E-mails uit Eritrea  
 

Gedurende de Unmee-vredesmissie in Afrika hebben Nederlandse militairen elke week een bijdrage gestuurd over hun ervaringen in de bufferzone tussen Eritrea en Ethiopië. De laatste auteur voor terugkeer van de mariniers naar Nederland is luitenant-kolonel der mariniers Ton van Ede. Hij is de commandant van het Nederlands-Canadese bataljon dat op 11 juni haar Unmee-taken overdroeg aan een bataljon uit India.


Eritrea, 11 juni

Luitenant-kolonel Ton van Ede: 'Het gemis van de familie was zwaar, maar de missie was de moeite waard.'


Vandaag was een bijzondere dag. Precies om 12.00 uur werd met enig ceremonieel het commando over de Centrale Sector van Unmee overgedragen aan een bataljon uit India. Hoewel ik eigenlijk helemaal niet zo van ceremonieel houd, was dit toch een indrukwekkend en gedenkwaardig moment. Zes maanden geleden, op 11 december, werden de Nederlandse onderdelen van het Nederlands-Canadese bataljon (Necbat) operationeel in de Sector. De Canadezen volgden onmiddellijk na de Kerst. Daarmee waren we twee maanden eerder dan de andere bataljons van Unmee.

Luitenant Van EdeOp een moment als vandaag past de vraag of het de moeite waard was. Ik meen dat die volmondig met "ja" kan worden beantwoord. De snelle ontplooiing van Necbat bracht stabiliteit in een onrustig gebied en versterkte het vertrouwen van de lokale bevolking in het vredesproces. Als we nu de balans opmaken zien we dat de Tijdelijke Veiligheidszone (Temporary Security Zone, oftewel TSZ) is gerealiseerd op 18 april, de militaire eenheden van Eritrea en Ethiopië zijn teruggetrokken en gedeeltelijk zijn gedemobiliseerd en het civiele (Eritrese) bestuur is teruggekeerd in de TSZ. Daardoor konden vele tienduizenden ontheemden terugkeren naar hun dorpen en huizen. Ook hulporganisaties zijn inmiddels actief in de TSZ om deze mensen te helpen met o.a. drinkwater, voeding en medische zorg.

Met name de ongelooflijke blijheid en dankbaarheid van de mensen die terugkeren naar hun huizen, in het door oorlog verwoeste gebied, is een zeer tastbaar resultaat van de missie. Dit resultaat is natuurlijk niet alleen door de snelle ontplooiing van Necbat gerealiseerd. Ook het politieke krachtenspel, de druk van donorlanden en de Wereldbank en de resoluties van de Veiligheidsraad van de VN speelden daarin een belangrijke rol. De persoonlijke rol van de Speciale Afgevaardigde van de Secretaris-Generaal van de VN, de heer Legwaila, en de rol van onze Force Commander, Generaal Majoor Cammaert, was zeker ook een belangrijke factor. Wel heeft de duidelijke presentie van Necbat in de Centrale Sector bij aanvang van de Unmee-missie in belangrijke mate hebben bijgedragen aan het klimaat waarin die andere actoren de nodige doorbraken in het vredesproces konden bewerkstelligen.

Speciale Afgevaardigde Legwaila benadrukte vandaag nog eens in zijn toespraak dat het personeel van het bataljon uitstekend werk heeft geleverd. Toch ben je als militaire eenheid in een pure vredesoperatie, zoals Unmee, ook afhankelijk van de bereidheid van anderen om mee te werken. Je kunt binnen het mandaat van zo'n vredesoperatie niet alles met militaire middelen afdwingen. De kunst is om de partijen zo te beïnvloeden dat zij de juiste keuzes maken. Actieve patrouillegang en alert reageren op incidenten vormt het eerste been waarop de missie rust. Het andere been bestaat uit het onderhouden van intensieve contacten met lokale autoriteiten maar ook met geestelijke leiders, gecombineerd met een aantal projecten waarmee we concrete hulp konden bieden. Het draagvlak bij de lokale bevolking, zowel in Ethiopië als Eritrea, is voor het bataljon vanaf het begin een van de meest kritische succesfactoren geweest.

