|
Door Sander van Hoorn, verslaggever Radio 1 Journaal
Ik stond te wachten op Schiphol. André was in Houston geweest om te trainen en tijdens een tussenstop in Nederland zouden we het weekboek voor het Radio 1 Journaal opnemen. Normaal doen we dat aan de telefoon, maar nu was het handiger om het even op Schiphol te doen. Geen officiële persconferentie dus, maar gewoon even een gesprek.
Op weg naar Schiphol begin ik onzeker te worden: Moet ik niet naar een of andere VIP-uitgang? Ik bel Michel van Baal, een van de woordvoerders van ESA. "Nee hoor, je moet gewoon naar de normale uitgang". "Ben jij er al", vraag ik. "Hoezo? Ik kom niet".
Op het moment dat Kuipers door de douane komt staat er niemand met een ESA-bordje. Geen mensen die hem door de douane heen helpen. Niets. Alleen zijn dochters die met hem meereizen en hem helpen het bagagekarretje te duwen.
Hij vindt het vooral vreemd dat ik dat vreemd vind. Want zo heb ik André leren kennen. Als astronaut, als arts, maar zeker niet als Bekende Nederlander. Dat zijn jongensdroom aan het uitkomen is vertaalt zich in een enthousiasme dat vaak niet te remmen is. Hij neemt de tijd voor al je vragen, heeft anderen nodig om hem erop te wijzen dat hij ook nog andere dingen moet doen.
Leraar
Als hij geen astronaut of arts was geweest, zou leraar ook voor de hand liggen. Hij vergeet namelijk na twee zinnen wat je vraag ook alweer was. Vol overgave vertelt hij dan verder over wat op dat moment in hem opkomt. Leuk om naar te luisteren. Een ramp om te monteren.
"Probeer jij hem dan eens op te voeden" verzuchtte Michel van Baal een keer. Maar dat lukt niet, en misschien is dat maar goed ook. Want het enthousiasme waarmee hij vertelt is ook leuk om naar te luisteren. Iemand die leeft voor wat hij doet, dat komt over op de radio.
Voor hemzelf is dat enthousiasme ook wel handig, zeker nu hij tegen wil en dank steeds meer een Bekende Nederlander wordt.
Speeches en wodka
Starcity, het opleidingscentrum voor kosmonauten bij Moskou. De Nederlandse pers is uitgenodigd om te komen kijken. Keer op keer beantwoordt hij dezelfde vragen. Maar volgens mij heeft niemand dat gemerkt, want elke keer raakt hij weer in vuur en vlam over het onderwerp: de Sojoez, het ISS, de training, de examens.
Het enthousiasme moet hij ook nodig gehad hebben die keer toen zijn minidiskrecorder kuren vertoonde. Hij belde al laat want er was een feestje geweest. Met veel toasts, speeches en wodka. De eerste opname van het weekboek bleek er niet op te staan en dus is er een tweede nodig. Een zucht, een klein beetje gemopper, maar zeker geen protest.
Het is al na elven ’s avonds als we ophangen. In Moskou is het twee uur later. Tegen de tijd dat ik de minidisk krijg, begrijp ik dat er ook een probleem was met die tweede opname. En dus heeft hij zelf nog een derde ingesproken. Het is niet te horen.
Klopgeluid
En toch… volgens mij vindt hij het ergens ook wel leuk, die aandacht. Een diner met de Nederlandse pers… een bijeenkomst op de Nederlandse ambassade… je kunt ook nee zeggen. Vooropgesteld dat dat in je woordenboek voorkomt. Het is wel gebeurd dat er een klopgeluid was in het ruimtestation. Wij bellen André met de vraag of hij daar in de uitzending wat over wil vertellen. Natuurlijk wil André dat. Maar hij mag niet van de ESA, want dat kloppen is een NASA-aangelegenheid.
Het enthousiasme doet me denken aan het gevoel dat je kunt hebben op je eigen feest. Alles is leuk. Alles gebeurt maar. En pas na afloop begin je langzaam te beseffen wat er eigenlijk gebeurd is. Maandag is het zijn feest. En pas elf dagen later kan ik hem vragen of het besef al is doorgedrongen.
Maar André inmiddels een beetje kennend, kan ik daar beter nog een half jaar mee wachten. Dan is het precies een jaar geleden dat ik op het lanceerplatform in Baikonoer, bij de lancering van de Spanjaard Pedro Duque, de man met die glimmende ogen ontmoette. In het Amsterdams vertelde hij dat het ook een beetje zijn raket was die daar stond. Om vervolgens te vergeten wat mijn vraag was en over van alles en nog wat door te praten.
Maandag is het zijn feest.