 Ik ben dol op foto’s uit de Tourhistorie. En dan vooral op foto’s die aantonen dat het vroeger allemaal beter was.
Een paar voorbeelden: een knecht alias de “betere waterdrager” die met een emmer water op zijn stuur zijn kopman komt bedienen. Een kluwen wielrenners dat in een café langs de weg een koelkast plundert. Coureurs die zich in een dorpsfontein storten.
Een uitgemergeld type dat zijn bidon probeert te vullen met langs de rotswand sijpelend smeltwater. De plaatselijke brandweer die het peloton en belendende percelen nat houdt. Een ontsnapte regionaal die zich vast rijdt in een kudde schapen. Renners in een pruimenboom. Een wat sneue coureur met de fiets nog in de hand op een omhoog verende spoorboom.
Barre maar inspirerende tijden waren dat. Heroïek en slapstick in één. Kom je al jaren niet meer tegen ondanks de alom tegenwoordige televisiecamera. Het goede nieuws is dat de Tour 2004 twee momenten op het scherm bracht die kunnen concurreren met de zwart- wit slapstick van weleer.
De poging tot opgave van Iban Mayo deed me van de bank opveren van genot. Schitterend. Opgeven blijkt een kunst die niet iedereen even goed beheerst. Mayo stapt af. Gedesillusioneerd, gedemotiveerd, gecastreerd en verbouwereerd. “Hè, hè, morgen weer onder mijn eigen dekbed”, je hoorde het hem denken.
Maar daar stak de verzamelde ploegstaf een stokje voor. Er werd op hem in geluld, er werd gesmoesd, en toen dat alles niet hielp kreeg hij ijskoud de verplichting opgelegd weer plaats te nemen in het zadel. Toen: de gouden seconden waarin Iban Mayo een reservefiets kreeg aangereikt. De televisiekijker hoorde te begrijpen dat hier een materiaaldefect in het spel was.
Mayo, de sukkel, stapte op en is de rest van de dag door ploegmaats voortgeduwd. Slapstick nummer twee. Zeer recent nog. Filippo Simeoni maakt de sprong naar de kopgroep. Als een duveltje uit een doosje duikt Armstrong op in zijn wiel. Deze adviseert, nee sommeert Simeoni zich ogenblikkelijk uit de kop van de wedstrijd te verwijderen. Simeoni volgt het advies dan wel dwangbevel op. Het tweetal zakt als een lekgeslagen oorlogsbodem terug naar de bodem van de koers: het uitgebluste peloton.
De camera’s registreerden alles, en opnieuw veerde ik van genot op van de bank. Hier heerste de regie van Charly Chaplin. Hier werd de strijd van de mens getoond in zijn meest smalle maar ook meest komische perspectief: de mens als wraakzuchtig embryo. Net als zijn vriend George W. Bush blufte Lance als een door brandy benevelde adolescent.
Arme Simeoni, hij liet zich intimideren door The Boss. Maar onder ons gesproken, Armstrong had me de kloten kunnen kussen. Ik was in die kopgroep gebleven. Niet alleen omdat het bijzonder spannende wielertelevisie had kunnen opleveren, maar vooral om aan te tonen dat Lance ook maar een gemiddeld mens is.
Ik begrijp dat Lance dinsdag komt koersen in het criterium van Stiphout tegen een vergoeding van 100.000 euro. Een goede raad voor de organisatoren van Stiphout: contracteer ook Filippo Simeoni. Niet op basis van een vast contract, maar betaal hem per seconde die hij uit de greep blijft van Lance Armstrong. Een heroïsch duel is verzekerd
De column van Peter Winnen in audio
|