Uw browser ondersteunt geen JavaScript. Hierdoor kunnen wij helaas geen optimale werking van de site garanderen.
   
 
 
 NOS Os2004 - Rubrieken  

De Kenner
Wat kunnen de Nederlandse turnsters?

15 augustus 2004
Suzanne Harmes

door Langs de Lijn-verslaggever Edwin Cornelissen

De volgers van het Nederlandse turnen hebben in het verleden weinig reden tot juichen gehad tijdens de Olympische Spelen. Al te vaak is het niet voorgekomen dat Oranje van de partij was op het hoogste platform. De laatste keer dat ‘we’ een ploeg afvaardigden was in 1976. De damesploeg eindigde in Montreal als elfde in de landenwedstrijd. Daarna kwam alleen Elvira Becks nog in olympisch verband uit voor Nederland, maar meer dan de 22ste plaats in de meerkamp zat er voor haar niet in tijdens de Spelen van 1992 in Barcelona. In dat licht bezien is de aanwezigheid van Suzanne Harmes en Laura van Leeuwen in Athene dus een opsteker voor de Nederlandse turnsport. 

Maar hoe paradoxaal het ook mag klinken: het is toch teleurstellend dat de Oranje-equipe in Athene ‘slechts’ uit twee turnsters bestaat. Die teleurstelling is te herleiden naar de WK van vorig jaar in het Amerikaanse Anaheim. Was Oranje daar in de landenwedstrijd bij de beste twaalf geëindigd, dan had Nederland een volledig team mogen afvaardigen naar de Spelen. Die doelstelling werd echter niet gehaald. Oranje werd zestiende, een klassering die recht gaf op niet meer dan twee individuele startbewijzen. Die klap kwam aan, en niet te zacht ook. 

Immers, de voorbije jaren werd het Nederlandse turnen verwend met Verona van de Leur en Renske Endel, twee supertalenten die het damesturnen tussen 2000 en 2002 schijnbaar vanuit het niets op de mondiale kaart zetten. Voor Van de Leur en Endel was de droom om in Athene een kroon op het werk te zetten. Maar in twee jaar tijd kan veel gebeuren, zeker in de wondere wereld van het damesturnen. Carrières worden nog wel eens gebroken in de knop, omdat de meiden te kampen krijgen met fysieke tegenslag –blessures en een lichaam dat door de groei steeds minder geschikt wordt voor het turnen- en met mentale zwaktes. 

Van de Leur en Endel kregen er allebei mee te maken. Allroundster Van de Leur, het grootste talent dat Nederland ooit rijk was, hobbelde van de ene blessure naar de andere, had moeite om weer aan te klampen en kreeg een mentale dreun toen bondscoach Frank Louter haar niet opstelde tijdens de WK in Anaheim. Datzelfde overkwam Endel, mentaal gezien toch al niet de sterkste, die daarop besloot haar carrière te beëindigen. 

De olympische startbewijzen lagen zodoende klaar voor een nieuwe generatie turnsters, met Harmes als voornaamste exponent. In Anaheim was zij de constante factor: Harmes plaatste zich voor de meerkampfinale en eindigde in de toestelfinale op vloer als zesde, waarmee zij tot de mondiale subtop behoorde. Het olympische ticket van Harmes heeft dan ook nooit ter discussie gestaan. Alleen een blessure zou haar nog van de trip naar Athene af hebben kunnen houden. Die rampspoed leek toe te slaan, een week voor de EK in Amsterdam, het toernooi waar zij vormbehoud moest tonen. Maar Harmes doorstond de pijn en voldeed met grote overtuiging aan de eis van NOC*NSF.

De verzilvering van het tweede startbewijs was een ander verhaal. Aanvankelijk leek Loes Linders de beste kaarten in handen te hebben. Sterker nog: zij dacht voldaan te hebben aan de olympische limiet tijdens de EK. Er bestond echter onduidelijkheid over de kwalificatie-eisen en NOC*NSF weigerde dat uit te leggen in het voordeel van de sportster. Ook de rechter stelde Linders in een kort geding in het ongelijk. 

