|
Door Camiel Eurlings, lid van het Europese Parlement (CDA) en rapporteur over de toetreding van Turkije.
Ik vind dat Turkije alleen lid kan worden van de EU als het een echt Europees land is geworden. Tijdens mijn fact-finding missie in Turkije ben ik tot de overtuiging gekomen dat ook het overgrote deel van de Turkse bevolking voor een Europese toekomst kiest, net als overigens Turkse mensenrechtenorganisaties en vertegenwoordigers van de christelijke kerken.
Zij zien de onderhandelingen en een uiteindelijke toetreding tot de EU als waarborg voor een verdere posititieve ontwikkeling van de mensenrechtensituatie en de vrijheid van godsdienst en culturele vrijheden, want, zo zeggen deze vertegenwoordigers, er is weliswaar veel verbeterd, maar er ook nog veel mis.
Voor mij is het uitgangspunt bij de discussie over het al of niet openen van de toetredingsonderhandelingen dat Turkije volwaardig kandidaat-lid van de EU is. Daarmee onderscheidt Turkije zich van landen zoals Marokko of Tunesië, die in het verleden wel eens de gedachte hebben geopperd lid te willen worden van de EU. Deze landen liggen in Afrika en hebben geen toekomst binnen de EU.
Toekomst
Turkije heeft die toekomst wel. Maar dan moet het land wel een echt Europees land worden. Waar de politiek de baas is over het leger en niet andersom. Met dezelfde kwaliteit van mensenrechten, scheiding van kerk en staat, en met culturele vrijheden zoals die in bij voorbeeld België, Nederland, Zweden of Spanje bestaan.
Het land dient zichzelf zodanig te hervormen, dat er een samenleving ontstaat, die naadloos aansluit bij de waardengemeenschap Europa. Het land heeft in dit opzichte al een enorme prestatie geleverd. Alle lof voor de talrijke wetten die al zijn aangepast. Ook Turkse mensenrechtenorganisaties erkennen deze onmiskenbare vooruitgang. Het gaat er nu om die nieuwe wetten ook om te zetten in nieuwe praktijken. En dat gaat lastiger. Human Rights Watch rapporteerde in het afgelopen half jaar nog 600 gevallen van martelingen in politiecellen.
Zero tolerance
Weliswaar wordt er niet meer "systematisch" gemarteld en is het bij wet verboden, maar dat is voor die 600 individuele mensen een schrale troost. Opmerkelijk is ook dat in weerwil van het officiele zero tolerance-beleid er in de door mij bezochte regio’s - ondanks rapporten van martelingen - nog steeds niemand ter verantwoording is geroepen. Geen enkele politieagent is bijvoorbeeld gestraft, overgeplaatst of hangende een onderzoek op non-actief gezet.
Voor wat betreft de scheiding tussen kerk en staat, is ook iets opmerkelijks aan de hand. Turkije is een seculiere staat. De kerk heeft geen invloed op de staat, maar de staat heeft wel grote invloed op kerk! De Islamitische meerderheid (soennieten) wordt door de overheid gesubsidieerd. De imams staan op de loonlijst van de overheid en een overheidsdienst verzorgt standaardteksten voor preken.
De alevieten (een islamistische minderheid van 30 procent) krijgen geen ondersteuning, om maar niet te spreken van de Joodse en christelijke minderheden. Deze laatste twee groepen mogen zelfs geen priesters opleiden. Buitenlandse kerkgenootschappen (bijvoorbeeld protestante kerken) mogen in de praktijk enkel functioneren voor buitenlanders die al in Turkije wonen. Zendingsactiviteiten zijn in de praktijk onmogelijk. Dit soort beleid hoort niet thuis in een EU-lidstaat.
Waterkwaliteit
Mocht op 17 december aanstaande de Europese Raad ondanks deze achterstanden toch besluiten de toetredingsonderhandelingen te starten, dan ben ik van mening dat allereerst zeker moet worden gesteld dat Turkije voldoet aan de Europese normen voor democratie, rechtstaat en mensenrechten voordat over andere - meest economische - zaken wordt gesproken. Je mag niet de onderhandelingen richten op bijvoorbeeld de waterkwaliteit in Anatolië of de invoering van APK-keuringen als er nog martelingen plaatsvinden in politiecellen.
Dit is niet alleen in het belang van de Turkse bevolking zelf, maar ook van belang voor het creëren van draagvlak onder de bevolking van de huidige EU-lidstaten voor toetreding. Het is essentieel dat de Europese burgers achter het besluit tot toetreding van Turkije staan. Dit kan alleen als Turkije zelf laat zien een land te zijn naar Europese waarden en normen.