|
Duijn heeft zadel
verruild voor bureaustoel |
21-05-2003 |
Reportage
Vak M
Olympia's
Tour is in volle gang, maar terwijl zijn oud-collega's zich afbeulen op de fiets
is oud-winnaar Marcel Duijn bezig aan zijn gebruikelijke van negen tot vijf-werkdag.
De pas 26-jarige coureur heeft van de ene op de andere dag zijn carrière
beëindigd en zijn nieuwe leventje bevalt hem. Vak M maakte een reportage
over Duijn. Zijn fiets heeft hij ingeruild voor de auto, zijn zadel voor
een luxe bureaustoel. Als bouwkundig medewerker bij het Roosendaalse bedrijf Maartens
en De Koning heeft de oud-prof het prima naar zijn zin. Het andere leven bevalt
hem wel. "Het is een andere wereld, een ander leven. Het voelt goed."
Toch is het ook wel wennen, geeft Duijn toe. "Ik was altijd in de buitenlucht,
de frisse lucht. Het is toch wel raar. Nu moet ik veel meer geestelijk werken.
Als ik thuis kom ben ik bekaf." Terug wil hij echter niet. De renner
heeft op 30 maart 2003 rigoureus de fiets aan de kant gezet en die is ook niet
meer uit zijn schuur gekomen. "De zin in het fietsen was weg en is sindsdien
niet meer teruggekomen", aldus Duijn. De omslag kwam vorig jaar
vlak na de Tour de France, toen hij te horen kreeg dat zijn contract bij de Rabobankploeg
niet werd verlengd. Hij nam na drie jaar afscheid bij de oranje-blauwe-witte trein
en besloot een stap terug te doen en het als semi-prof opnieuw te proberen.
Als amateur was hij succesvol. In 1999 won hij Olympia's Tour en hij werd
gezien als een goede tijdrijder die ook aardig meekon op de kleinere bergjes.
Maar de overgang naar het profcircuit viel hem zwaar. "Ik heb de wereld bij
de profrenners meegemaakt. En ik ben er in drie jaar achtergekomen, dat het niet
mijn wereld is. Ik ben te lief geweest. Je moet echt een klootzak zijn om er een
beetje bovenuit te komen. Dat was ik totaal niet." Consequenties
verbond hij hier pas aan in maart van dit jaar. Zelf wist hij wel hoe het zat,
maar al die tijd hield hij voor de buitenwereld de schijn op dat hij prima in
orde was. "Ik hield iedereen voor de gek, behalve mezelf. Ik zei altijd 'het
gaat goed' maar het ging helemaal niet goed." Een valpartij in een
koers in Breda was de druppel. Hij wist het allang, maar nu mocht de buitenwereld
het ook weten. Het was voorbij, fietsen was een must geworden en leverde
geen enkel plezier meer op. "De motivatie was compleet weg. Ik vond mijn
werk leuker dan het fietsen." | | |