Het radionieuws op 1 februari: in rustige ernst  

radionieuws in de jaren 50 - eerste bericht over de ramp
nieuws uit randgebieden - in alle situaties rust bewaren - eerste doden
radionieuwsdienst als coördinatiecentrum - lof voor radionieuwsdienst

RadioVoorzover de Nederlanders zich niet tegen het water verweerden, zaten ze op 1 februari 1953 aan hun radiotoestel gekluisterd. Wat kwamen ze daar te weten? Hoe kwam de radio aan zijn informatie? En hoe werd het nieuws gebracht? Eén ding is zeker: als de ramp vandaag zou plaatsvinden, zouden toon en de omvang van de informatie volstrekt anders zijn.

"In verscheidene plaatsen in het westen van het land is een noodtoestand ontstaan door abnormaal hoge waterstand. Mededelingen hierover van uiteenlopende ernst bereikten ons tot nu toe uit Zwijndrecht, Dordrecht, Rotterdam, Maassluis, Willemstad, Cadzand, Meliszand, Kruiningen, Texel. Het KNMI schrijft de abnormaal hoge waterstanden toe aan het feit, dat de storm gepaard ging met springtij. Intussen neemt de storm langzaam af".
Het bulletin in geluid

Met die woorden opende de Radionieuwsdienst ANP zondag 1 februari 1953 de uitzendingen op Hilversum 1 en Hilversum 2. Het was, zes uur nadat het water Zuidwest-Nederland had overvallen, de eerste informatie die de bevolking over de watersnoodramp kreeg.
naar boven

Radionieuws in de jaren 50
De Radionieuwsdienst was in 1953 voor het Nederlandse volk de enige actuele nieuwsbron. Het Journaal bestond nog niet, laat staan teletekst en internet, en commerciële omroepen waren er evenmin. Op de twee radiozenders, Hilversum 1 en 2, had het ANP het monopolie op nieuws. De omroepen mochten in hun actualiteitenrubrieken pas nieuws brengen na de Radionieuwsdienst.

De nieuwsvoorziening van de omroep was ook verder strak gereguleerd. De Radionieuwsdienst zat in een villa op het Melkpad in Hilversum, vrijwel naast de AVRO-studio, maar mocht alleen binnenlands nieuws brengen dat eerst door het ANP in Den Haag op de telex was gezet.

De dienst bracht dagelijks zeven bulletins, samen 85 minuten radio. De eerste uitzending begon om 7.00 uur, 's zondags om 8.00 uur; de laatste om 23.00 uur. 's Nachts was de radio uit de lucht. Ook onder werktijd, 's ochtends tussen 8.15 en 13.00 uur, en 's middags tussen 13.15 en 18.00 uur, werd geen nieuws uitgezonden. De redactie telde slechts zeventien man, die dagelijks in drie ploegen werkten.

Maar de nieuwshonger was groot. De luisterdichtheid van de nieuwsbulletins overtrof die van alle andere radioprogramma's, inclusief de populaire bonte avonden. Gemiddeld luisterden - op een bevolking van tien miljoen! - 2,5 miljoen mensen naar het middagbulletin en meer dan 3 miljoen naar de ochtend- en de avondbulletins.

Bij uitzonderlijke nieuwsontwikkelingen waren dat er nog veel meer. En op 1 februari 1953 luisterde zonder twijfel de overgrote meerderheid van de bevolking. Op zulke dagen met groot nieuws verzorgde de Radionieuwsdienst ook extra uitzendingen. Op de eerste dag van de Watersnoodramp was zij 4,5 uur in de lucht.
naar boven

Eerste bericht over de ramp
Maar de dienst kwam die dag niet eerder in de lucht. Het eerste bericht over de ramp verscheen om 4.22 uur op het ANP-net. De ANP-correspondent in Zwijndrecht had het kort daarvoor doorgebeld aan de enige aanwezige ANP-redacteur in Den Haag, die vervolgens zelf aan het bellen was geslagen, en bevestigd had gekregen dat er inderdaad een noodsituatie was.

Bij de Radionieuwsdienst in Hilversum werd het bericht direct opgepikt. De redactie was 's nachts onbezet, maar het kwam regelmatig voor dat redacteuren wier dienst om 6.00 uur (op zondag om 7.00 uur) begon, daar 's nachts sliepen. Zo ook nu. De aanwezige redacteur werd gewekt door de alarmbel van de telex. Nadat er meer alarmerende berichten verschenen waren, wekte hij om half zes zijn hoofdredacteur, Sal Witteboon, die boven de redactie woonde.

