 door Langs de Lijn-verslaggever Piet Teeling
Kanoslalom stond nog maar vier keer op het olympisch programma. In 1972 werd tijdens de Spelen in Munchen uitgeweken naar het ijskanaal van Augsburg. Het duurde daarna twintig jaar eer kanoslalom opnieuw deel uit maakte van het programma. In Seu d’Urgell – in de Spaanse Pyreneëen werd een kunstmatige baan aangelegd, waardoor Barcelona ook de slalom aan het programma had toegevoegd. Daarna volgde dit onderdeel op de Spelen in Atlanta en Sydney.
Voor Nederland waren in het verleden slechts twee kanoslalommers actief. Frits Sins en de van oorsprong Duitser Michael Reijs. Zij kwamen zowel in Barcelona (1992) als Atlanta (1996) in actie. Reijs eindigde beide keren als elfde, Sins werd in Barcelona 19de en in Atlanta 37ste.
Ook in Athene kent twee Nederlandse deelnemers: Sam Oud en Floris Braat. Zij komen donderdag in twee heats in actie op het Hellnikon Olympisch complex op het voormalige vliegveld in het zuiden van Athene. De aanleg van de wildwaterbaan heeft 25 miljoen euro gekost, maar dat heeft dan ook een prachtige accommodatie opgeleverd.
Op de WK van vorig jaar in Augsburg en via de olympische kwalificatiewedstrijd begin dit jaar in Athene hebben zich vijfentwintig deelnemers gekwalificeerd. De beide Nederlandse deelnemers nomineerden zich voor Athene via het WK in Augsburg. Oud werd twaalfde; Braat vijftiende.
Het vormbehoud leek slechts een kwestie van tijd. Braat eindigde bij de testwedstrijden in Athene als twaalfde. En dat was voldoende voor een tweede boot bij de Spelen. Oud had meer moeite, hij eindigde in Athene als 42ste maar herstelde zich een maand later in Seu d’Urgell waar hij negende werd.
Slalom heeft wel iets weg van het gelijknamige onderdeel bij het alpineskiën. Ook hier moeten deelnemers door poortjes het parcours met een lengte van 270 meter afleggen. Waar de alpineskiers de poortjes in voorwaartse richting passeren, kennen de slalomkanovaarders ook poortjes, die achterstevoren genomen moeten worden.
Van de tussen de 18 en 25 poortjes die boven het stromende waterparcours hangen, zijn er minimaal vier tegen de stroom in geplaatst. Daar moeten de slalomvaarders dus tegen de stroom in doorheen. Aanraking van de poortjes levert twee seconden straftijd op. Het missen van een poortje kost vijftig seconden straftijd, die uiteindelijk opgeteld wordt bij de tijd die tussen start en finish wordt geklokt.
Tel daarbij de stromingssnelheid van 17,5 kubieke meter water per seconde en het verval in hoogte van 62 meter, en de rotsblokken die in het waterparcours liggen, en de moeilijkheidsgraad van deze tak van sport is bepaald. Ook al omdat het soms bijzonder lastig is om de negen kilo wegende kano van minimaal 4 meter lengte en 60 centimeter breedte in balans te houden.
"Het nare is, dat we in Nederland geen eigen trainingsaccommodatie hebben", zegt Sam Oud. "Als wij willen trainen, dan moeten we bijvoorbeeld naar Duitsland, Augsburg om op het Eiskanal te trainen. Daarnaast hebben we zo’n zes wereldbekerwedstrijden per seizoen en rondom die wedstrijden gebruiken we de tijd toch vooral om veel te trainen."
Het hoogtepunt beleefden de Nederlandse kanovaarders vorig jaar bij de WK in Augsburg door in de teamwedstrijd achter Zwitserland en voor Duitsland het zilver op te eisen. "Het was echt een hoogtepunt om de Duitsers op hun thuisbaan te verslaan", zegt Floris Braat. "Het is alleen jammer dat bij de Olympische Spelen de teamwedstrijd niet bestaat en dat dat onderdeel alleen maar op een WK wordt afgewerkt. Anders zouden wij samen met David Backhouse misschien wel een extra kans hebben gehad op Olympisch goud."
Voor Oud en Braat is het vooral wachten op donderdag. Via twee heats kunnen zij zich plaatsen voor de halve finale waarin 20 boten mogen starten. De beste tien van de halve finale zullen dan in actie komen in de eindstrijd, waarin de tijden van halve finale en finale bij elkaar worden geteld en uiteindelijk de medailles zullen worden verdeeld. Spectaculair wordt het in ieder geval.
|