 door NOS Langs de Lijn-verslaggever Piet Teeling
Vier jaar geleden in Sydney kreeg luchtgeweerschutter Dick Boschman met een hapering van zijn wapen te maken. Het betekende einde oefening. Daarom is de sergeant-instructeur van de Koninklijke Landmacht uit Apeldoorn er op gebrand om in Athene beter voor de dag te komen dan die 31ste plaats in Sydney.
Luchtgeweer
Voor de Spelen van vier jaar geleden had hij zich weten te plaatsen op een wildcard, voor Athene kwalificeerde hij zich al in 2002 bij de WK in Lathi. Zijn zevende plaats was goed voor nominatie en dus moest Boschman dit seizoen vormbehoud tonen. Hij deed dat overtuigend door bij de wereldbekerwedstrijd in Bangkok als vijfde te eindigen waarmee hij voldeed aan de eisen van NOC*NSF.
Dat hij tot de sterkste schutters ter wereld behoort, toonde hij ook in Gyor (Hongarije) bij de EK door met de zilveren medaille aan de haal te gaan. De 29-jarige Boschman weet wat hem te wachten staat. Op 16 augustus mag hij aan de bak: bij de kwalificaties voor het luchtgeweer op 10 meter, die om 11 uur (Nederlandse tijd) beginnen.
De kwalificatie gaat over zestig schoten, waarvoor 105 minuten staan. De beste acht gaan door naar de finale, later die dag, over 10 schoten in 75 seconden. In Athene komen 44 schutters in actie op luchtgeweer.
Skeet
Athene worden de vijfde Olympische Spelen voor Hennie Dompeling. Vier jaar geleden greep hij net naast de medailles. De 37-jarige kleiduivenschutter kwalificeerde zich al bij de wereldbekerwedstrijden in Sjanghai in 2002 voor Athene. Hij was daarmee de eerste Nederlandse sporter, die zich verzekerde van een ticket voor de Spelen. In maart 2004 bij de wereldbekerwedstrijd in Sydney toonde hij vormbehoud door op de olympische schietbaan vierde te worden.
Toch is Dompeling met zijn vijf deelnames aan de Olympische Spelen geen recordhouder. Die rol is nog altijd weggelegd voor Eric Swinkels, die zes keer deelnam aan de Spelen en nog altijd de laatste olympische medaille winnaar is door in Montreal (1976) het zilver op te eisen.
Skeet, het olympisch onderdeel dat bij ons bekend staat als kleiduivenschieten, staat sinds de Spelen van 1968 (Mexico) op het programma. De duiven worden vanuit twee huizen (het lage en hoge huis) gelost. Er zijn vijf schietbeurten, waarbij steeds 25 patronen worden verschoten. Een wedstrijd gaat over 125 duiven en de beste zes schutters plaatsen zich voor de finale.
Dompeling heeft in zijn tak van sport bijna alles gewonnen. Maar in die verzameling van de 114 kilo zware Noordhollander ontbreekt alleen nog een olympische medaille. Achter zijn naam staan twaalf overwinningen voor de wereldbeker, de laatste keer met een wereldrecord van 225 punten.
De tweede Nederlander op de schietstand is de 21-jarige Cor-Jan van der Greef afkomstig uit Vianen. Hij nomineerde zich voor Athene door bij de wereldbekerwedstrijd in maart in Sydney twaalfde te worden. In mei toonde hij vormbehoud door in Brazilie elfde te worden.
Echt verrassend waren die prestaties niet, want al bij de EK in 2003 werd hij vijfde. Hij verloor in een shoot-off van de Brit Richard Brickell, de nummer één van Groot-Brittannië. Had hij toen al die shoot-off gewonnen dan was ook Van der Geef al in 2003 zeker geweest van nominatie voor Athene.
De kleiduivenschutters komen op 22 augustus in actie. Om 10 uur (Nederlandse tijd) zijn de kwalfiicaties; om 15.30 uur beginnen de beste zes van de totaal zestig schutters aan de finale.
Handboogschieten
Wietse van Alten is het boegbeeld van de Nederlandse handboogsport. Vier jaar geleden veroverde hij in Sydney verrassend de bronzen medaille door in de strijd om de derde plaats de Zweed Magnus Petersson met 114-109 te verslaan. Dat brons smaakt naar meer. Zijn zesde plaats bij de WK in New York in 2003 betekende dat hij zich mocht opmaken voor zijn tweede olympische optreden. Het tonen van vormbehoud was slechts bijzaak, bij de EK in Brussel klaarde Van Alten met een vijfde plaats die klus.
De komst van Peter Nieuwenhuis als bondscoach heeft geleid tot een verdere professionalisering van de handboogbond. Tot voor kort stond de handboogsport voornamelijk in het teken van gezelligheid, maar sinds de komst van Nieuwenhuis is dat veranderd. Hij zorgde voor een gerichte aanpak, bracht structuur aan in die aanpak en koos voor periodisering. Eerder had die aanpak van Nieuwenhuis ook al succes bij de wielerbond.
Voor succes bij de WK in New York in 2003 kwam de aanpak van Nieuwenhuis nog te vroeg, want pas dit seizoen kon er geoogst worden. En dat deed Nederland ook vooral als team door in Brussel het goud op te halen na een 242-240 zege op Groot-Brittannië. Door in de eerste ronde van de landenwedstrijd Wit-Rusland te verslaan, verzekerde het Nederlandse drietal - naast Van Alten ook Ron van der Hoff (26) en Pieter Custers (20) - zich al van deelname aan de Spelen.
Custers deed ook van zich spreken in het individuele toernooi door een bronzen medaille te winnen. Van der Hoff eindigde op de achtste plaats. Een ongekend succes voor de Nederlandse boogschutters, die daarmee met veel vertrouwen aan het schiettoernooi in Athene zullen beginnen. Van Alten, Custers en Van der Hoff beginnen donderdag 12 augustus al aan de kwalificaties.
|