Hij is al in de dertig, was als sprinter jarenlang oppermachtig op de vrije slag en hoopt in Athene zijn Olympische loopbaan af te sluiten op de hoogste trede van het ereschavot. Voor Aleksandr Popov zouden dat de derde ‘gouden Spelen’ zijn, een unieke prestatie voor een specialist op de korte nummers. Niet toevallig is Popovs grote held en voorbeeld Sergej Boebka, de Oekrainer die jarenlang het polsstokhoogspringen domineerde. “Omdat hij zo lang aan de top heeft gestaan”, aldus de Rus, die met zijn vrouw Darja en zoontjes Vovka en Anton in het Australische Canberry woont.
In zijn geboorteland, waar de afgunst jegens iedereen die het gemaakt heeft doorgaans groot is, geniet Popov toch vooral respect. Hij pakte zijn eerste medailles toen de USSR nog bestond, vierde zijn eerste olympische triomfen (Barcelona, 1992) onder de vlag van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en ging onverdroten voort met prijzen vergaren voor Rusland. In de roerige jaren negentig, toen de Russen van de ene politieke en economische crisis in de andere belandden, was Popov een toonbeeld van kracht en stabiliteit.
Zelfs een steekpartij in Moskou hield hem niet uit het water. In augustus 1996, toen hij even terug was in Moskou om uit te rusten van de Spelen van Atlanta, keerde Popov met een paar vrienden terug van een feestje. Op straat ontstond een woordenwisseling met meloenenverkopers. De ruzie liep uit de hand en Popov belandde met messteken in het ziekenhuis. Een drie uur durende maag- en nieroperatie volgde. De sprinter kwam er bovenop en vocht zich terug naar de top. In 1998 veroverde hij de wereldtitel op de 100 meter. Twee jaar later moest het succes een uniek vervolg krijgen op de Spelen van Sydney, maar daar ging het mis, onder meer door toedoen van een zekere Pieter van den Hoogenband.
Popov reisde af naar Sydney in de hoop de eerste zwemmer te worden met een olympische titel op hetzelfde nummer op drie opeenvolgende Spelen. In zijn koffer had hij al de gouden medailles zitten van de 50 en 100 meter van Barcelona én van Atlanta. De viervoudig olympisch kampioen kwam op de 100 meter echter niet verder dan het zilver (achter Van den Hoogenband) en werd slechts zesde op de 50 meter.
Op de vraag van de Russische krant Izvestija of hij de Spelen van 2000 niet liever zou vergeten, antwoordde Popov:”Die ben ik vergeten. En wel meteen.” In hetzelfde interview ging hij in op de rol van zijn trainer Gennadi Toeretski, die hij in 1993 achterna reisde naar Australië, waar Toeretski voor harde Australische dollars als coach aan de slag ging. “Het maakte me niet uit waar ik woonde, als ik maar kon blijven werken met Toeretski. Hij is een echte professional. En met de jaren zijn we elkaar steeds beter gaan begrijpen. We weten precies hoe we ons voor moeten bereiden op belangrijke wedstrijden.
Overigens was het diezelfde Toeretski die de gouden glans van Popovs bijna een stuk doffer had gemaakt. De trainer kreeg een rechtszaak aan zijn broek, toen in een uit zijn huis ontvreemde kluis verboden stimulerende middelen werden gevonden. Tot een veroordeling kwam het niet, onder meer doordat Toeretski’s vrouw niet tegen haar man hoefde te getuigen. Popov verdedigde zijn trainer en inspirator te vuur en te zwaard. ”Ik werk al elf jaar met hem en twijfel geen moment aan zijn integriteit”.
Inmiddels bereiden Popov en Toeretski zich voor op Athene. De zwemmer, die tegenwoordig niet alleen in zwembroek maar als lid van de atletencommissie van het IOC ook in keurig pak op de voorgrond treedt, heeft al laten doorschemeren dat het zijn laatste optreden op het hoogste niveau zal zijn. Of het een succesvol optreden wordt, is nog maar de vraag. Op de Russische kampioenschapen in mei leed hij voor het eerst in meer dan tien jaar in eigen land een nederlaag op de 100 meter. Hij maakte er weinig woorden aan vuil: “De belangrijkste wedstrijd moet nog komen”.
|