Door Bernard Bouwman, correspondent in Turkije
Het is de vraag in Turkije die ik het meeste vrees: "Hoe lang duurt het nog voordat Turkije lid wordt van de Europese Unie?" Menig gesprek verliep gezellig en ontspannen, totdat opeens de 'hoe lang nog'- vraag op tafel kwam. Mijn eerlijke antwoord ('Ga maar uit van zo'n jaar of vijftien') heeft menig Turk in woede doen ontsteken.
"Jullie moeten ons toch niet", was direct de reactie van Turken die het liefst zouden willen dat hun land morgen al aan de grote tafel in Brussel plaatsneemt. "Wij hebben een te grote bevolking en we zijn moslim. Waarom zegt Europa dat gewoon niet en spelen jullie spelletjes met ons?"
Zoals vaker in het leven, zijn ook zulke pijnlijke situaties uiterst instructief. Ze leren mij ten eerste dat veel Turken absoluut geen flauw benul hebben van de duizenden pagina’s wetten en verordeningen uit Brussel die Ankara in de Turkse wetgeving moet verwerken voordat lidmaatschap überhaupt mogelijk is. Maar veeleer nog bewijzen zulke boze en gekwetste reacties dat Turkije een haat-liefde verhouding met Europa heeft. Turkije wil er graag bij, maar wantrouwt datzelfde Europa gelijk hartgrondig.
Toverstokje
Het is die haat-liefde verhouding die maakt dat de Europese leiders met vuur spelen in december, als ze gaan besluiten of de onderhandelingen met Turkije geopend kunnen worden. De afgelopen jaren was het verlangen naar lidmaatschap van de Unie immers het grote toverstokje dat het hele Turkse bestel omtoverde.
Afschaffing van de doodstraf, strenge wetgeving tegen martelen, meer rechten voor Koerden, harde maatregelen tegen eerwraak – het toverstokje wist meer te bereiken dan generaties Turkse politici sinds de Tweede Wereldoorlog.
Natuurlijk is het Turkse bestel nog niet perfect. Gemarteld wordt er nog steeds, de positie van bijvoorbeeld Koerden en vrouwen is nog niet goed genoeg en ook religieuze minderheden (zoals evangelische christenen) beklagen zich nog steeds dat ze te weinig rechten hebben. Maar vergeleken bij twintig jaar geleden is Turkije een paradijs geworden en een overgrote meerderheid van de Turken denkt dat de overgebleven problemen binnen een jaar of vijf, tien (dus in ieder geval voor lidmaatschap weggewerkt) zou worden.
Een schoffering van Turkije zou al die verworvenheden op het spel zetten. Natuurlijk zag Atatürk, de vader van de Turkse Republiek, zichzelf als ‘Europeaan’ en had hij grote bewondering voor de Franse Revolutie. Maar diezelfde Atatürk vocht voor de onafhankelijkheid van Turkije in het tijdperk na de Eerste Wereldoorlog. De Geallieerden wilden toen, zo weet elke Turk, Turkije verdelen, Groot-Brittannie had toen een bezettingsmacht in Istanbul en Griekse legers hielden huis in Izmir.
Ottomaanse rijk
Voeg daarbij de algemeen verbreide opvatting in Turkije dat in de negentiende eeuw machinaties van de Europese grootmachten tot de val van het Ottomaanse Rijk leidden en het is duidelijk dat veel Turken hun wantrouwen van Europa niet zonder grond achten.
Als 'Europa' Turkije in december schoffeert, zal dat ongetwijfeld tot een uitbarsting van anti-Europees gevoel en Turks nationalisme leiden. Hoe ver dat nationalisme bij sommigen gaat, bleek na de grote aardbeving van 1999. De toenmalige minister van Volksgezondheid Durmus had toen bedenkingen bij het aanbod van een aantal landen om bloed te leveren omdat Turks bloed volgens hem anders was.
De hervormingen van de afgelopen jaren gingen niet zonder slag of stoot. Zo kraakte en piepte het leger voordat het een stap terug deed uit de politiek. Ook velen in de politie vinden al die regels en wetten tegen martelen maar niets en extreme nationalisten haten de culturele rechten die Koerden hebben gekregen.
Alleen het toverstokje van 'Europa' kon al dat verzet neutraliseren. Het is de vraag of dat stokje ook nog werkt in een Turkije, dat xenofoob is geworden, naar binnen kijkt en de buitenwereld wantrouwt.