 De twintigste en laatste etappe voert het peloton van Montereau naar de Champs Elysées in Parijs. Montereau was één keer eerder gastheer van een Touretappe, in 1977. Gerrie Knetemann zal zich Montereau ongetwijfelfd nog herinneren. Hij maakte toen deel uit van het aardig uitgedunde peloton, dat zich in het 80 km van Parijs bevindende stadje in beweging zette voor de 141 km lange rit naar Versailles. Daar mocht hij voor de tweede keer dat jaar het podium beklimmen.
Hennie Kuiper stond een dag later in Parijs op het ereschavot, naast winnaar Bernard Thevenet, die met slechts 48 seconden voorsprong op Kuiper de laatste gele trui kreeg omgehangen.
De Champs Elysées staat garant voor spektakel. Op de plaatselijke omlopen van circa 6,5 km proberen al jaren groepjes renners weg te komen in een poging een massasprint te voorkomen waarin ze kansloos zouden zijn. De laatste drie edities werd op de slotdag pas beslist wie zich de winnaar van de groene trui mocht noemen.
In 2001 bijvoorbeeld was Erik Zabel in de tussensprints op de slotdag Stuart O’Grady gepasseerd in het klassement om de puntentrui. Maar pas op de meet kon de Duitser het pleit beslechten. Hij finishte voor O’Grady, maar de ritzege was toen voor de Tsjech Jan Svorada.
In 2002 stelde Robbie McEwen zijn groene trui pas op de slotdag veilig. Voor de slotrit had hij 239 punten, Zabel 238. De Australiër won de rit en hield Zabel daarmee af van zijn zevende groene trui in successie.
McEwen dong een jaar later ook mee naar het laatste groen, maar zag toen zijn landgenoot Baden Cooke met de eer strijken. In de traditionele parade richting de Champs Elysées mocht McEwen de groene trui nog showen aan het massaal uitgerukte publiek, maar Cooke bleef hem voor in de ultieme sprint en eindigde in de eindrangschikking twee puntjes voor McEwen. Overigens ging Jean Patrick Nazon vorig jaar verrassend met de laatste ritzege aan de haal.
Winnaars in Parijs
|