 Met het schaatsen was Yvonne Hijgenaar in één keer klaar, toen ze twee jaar geleden uit de opleiding van de sprintploeg werd gezet. Niet goed genoeg luidde het oordeel, maar achteraf gezien is dat misschien haar redding geweest. Bondscoach Peter Pieters voorzag waar de jeugdige Noord-Hollandse toe in staat zou kunnen zijn op een racefiets, en zette haar op een baanwielrenzadel. Inmiddels geldt de 24-jarige Hijgenaar bij alle internationale toernooien als medaillekandidaat. Ook bij de Spelen. Yvonne Hijgenaar is net twintig jaar als ze te horen krijgt dat ze haar langste tijd in de sprintkernploeg gehad heeft. Technisch gezien zal ze nooit tot de wereldtop behoren. Het nieuws is een schok voor de jeugdige schaatster, als is de liefde dan inmiddels van beide kanten al danig bekoeld. “Ik wilde op een gegeven moment niet meer naar de wedstrijden”, blikt ze terug in de Volkskrant. “Ik was veel te gespannen, dat kostte zoveel energie. Ik kon niet meer genieten van de sport.”
Op het hout van de baanwielrenpiste vindt Hijgenaar het plezier in sporten terug. Enkele maanden nadat ze de ijzers heeft ingewisseld voor de trappers, weet ze al dat de wielerbaan haar beter ligt dan het ijs. De Koedijkse hoeft niet meer aan techniek te denken, aan diep zitten of zijwaarts afzetten. De piste duwt haar rond, na het startschot hoeft ze enkel nog te rammen. Haar doorzettingsvermogen en discipline, die haar voorheen altijd door de jaarlijkse schifting van de schaatsbond loodsten, helpen haar nu de pijn van het fietsen en de bijbehorende valpartijen te doorstaan. Mede daarom voorspelt de Duitse trainer Gerd Müller, coach van verschillende kampioenen uit het voormalige Oost-Duitsland, Hijgenaar een grote toekomst. Haar coach Pieters houdt vooralsnog een slag om de arm. De voormalig schaatster ontbeert nog ervaring, is hij van mening. “Ze is nog te onrustig om haar talent maximaal te benutten. Maar Yvonne is een doorzetter. Ze weet wat ze wil en vooral wat ze niet wil.” Wat ze vooral níet wil is vergeleken worden met Leontien Zijlaard-Van Moorsel. De drievoudig olympisch kampioene is immers geen sprintster maar een achtervolgster, die bovendien nog nooit geschaatst heeft. Nee, de verschillen zijn talrijker dan de overeenkomsten, bezweert Hijgenaar. “Ik doe mijn eigen ding”, wil ze duidelijk maken, “en doe dat nog goed ook. Het is echt niet zo dat ik meedrijf op het succes van een ander.” Begin juni 2004, op het WK in Melbourne waar Hijgenaars ploeggenoot Theo Bos wereldkampioen wordt, geeft de Noord-Hollandse met een 9de plek op de 200 meter en een 4de plaats op de 500 meter sprint nadrukkelijk haar visitekaartje af. “Dit geeft zelfvertrouwen. Natuurlijk was een medaille mooi geweest, maar mijn WK kan niet meer stuk”, reageert ze na afloop, in de wetenschap dat haar prijs al binnen is. Want Hijgenaar is dan, als eerste van de veertienkoppige selectie van Pieters, al zeker van plaatsing voor de Olympische Spelen. Haar prestaties bij drie wereldbekerwedstrijden waren van dien aard, dat een degelijk resultaat bij de vierde strijd om de wereldbeker in Sydney eind mei voldoende zouden zijn. Tot haar eigen verbazing overigens: “Ik heb lang gedacht dat Athene voor mij te vroeg zou komen en dat ik me moest richten op Peking.” De geboren Alkmaarse stelt haar kandidatuur in stijl. Niet alleen schrijft ze de 500 meter tijdrit op haar naam in een nieuw Nederlands record, maar haar zege blijkt daarnaast bovendien genoeg voor de eindoverwinning in het wereldbekerklassement. Eerder had ze zich op die afstand al de sterkste getoond in Manchester. In tegenstelling tot de wielrenster zelf, is de wereldpers dan al overtuigd. Het gezaghebbende tijdschrift Sports Illustrated voorspelt 24 plakken voor Nederland, waarvan er één volgens de Amerikanen om de schouders van de debuterende Yvonne Hijgenaar zal worden gehangen. De voortekenen lijken vooralsnog gunstig. Begin juni wint ze de pre-olympische tijdrit op de 500 meter, haar speerpunt in Athene. “Alles is op z’n plek gevallen”, laat ze zich opgelucht ontvallen. Want wie weet kan zo de vrouw, die niet goed genoeg bevonden was voor de Winterspelen, bij de Zomerspelen zomaar olympisch kampioene worden.
|