 Een Prinz onder prinsessen: wereldkampioene, UEFA Cup-winnares, Duits en Amerikaans kampioene, bekerwinnares, Duits voetbalster van het jaar en wereldspeelster van het jaar. Birgit Prinz is slechts 26, maar is nu al de meest succesvolle voetbalster aller tijden. Haar indrukwekkende erelijst ten spijt, is ze echter nog altijd hongerig naar meer. “Ik heb mijn top nog niet bereikt.” In Athene wordt daarom de jacht op olympisch goud geopend. Birgit Prinz ziet op 25 oktober 1977 het levenslicht in het Duitse Frankfurt an Main. Van voetballen is geen sprake, basketballen, volleyballen, handballen en trampolinespringen zijn de sporten van de jeugdige Prinz. In voetbal is het meisje slechts zijdelings geïnteresseerd. Elke zaterdag kijkt ze weliswaar trouw met haar vader naar de Bundesliga-duels op tv, maar de verrichtingen van haar mannelijke landgenoten kunnen haar nauwelijks inspireren de kicksen zelf onder te binden. Dat verandert na het zien van het WK voor vrouwen in 1991. Prinz raakt geïnfecteerd met het voetbalvirus en fietst vanaf dat moment dagelijks de stad door, op zoek naar parken en pleintjes waar ze mee kan doen met partijtjes. Daar, op de speelveldjes van Frankfurt, legt Prinz de basis voor haar talent, ontwikkelt ze haar neusje voor de goal en één van de hardste schoten in de vrouwenvoetballerij. Met de Duitse Bundesliga-club FSV Frankfurt debuteert Prinz op vijftienjarige leeftijd op het hoogste niveau. Tweemaal (in 1995 en 1998) wordt ze Duits kampioen, in 1995 en 1998 wint ze bovendien de DFB-Pokal. In dat jaar maakt ze de overstap naar stadsgenoot en aartsrivaal 1. FFC Frankfurt, waar de goalgetter doorgaat waar ze gebleven was: met winnen. In 1999, 2001, 2002 en 2003 wordt het Deutsche Meisterschaft gevierd, de Duitse beker staat van 1999 tot 2003 onafgebroken in de prijzenkast van de club. Dominant
Na een korte flirt met de Amerikaanse profclub Carolina Courage, waarvoor Prinz 11 keer doeltreffend is in 20 duels en in 2002 het Amerikaanse kampioenschap verovert, keert ze terug naar haar oude liefde 1. FFC Frankfurt. Tot verdriet van Carolina’s trainer Jay Entlich, die zijn bewondering voor de Duitse niet onder stoelen of banken steekt. “Ze is één van de meest dominante speelsters ter wereld. Birgits lengte, kracht en tactisch inzicht maken haar bijna onmogelijk af te stoppen. Met haar prestatiegerichtheid weet ze zich ook te onderscheiden van de gemiddelde speelster.” Daar is toenmalig Duits bondscoach Gero Bisanz dan allang van overtuigd. Haar bereidwilligheid om de gehele linkerflank te bestrijken, gecombineerd met een dodelijk scoringsinstinct, maken Prinz tot een formidabele aanvalster. Op 27 juli 1994 maakt het jeugdige talent, zestien lentes jong, haar debuut voor Duitsland in de interland tegen de vrouwen van Canada en scoort prompt het winnende doelpunt. Het is het begin van een bijzonder vruchtbare interlandloopbaan, die zal leiden tot Europese titels in 1995, 1997 en 2001. Met 72 treffers in 116 duels is Prinz Duitslands topscorer aller tijden. Slagroom
Het veroveren van de UEFA Cup in 2002 ten koste van het Zweedse Umea IK is de slagroom op de taart in een jaar waarin Prinz hoofdprijzen verzamelt in zowel de Duitse als Amerikaanse competitie. In de verkiezing voor Wereldvoetbalster van het Jaar moet ze de Amerikaanse legende Mia Hamm nog voor zich dulden, maar is het fundament gelegd voor de prestaties die haar een jaar later tot de beste speelster van de wereld zullen maken.
In 2003 wijst de aanvalster haar land de weg naar de eerste WK-titel, een nieuw hoofdstuk in de succesvolle Duitse voetbalgeschiedenis. Persoonlijk is het voor Prinz eveneens een gedenkwaardig toernooi. De Duitse laat zich met zeven treffers kronen tot topscorer, waarvoor ze met de Gouden Schoen wordt onderscheiden. De vijf assists die ze daarnaast laat optekenen leveren haar als speelster van het toernooi bovendien nog de Gouden Bal op.
Favoriet
Voor veel sporters is er echter maar één gouden onderscheiding die telt. In 1996, in Atlanta, maakt Prinz haar olympische debuut, scoort weliswaar eenmaal maar blijft met Europees kampioen Duitsland slechts steken op een vijfde plek. Vier jaar later, op de Sydney Games, voert ze haar productie op, maar ondanks drie treffers in vijf duels reikt Prinz met Duitsland niet verder dan het brons. In Athene moet het daarom gebeuren, maar de gediplomeerde fysiotherapeute wil de wereldkampioen niet op voorhand als torenhoog favoriet bestempelen. “Het is moeilijk om aan te geven waar we nu staan in vergelijking met het WK”, laat Prinz zich eind mei ontvallen. “We hebben nog de tijd om ons voor te bereiden voor de Spelen en om de ploeg in vorm te krijgen. We moeten optimistisch zijn, ook al weet ik dat we twee sleutelspeelsters verloren hebben sinds het WK. Maar het is nog steeds een goed team.”
|