Het resultaat is dus tastbaar en stemt tot voldoening. Net zoveel voldoening heb ik over het feit dat ons personeel zes maanden lang op hetzelfde hoge peil en met hetzelfde hoge moreel heeft gefunctioneerd. De omstandigheden, en met name de voortdurende positieve houding van de lokale bevolking, zullen daar zeker aan hebben bijgedragen. Ook het rotatiesysteem van taken en de diverse sportevenementen was belangrijk. Maar als de kwaliteit van het personeel niet goed is, dan helpen die factoren ook niet. Ik ben dan ook trots op ons personeel, zeker ook op alle jonge militairen van 18 en 19 jaar, soms net van school, die het hier uitstekend hebben gedaan. Diezelfde conclusie had ik in Cambodja in 1993 als compagniescommandant ook al. Ik geloof dan ook totaal niet dat de jeugd van tegenwoordig minder is dan die van vroeger. Ook de kwaliteit van ons middenkader (de sergeanten en korporaals) is er in de afgelopen jaren absoluut op vooruit gegaan. Dat stemt hoopvol voor de toekomst.

In de komende dagen proberen we de verdere afwikkeling hier veilig te laten verlopen. Tot nu toe is het erg goed gegaan, maar een ongeluk zit in een klein hoekje, zeker in dit bergachtige terrein. Hoewel vandaag een gedenkwaardig moment was, heb ik nog niet het gevoel dat de missie over is. Mijn missie is pas over als de laatste man of vrouw op 22 juni a.s. weer veilig in Nederland arriveert. Persoonlijk beschouw ik het een enorm voorrecht dat ik onder deze omstandigheden leiding mocht geven aan dit bataljon. Wezenlijk was het niet zo anders dan met de compagnie in Cambodja. Leiding geven aan meer mensen is niet noodzakelijkerwijs moeilijker. Zeker niet als je gezegend bent met zeer goede ondercommandanten en een bekwame en enthousiaste staf. Toch blijf ik het wel bijzonder vinden om mensen doelen voor te houden, te motiveren en de gezamenlijke inspanning van al die verschillende elementen van het bataljon te coördineren, en dan te zien dat het werkt, niet alleen in het begin, maar tot het eind. Dit werk geeft me erg veel bevrediging.

Natuurlijk lukt dat alleen maar als er geen zorgen zijn die afleiden van het werk. Die zijn er voor mij gelukkig niet. Mijn vrouw Geke is er na 25 jaar Korps Mariniers aan gewend om zelf de zaken te regelen (If you think being a marine is tough, try being a marine's wife!). Door haar positieve houding en actieve benadering van het gezinsleven lijken onze drie zonen niet te lijden onder mijn afwezigheid. Het GSM-telefoon systeem dat we hier hebben maakt het trouwens heel gemakkelijk om contact te houden met thuis. Mijn oudste zoon Joost (17) stuurt meestal SMS-berichten, vooral 's nachts om 04.00 uur uit de kroeg. Dat heeft me geleerd de telefoon 's nachts uit te zetten. Mijn tweede zoon Freek (16) laat mij over de telefoon horen hoe hij weer een aantal nieuwe "songs" kan spelen op zijn basgitaar. En Egbert, mijn jongste zoon (13), heeft het meestal over rode kaarten op school en ander kattekwaad, waar hij dan ook nog trots op schijnt te zijn. Prachtige kerels. Het zal heerlijk zijn als de GSM vanaf volgende week niet meer nodig is voor contact met Geke en de kinderen.

Hoewel het gemis van (en voor) het gezin natuurlijk zwaar weegt heb ik geen enkele twijfel over het nut van onze missie hier en de afwezigheid van ruim zes maanden. De Unmee-missie was voor Necbat, maar zeker ook voor mijzelf, zeer de moeite waard!

Commandant van het Nederlands-Canadese bataljon Ton van Ede


Eritrea, 4 juni

Luitenant-kolonel Ton Tieland: 'Het grote bevoorradingskamp dat wij hier gebruiken, wordt niet overgenomen door onze opvolgers uit India. Die hebben een ander bevoorradingssysteem en hebben deze plek niet nodig. Alles opruimen dus.'
Lees verder


Eritrea, 14 mei

Marinier Driessen: 'Ondanks het terugtrekken van Eritrese en Ethiopische militairen blijven we de veiligheidszone controleren; eventuele troepen- of materieelverplaatsing wordt zo snel mogelijk doorgegeven.'
Het verkenningspeloton
Lees verder


May Mine, 10 mei

Marinier Quintijn Derksen, C-compagnie: 'De prins werd ontvangen door heel veel rondvliegende popcorn. Hij was hier niet op bedacht en zijn gezicht sprak boekdelen toen hem dit overkwam.'
Lees verder


