|
Door Conny Keessen, correspondent in Griekenland
Tot ruim vijf jaar geleden waren de relaties tussen Griekenland en Turkije en de Grieken en de Turken op zijn minst moeilijk en complex. In Athene viel regelmatig de term 'aartsvijand'. De regeringsleiders spraken niet direct met elkaar, de Griekse bevolking had weinig contact met de Turkse bevolking. In Griekse geschiedenisboeken op scholen werden de Turken als barbaren beschreven. De economische betrekkingen tussen beide landen waren minimaal.
Sindsdien is er veel veranderd en verbeterd in de politieke betrekkingen en in de relaties tussen de Griekse en Turkse burgers. Krediet daarvoor krijgen zonder enige twijfel de vorige socialistische premier Kostas Simitis en zijn minister van buitenlandse zaken Jorgos Papandreou, die – stap voor stap – vertrouwen hebben opgebouwd met de Turkse collega’s.
Barbaren
Er is nu een constante politieke dialoog tussen beide landen; het is geen groot nieuws meer hier in Griekenland als een Griekse en Turkse minister of premier elkaar ontmoeten. De economische betrekkingen zijn opgebloeid, zakenmensen van beide kanten van de Egeďsche Zee doen business met elkaar.
Hetzelfde geldt op het gebied van cultuur en toerisme; Grieken en Turken bezoeken elkaars landen, luisteren naar elkaars muziek, maken films over en met elkaar. De Griekse media schrijven niet meer alleen negatief over Turkije. En de huidige conservatieve Griekse regering steunt openlijk, net als de vorige socialistische regering, een toekomstig Turks lidmaatschap van de Europese Unie.
Maar natuurlijk is nog niet alles perfect en zijn er nog genoeg – vooral - politieke problemen op te lossen. Helaas worden in de Griekse schoolboeken de Turken nog steeds barbaren genoemd, omdat een gezamenlijke Turks-Griekse commissie die zich over onderwijszaken heeft gebogen geen vooruitgang boekt.
Spanningen
En in de aanloop naar 17 december, de dag waarop Turkije een datum zal krijgen voor een begin van onderhandelingen over het EU-lidmaatschap, zullen de spanningen ongetwijfeld oplopen.
Dat is te merken aan de politieke manoeuvres die nu al aan beide kanten plaatsvinden. De Grieken protesteren de laatste weken over de toenemende schendingen van hun luchtruim (waar ze overigens tien mijl aanhouden, in plaats van de internationaal geaccepteerde zes mijl) door Turkse militaire vliegtuigen. De Turken zeggen dat er geen sprake is van schendingen; zij erkennen de 10-mijl zone niet. En zo zijn er ook 'schermutselingen' in en over de territoriale wateren tussen Griekenland en Turkije.
En daar zijn we precies aangekomen bij de belangrijkste twistpunten tussen de twee buurlanden; de Egeďsche Zee en Cyprus, kwesties die de verhoudingen nog steeds kunnen vertroebelen. Hebben de Turken hun eigen redenen om Athene met de schendingen te 'provoceren' (of het nu van de militairen komt of van de regering-Erdogan zelf), ook de Grieken zullen die 'provocaties' gebruiken.
Hardere eisen
Athene heeft dat duidelijk gemaakt door Ankara herhaaldelijk te waarschuwen dat agressief gedrag in de Egeďische Zee de Turkse wens om EU-lid te worden niet helpt. En terwijl het zeer onwaarschijnlijk is dat de Griekse regering de beslissing over het begin van toetredingsonderhandelingen voor Turkije zal blokkeren op 17 december, kan Athene wel hardere eisen gaan stellen aan een toekomstige Turkse toetreding.
Bijvoorbeeld de eis dat Turkije Cyprus (Grieks-Cyprus dan wel te verstaan) erkent of dat de Turkse troepen uit het noorden van Cyprus (het Turks-Cypriotische deel) worden teruggetrokken. De kaarten zullen op tafel worden gelegd in Brussel.