|
Oud-wielrenner
Wim van Est overleden |
01-05-2003 |
Verslag
NOS-Journaal
Op
80-jarige leeftijd is oud-wielrenner Wim van Est in een ziekenhuis
in Roosendaal overleden. De renner maakt in 1951 naam als eerste Nederlandse
drager van de gele trui in de Tour de France. Legendarisch wordt hij
wanneer hij op 17 juli - een dag na het veroveren van de leiderstrui
- op de Col d'Aubisque in een zeventig meter diep ravijn valt en er
op eigen kracht levend uitklimt.
Op 25 maart 1923 wordt Van Est in het het West-Brabantse dorp Fijnaart
geboren. Nadat hij naar Sint Willebrord is verhuisd, verdient hij
de kost met het smokkelen van tabak. Op zijn fiets troeft hij al menig
veldwachter af. Totdat hij toch een keer wordt gepakt met vijftig
kilo op de bagagedrager en een half jaar de cel in moet.
De
dwangarbeider van de weg, zoals Van Est zichzelf noemde, is als smokkelaar
al snel op de fiets en valt ook direct op in zijn allereerste koers.
Uitgedaagd door de renners van Willebrord Wil Vooruit (WVV) wint hij
een wedstrijd, waar 100 gulden valt te verdienen. Ex-prof Marinus
Valentijn is toeschouwer bij de race en ziet in Van Est een groot
talent. Op advies van Valentijn gaat de coureur trainen.
Van smokkelaar naar wielerlegende
Vanaf dat moment is Van Est geen kleine crimineel meer, maar ontwikkelt
hij zich tot een groot renner. Op 23-jarige leeftijd maakt hij zijn
debuut als amateur in de Ronde van Zuid-Bevenland. In 1949 tekent
hij zijn eerste profcontract bij de Joco-ploeg. In datzelfde jaar
wint 'de locomotief' de vijfde etappe van de Ronde van Nederland.
Het is het begin van een vijftien jaar durende profcarrière,
waarin hij grote successen boekt.
In
1950 schrijft Van Est de monsterklassieker over 600 kilometer Bordeaux-Parijs
op zijn naam, een kunstje dat hij in 1952 en in zijn nadagen - elf
jaar later - nog tweemaal flikt. Een vierde zege heeft hij naar eigen
zeggen zelfs op zijn palmares kunnen bijschrijven in 1953, ware het
niet dat hij de winst verkocht aan Ferdi Kübler voor 10.000 Zwitserse
francs. "Een boel geld", gaf hij als verklaring. Overigens
wordt aan dit verhaal nu nog getwijfeld.
Als lid van de Garin-ploeg wordt Van Est in 1951 samen met dorpsgenoot
Wout Wagtmans door Kees Pellenaars geselecteerd voor de Tour de France.
Tot aan de elfde etappe rijdt hij vrij anoniem mee en verliest 'IJzeren
Willem' een kwartier op de gele trui.
De dood voor ogen
In
de twaalfde rit tussen Agen en Dax doet hij 'het onmogelijke' door
de achterstand in één keer weg te werken en beleeft
hij zijn 'finest moment'. Hij krijgt met een groep de zegen van het
peloton en loopt negentien minuten uit. In de straten van Agen grijpt
Van Est niet alleen de etappezege, maar neemt hij ook de leiding in
het algemeen klassement over. Als eerste Nederlander kan hij het felbegeerde
'maillot jaune' om de schouders draperen.
Gemotiveerd
kondigt de Brabander aan de trui de volgende dag tot de laatste snik
te zullen verdedigen in de etappe van Dax naar Tarbes. In de afdaling
van Col d'Aubisque springt hij achter de ontsnapte Magni aan. Twee
kilometer na de top gaat het mis. Van Est krijgt naar eigen zeggen
een lekke band, verliest de macht over het stuur en landt zeventig
meter lager. Wonder boven wonder klautert hij met behulp van aan elkaar
gebonden binnenbanden vrijwel ongeschonden weer naar boven. "Ik
zag de dood voor ogen", was zijn commentaar. Zijn trui is hij
kwijt, maar zijn naam wordt met gouden letters bijgeschreven in de
wielerannalen.
Legende
Nederland
leeft met 'de beer van 't Heike' mee. Het horlogemerk Pontiac springt
hier handig op in en strikt Van Est voor een reclame. "Mijn hart
stond even stil, maar mijn Pontiac liep", is de reclameleus waarmee
de horlogemaker inspeelt op het ontstane sentiment. Daarmee is - in
een tijdperk waarin de reclame nog in de kinderschoenen stond - de
eerste reclamehit een feit. De heldenstatus van Van Est neemt hierna
ongekende vormen aan.
Op de erelijst van de coureur prijken de Ronde van Vlaanderen, drie
Touretappes en één rit in de Giro d'Italia. Zijn naam
zal echter voor altijd verbonden zijn aan die ene memorabele dag in
de Ronde van Frankrijk. Juist een van de slechtste dagen uit zijn
carrière heeft hem groot gemaakt.
Vijftig
jaar na dato, in 2001, wordt de legendarische valpartij herdacht.
Van Est komt samen met zijn vrienden en oud-collega's op de flanken
van de Aubisque. Bij die gelegenheid wordt een plaquette onthuld met
de afbeelding van Van Est daarop om er voor te zorgen dat de wonderlijke
geschiedenis van 17 juli 1951 nooit vergeten zal worden. |
|
|