Eritrea, 7 mei

Marinier Reinders: ''Om negen uur kwam de Kroonprins zelf aangevlogen met een Chinook helikopter van de Koninklijke Luchtmacht. Onze prins was gekleed in zijn marine uniform en verbleef voor twee uur op ons kamp.
'
Lees verder


Adigrat, 1 mei 2001


Commandant van de Bravo compagnie, majoor der mariniers Jarst de Jong: 'We zitten in een luxe gevangenis.'
Lees verder



Het contract wordt getekend Adi Quala, 22 april 2001

Sergeant-majoor Van Zwet: 'Cimic voert verschillende projecten uit, zoals het aanleggen van een toilet-unit bij een school met 2000 leerlingen.'
Lees verder



Eritrea, 17 april

Luitenant ter zee, Gerrit van de Haar: 'Uit gesprekken met nogal wat collega's bleek mij dat de armoede die men hier ontmoet diepe indruk maakt.'
Lees verder


Eritrea, 10 april

Sergeant-majoor Ed Raadgever: 'We voorspellen het weer voor de vliegende bemanning.'
Lees verder



Eritrea, 2 april

Elco Tissen, Marinier Eerste Klas Algemeen Kort Verband: 'Een uitstapje naar een eiland, een barbecue, fitnessen, maar ook administratief werk en wachtlopen.'
Lees verder


Eritrea, 27 maart

Matroos Wiepking, kok bij de Charlie Compagnie, te May Mine, Eritrea: 'In het kombuis staan we hier met vier koks en bereiden we drie keer per dag voor ongeveer 153 man een maaltijd.'
Lees verder

Arjan van Gelder

Adigrat, 17 maart


Arjan van Gelder, eerste luitenant der mariniers Pelotonscommandant 3e peloton Bravo-compagnie: 'Een week op VN-missie'.
Lees verder



May Mine, 12 maart


Marinier eerste klasse en PATRIA-chauffeur Mooij: 'De troepen trekken zich terug, maar net buiten de TSZ verschijnen alweer de eerste stellingen. Een gebed zonder einde? Nee, ik denk van niet.'
Lees verder

De nieuwe lokatie van het checkpoint van de Alfa compagnie bij de Mereb rivier. Op de achtergrond is de oude brug zichtbaar die aan de zuidzijde is opgeblazen.
Adi Quala, 4 maart


Mariniers Van de Vliet en Verkuijl op patrouille: 'Een ongeval waarbij een kindje omkomt, vertrekkende militairen uit de veiligheidszone, vluchtelingen en een paar cafébezoekers.'

Lees verder


Checkpoint Zela Ambesa, 25 februari

Eerste luitenant Bert Mafait: 'Ethiopische militairen verlaten zingend de veiligheidszone.'
Lees verder


Eritrea, 19 februari

Vliegend personeel van de Luchtmacht: 'Vliegen onder deze Afrikaanse omstandigheden is niet te vergelijken met wat we in Nederland gewend zijn.'
Lees verder




Eritrea, 12 februari

Marinier Ronald Laros: 'Door hard werken staat de helft van de tenten al op steigers, maar af en toe is er ook tijd voor zon, zee en snorkelen.'

Lees verder



Adigrat, 29 januari

Korporaal John Postmus: 'We gaan in groepjes dorpen verkennen en routes in kaart brengen; een drukke baan.'
Lees verder



Eritrea, 21 januari


Majoor Maarten Post: 'Een bezoek van de Speciale Afgevaardigde van de VN en een schietincident. Voor NECBAT is het echte werk begonnen en we zien uit naar de komende maanden.'
Lees verder



Eritrea, 15 januari

Luitenant-kolonel Hans Ruiter: 'De mariniers zijn al bezig met het aanleggen van tuintjes met cactussen.'
Lees verder



Eritrea, 8 januari

Majoor Maarten Post: 'Nasi als kerstdiner, een telefoontje van mijn zoon: een goede start van de missie'
Lees verder


Hoofdpunten pagina
Overzicht dossiers

Inhoud dossier vredesmissie

Nieuwsoverzicht
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari
December
November
Oktober

E-mails uit Eritrea

De oorlog tussen Eritrea en Ethiopië

De aanloop tot de vredesmissie

De Unmee-militairen in Eritrea

Verslag van Commissie-Bakker over uitzending Nederlandse blauwhelmen naar VN-vredesmissies

Factsheet Eritrea

Factsheet Ethiopië

NOS-reportages

Site tips