Witteboon kwam meteen in actie. Hij belde de omroepen om extra zendtijd aan te vragen - die zoals gebruikelijk werd toegezegd - en probeerde toestemming te krijgen de uitzendingen eerder te laten beginnen. Dat laatste bleek onmogelijk. De bevoegde autoriteiten lagen te slapen; hun ondergeschikten durfden de knoop niet door te hakken. En zo opende de Radionieuwsdienst ook op de dag van de ramp pas om 8.00 uur de uitzendingen.
naar boven

Nieuws uit randgebieden
Op dat moment was de omvang van de ramp nog verre van duidelijk. De zwaarst getroffen gebieden waren telefonisch onbereikbaar en niemand kon het rampgebied in. De ziedende storm hield vliegtuigen en helikopters aan de grond, en weerhield schepen van uitvaren. Die situatie hield de hele dag aan, zodat de hulp van buiten op de eerste dag beperkt bleef tot welgeteld vier uitgeworpen rubberboten.

Maar uit de randen van het rampgebied kwam wel nieuws. Om 8.00 uur had al een groot aantal alarmerende berichten het ANP bereikt. Ook waren autoriteiten begonnen nieuws en oproepen direct aan de Radionieuwsdienst zelf door te bellen. Witteboon besloot daarom af te wijken van de regel dat de radio alleen binnenlands nieuws van de telex mocht brengen. Het eerste bulletin, normaal zo'n tien minuten, duurde daardoor direct al 23 minuten. Al om 9.30 uur volgde de tweede uitzending, die bijna een half uur duurde.

De berichten zelf, en vooral hun indrukwekkende aantal, waren alarmerend. Maar wie
het bewaard gebleven fragment van het eerste bulletin op deze site beluistert, krijgt uit de rustige toon van de nieuwslezer niet de indruk van een noodsituatie.

Die rust was heel kenmerkend voor de Radionieuwsdienst in de jaren vijftig - en stond in merkwaardig contrast met de spanning die sterverslaggevers als Jan de Troye wisten op te bouwen.
naar boven

'In alle situaties rust bewaren'
Hoofdredacteur Witteboon wilde dat de nieuwslezers in alle situaties de rust bewaarden. Nervositeit, opwinding en overdrijving moesten te allen tijde vermeden worden. Dat had te maken met de verzuiling. De omroepen en politieke partijen keken met argusogen toe of de neutrale Radionieuwsdienst - onder leiding van de socialist Witteboon - onpartijdig bleef.

Men had bovendien een enorme dunk van de invloed van de radio. Daar moest voorzichtig mee worden omgegaan. In 1954 stelde Witteboon in een lezing dat radioberichten, "die zo'n ontzettend grote verspreiding hebben", makkelijk psychosen konden veroorzaken. Hij had dat bijvoorbeeld gemerkt in 1952. Nadat in een hoorspel een gefingeerd bericht was voorgelezen over ruimtewezens die op weg waren naar de aarde, was zijn redactie overstroomd door paniekreacties.

Verder speelde mee dat de radio in gezinsverband beluisterd werd. Het hele gezin moest zwijgen als vader onder of na het eten het nieuws wilde beluisteren. Ook daarom moest de Radionieuwsdienst terughoudend zijn. "Een bericht dat, hoezeer verantwoord op zichzelf, in de huiskamer niet kan worden uitgesproken zonder de ouderen tegenover de jongeren in verlegenheid te brengen, moet in de uitzendingen van de nieuwsdienst achterwege blijven".
naar boven

Eerste doden
Toch waren de bulletins op de dag van de watersnoodramp schokkend genoeg. Tegen het eind van de ochtend kwam het eerste bericht over doden. Witteboon heeft later beschreven hoe:

"De telefoon belde.
Aan de andere kant van de lijn sprak een zware en vermoeide stem:

- U spreekt met de gemeenteopzichter van Hontenisse.

- Met wie zegt U?
- De gemeenteopzichter van Hontenisse.

- Ja, wat wou u zeggen?
- Zou u een bericht voor de radio willen omroepen?

- Wat voor bericht?
- Wilt u iedereen in Oost-Zeeuws-Vlaanderen vragen, zo gauw mogelijk met schoppen naar Walsoorden te gaan?

- Waarvoor is dat nodig?
- Ja meneer, er zijn hier vier gaten in de dijken geslagen en alles loopt
onder. Er zijn al acht mensen verdronken en als er niet gauw hulp komt, dan wordt het nog veel erger. Stuurt U dat bericht maar voor ons uit, asjeblieft. De burgemeester heeft het gevraagd..


