Officieel wordt hij aangeduid met 'Zijne Koninklijke Hoogheid prins Willem-Alexander, prins van Oranje, prins der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, jonkheer van Amsberg', maar Máxima noemt hem Alexander. Wat weten we over onze toekomstige koning?
Jeugd
Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand wordt geboren op 27 april 1967 in het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Samen met zijn jongere broers Johan Friso (1968) en Constantijn (1969) groeit hij op in Kasteel Drakensteyn. De drie jonge prinsen genieten er een zeer beschermde opvoeding, zo veel mogelijk afgeschermd van de pers. Desondanks baart de kroonprins in zijn jonge jaren opzien met zijn eerste gevleugelde woorden: "Fotografen, opgerot!"
Opleiding
Willem-Alexander gaat naar de basisschool in Baarn en volgt de eerste jaren van het voortgezet onderwijs op het Baarns Lyceum. Sinds de inhuldiging van zijn moeder in 1980 draagt hij de naam Prins van Oranje. Na deze inhuldiging verhuist het koninklijk gezin in 1981 naar Huis ten Bosch in Den Haag en zet Willem-Alexander zijn opleiding voort op het Eerste Vrijzinnig Christelijk Lyceum in zijn nieuwe woonplaats. Hij zit in een 'gewone' klas en op uitdrukkelijke wens van Beatrix en Claus krijgt de kroonprins geen voorkeursbehandeling van zijn leraren.
De jonge prinsen gaan zelfs gewoon op de fiets naar school. Het is voor de rechercheurs een hele kunst hen op die tocht goed te begeleiden, vooral omdat de prinsen het als uitdaginging zien om aan hun 'bewakers' te ontsnappen. Uiteindelijk haalt Willem-Alexander zijn diploma Internationaal Baccalaureaat op het Atlantic College in Wales.
Dienstjaren
Op zijn achttiende verjaardag wordt de kroonprins staatsrechtelijk meerderjarig en officieel geschikt geacht voor de troon. Hij wordt dan ook geïnstalleerd als lid van de Raad van State. In dit jaar, 1985, gaat de prins in dienst. Hij vervult zijn dienstplicht bij de Koninklijke Marine en dient onder andere aan boord van de fregatten Hr.Ms. Tromp en Hr.Ms. Abraham Crijnssen. Verder haalt hij zijn groot militair vliegbrevet.
Studie
Van 1987 tot 1993 studeert Willem-Alexander geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. De prins neemt ook zijn intrek in de universiteitsstad, aan het Rapenburg. Als afstudeeronderwerp kiest hij de Nederlandse reactie op het besluit van het Frankrijk van De Gaulle om uit de geïntegreerde commandostructuur van de NAVO te treden.
Water
Een speciale interesse van Willem-Alexander is watermanagement. Hij woont veel bijeenkomsten met dit onderwerp bij, zoals de internationale bijeenkomst in het waterinstituut IHE te Delft, en gaat zelf ook achter het spreekgestoelte staan.
Willem-Alexander was ook voorzitter van het Tweede Wereld Water Forum dat in maart 2000 plaatsvond in Den Haag. Doel van het Forum was om meer mensen bewust te maken van de wereldwijde waterproblematiek. Eind 1998 krijgt hij twee belangrijke functies op het gebied van watermanagement: erelid van de World Commission on Water for the 21st Century en beschermheer van het Global Water Partnership.
Sport
Ook sport is een passie van de prins. In 1986 rijdt hij de Elfstedentocht en in 1992 loopt hij de marathon van New York. Vier jaar later gaat hij naar Atlanta voor de Olympische Spelen, waar hij opgaat in de feeststemming en meezingt met de massa "Wat zijn die Yanken stil". Niet iedereen acht dit uitbundige gedrag een toekomstig koning waardig. Maar de grote meerderheid van de bevolking vindt dat hij zich nog wel even mag uitleven.
In 1998 wordt de prins lid van het Internationaal Olympisch Comité. Zijn taak wordt het stimuleren van sport in Afrika. Fraude van comitéleden werpt een schaduw over zijn functie en de vraag rijst of de prins wel op een goede plek is terechtgekomen. Nadat de 'fraudeurs' zijn weggestuurd, is de weg vrij voor Willem-Alexander om de Olympische eed af te leggen.