnelheidslijn tussen Madrid en Sevilla nieuwe explosieven worden gevonden met hetzelfde ontstekingmechanisme dat op 11 maart was gebruikt, valt de Guadia Civil een appartement binnen in Leganes, een buitenwijk van Madrid. Zeven verdachten blazen zichzelf op voor de politie iemand kan arresteren.
Onder de doden is Fakhet. De Egyptenaar Ahmed wordt opgepakt in Italië en in december uitgeleverd aan Spanje. Sinds 14 maart 2004 zijn in totaal 70 personen gearresteerd in verband met de aanslagen. De helft van hen zit nog vast. Een 16-jarige jongen is in november al voor de rechter verschenen en veroordeeld tot zes jaar voor het vervoeren van explosieven naar Madrid.
Station New York
De motieven van de daders zijn sinds de aanslagen onderwerp van discussie. Algemeen wordt aangenomen dat de groep alleen op Spanje was gericht en de terugtrekking van Spaanse troepen uit Irak wilde bewerkstelligen. Maar in de computer van een van de verdachten zijn ook tekeningen van het hoofdstation van New York aangetroffen.
Om erachter te komen hoe het mogelijk was dat de terreurgroep zijn plannen had kunnen uitvoeren was het Spaanse parlement in juli een eigen enquête begonnen, die in de vij maanden die volgen vooral uitloopt op een politieke ruzie tussen de PSOE van premier Zapatero en de voormalige bewindslieden van de Partido Popular. Zapatero beschuldigt zijn voorgangers ervan alle documenten die met de aanslagen te maken hebben voor de machtswisseling opzettelijk te hebben vernietigd. De beschuldiging van de ETA in eerste instantie was “een grote leugen”. Voormalig minister Acebes en ex-premier Aznar ontkennen alle aantijgingen.
Het onderzoek werd in december afgesloten, met als resultaat vooral frustraties en verbittering bij de nabestaanden van de slachtoffers. Op 15 december haalt Pilar Manjon namens hen hard uit naar de politici. "Wij eisen de waarheid. Zoals we maanden geleden al vroegen: duidelijkheid. Wat ons betreft, het enige dat wij kunnen bijdragen is onze pijn."