Ik had het koud en huiverde. Tot de man, die naast mij zat, zei ik: 'De eerste slachtoffers. Ik vrees dat er nog wel meer komen'.

(Zie ook: het radionieuwsbericht van 13 uur en 18.15 uur)

Het dodental liep - omdat uit het centrum van het rampgebied vrijwel niets bekend was - die eerste dag maar langzaam op. In het begin van de avond meldde de Radionieuwsdienst 29 doden, halverwege de avond 39, en in de laatste uitzending van 1 februari, om 23.57 uur, 85.

Wat dat betreft was de berichtgeving dus tegengesteld aan die bij recente rampen als de Bijlmerramp en de vuurwerkramp in Enschede, toen de aanvankelijk zeer hoge schattingen uiteindelijk naar beneden moesten worden bijgesteld. Een huis in puin
naar boven

Radionieuwsdienst als coördinatiecentrum
Het telefoontje uit Hontenisse illustreert ook dat de kleine Radionieuwsdienst als nationaal coördinatiecentrum ging fungeren. De Rijksvoorlichtingsdienst werkte die eerste dag in het geheel niet, en ook andere nationale instanties bleven in gebreke.

Daarom belden burgemeesters, gemeenteambtenaren, politiemensen, militaire instanties, hulporganisaties en allerlei andere organisaties en particulieren de Radionieuwsdienst met het verzoek hun oproepen en mededelingen uit te zenden.

Dat bepaalde ook het karakter van de nieuwsbulletins. Een kleine selectie kan dat illustreren:

De pharmaceutisch inspecteur volksgezondheid, doctor Kedde, raadt de bevolking in de getroffen gebieden dringend aan water vóór gebruik te koken, als geen water meer kan worden verkregen uit de openbare waterleiding.

De bevelhebber in de derde militaire afdeling doet een dringend beroep op alle particulieren die beschikken over gemotoriseerde vaartuigen, herhaal v-a-a-r-t-u-i-g-e-n, in de provincie Noord-Brabant West van Breda en de provincie Zeeland, zich onverwijld te melden voor hulpverlening in de bedreigde gebieden op telefoonnummer 5741 of 5742 's Hertogenbosch, kengetal K 4100. Zij worden verzocht het materieel gereed te houden voor afvaart. Dit betreft dus geen voertuigen maar váártuigen.

De burgemeester van Spijkenisse heeft de noodtoestand voor Spijkenisse afgekondigd. Alle mannen van deze gemeente van vijftien tot 45 jaar wordt gelast zich onmiddellijk te melden met schop bij de molen van Spijkenisse. Tevens worden alle vrachtmotorrijtuigen met chauffeur gevorderd. Bij Simonshage is een groot gat in de dijk geslagen, waardoor al het water stroomt in de richting van Spijkenisse en Geervliet.


De politie in Gouda deelt mee, dat de weg van Gouda naar Utrecht via Oudewater niet berijdbaar is.

naar boven

Lof voor Radionieuwsdienst
De informatiestroom trok een zware wissel op de redactie. Redacteuren werkten door zolang zij konden. De eerst aanwezige redacteur, die 's ochtends om kwart voor vijf was begonnen, hield er pas om 19.00 uur mee op. De tweede werkte van 6 tot 17 uur.
Milo Anstadt
Milo Anstadt, die op deze site is geïnterviewd, arriveerde zondag tegen de nacht en werkte door tot de volgende ochtend half elf. De hele daaropvolgende week draaide hij van negen tot bijna twaalf uur durende nachtdiensten.

Door de inzet van de redactie werd de treurige week het hoogtepunt in haar geschiedenis. Vrijwel alle kranten schreven hoe belangrijk de radio in deze moeilijke omstandigheden gebleken was. En minister Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen schreef namens de regering "met bijzondere waardering" dat de Radionieuwsdienst "zijn nationale taak ten volle heeft begrepen en met inspanning van aller krachten heeft uitgevoerd". Daardoor waren, aldus Cals "de gevolgen van de ramp zoveel mogelijk beperkt gebleven en werd de nood zoveel mogelijk gelenigd".

De hoofdredacteur van het ANP ten slotte stelde dat de berichtgeving geheel in de gewenste geest was geweest: "met rustige ernst, waardig, ingetogen en zonder sensatie".
naar boven

 

Inhoud dossier

De ramp

Radionieuws ANP '53

Radio-reportages '53

Radio-journalisten '53

Foto's van de ramp

Eerste telexbericht

Radionieuwsberichten

Benefietwedstrijd '53

Recente reportages

Site tips