In juni kon Linders sportief revanche nemen tijdens de NK, het allerlaatste kwalificatiemoment. Maar juist op dat moment werd zij, een serie uitstekende oefeningen ten spijt, voorbijgestreefd door Laura van Leeuwen, die een superscore neerzette op haar specialiteit, de brug met ongelijke leggers. 

Daarmee verschijnt Nederland met twee totaal verschillende turnsters aan de start in Athene. Harmes is de allroundster pur sang. Haar streven is om door te dringen tot de meerkampfinale in de wetenschap dat zij daarin normaal gesproken de nodige wereldtoppers voor zich moet dulden. Een medailleplaats in de meerkamp lijkt op voorhand dan ook niet reëel. 

Maar Harmes heeft nog een ijzer in het vuur. De afgelopen jaren heeft zij gewerkt aan een vloeroefening die steeds stabieler geworden is. Begeleid door de muziek uit de film ‘Pirates of the Carribean’ doet zij haar sprongenseries en pirouettes vol overtuiging. In Anaheim was de vloeroefening van Harmes goed voor de zesde plaats, bij de EK in Amsterdam miste ze op een haar na het podium. Wat nu als Harmes in Athene op vloer boven zichzelf uitstijgt? Wie weet wat dan de mogelijkheden zijn. Harmes beschikt in ieder geval over een ongekend goede wedstrijdmentaliteit, ze is een wedstrijddier in hart en nieren en verzaakt vrijwel nooit op de cruciale momenten.

Van Leeuwen is een heel ander type turnster. Alleen al het feit dat zij een heuse toestelspecialiste is, maakt haar een apart verhaal. De brug is haar ‘ding’, hetzelfde toestel waarop ook Renske Endel furore maakte. Van Leeuwen is dan ook veelvuldig neergezet als de opvolgster van Endel. Een loden last voor de Haagse, die vaak moet opboksen tegen de vergelijking met haar memorabele voorgangster.

Net als Endel is Van Leeuwen in staat op superscores neer te zetten op haar favoriete toestel. Haar sierlijke en gracieuze manier van turnen, met grote draaien en –ja, daar is ie- de prachtige amplitude, maken haar tot een potentiële wereldtopper. Met nadruk op het woord potentieel. Want de marge tussen winst en verlies, tussen slagen en falen, is bij Van Leeuwen klein. Zo zag ze haar oefening tijdens de EK volledig de mist ingaan. Maar net zo makkelijk kwam ze tijdens de NK tot een prachtige score van ruim 9.5. 

Mocht Van Leeuwen in Athene in staat zijn een soortgelijke score neer te zetten, dan bevindt ze zich tussen de wereldtoppers. En mocht ze zelfs nog wat meer uit zichzelf kunnen persen, wie weet hoe dicht het podium dan in de buurt komt. Aan ambities bij Van Leeuwen geen gebrek. Zo heeft ze de afgelopen maanden gewerkt aan een nieuw vluchtelement, dat mogelijk zelfs haar naam gaat dragen. 

Maar zo positief als het olympische toernooi zou kunnen verlopen voor Harmes en Van Leeuwen, net zo goed zou het kunnen zijn dat zij in Athene genoegen moeten nemen met een rol in de anonimiteit. Want de concurrentie zal groot zijn. Zo moet Harmes op vloer proberen weerstand te bieden aan de ijzersterke Roemeense Catalina Ponor, de Spaanse Elena Gomez en Daiana Dos Santos, de Braziliaanse verrassing van de WK in Anaheim. Van Leeuwen moet op haar beurt de strijd aangaan met de Britse Elisabeth Tweddle, de Koreaanse Kwang Sun Pyon en de Russische Anna Pavlova. 

Realistisch gesteld zou het voor zowel Van Leeuwen als Harmes een prestatie van formaat zijn als zij zich bij de beste zes voegen op respectievelijk brug en vloer. Slagen de twee in die opzet, dan laten ze zien dat er toekomst is voor het Nederlandse damesturnen, ook na het afhaken van Van de Leur en Endel. 







 < Overzicht

 
ga naar www.nos.nl
NOS Os2004 - Rubrieken
NOS Os2004 - Rubrieken