|
Adi Quala, 22 april 2001
Sergeant-majoor Van Zwet: 'Cimic voert verschillende projecten
uit, zoals het aanleggen van een toilet-unit bij een school met
2000 leerlingen.'
De Alfa-compagnie is inmiddels al ruim vier maanden in Eritrea en
heeft zijn handen vol aan allerlei militaire taken zoals het rijden
en lopen van patrouilles. Verder bemannen we checkpoints en observatieposten.
Ook verzorgen we de Quick Reaction Force (QRF) voor het bataljon
en de werkzaamheden in en rond het kamp.
Maar er is nog meer en dat zijn de CIMIC projecten, kleinschalige
projecten in de omliggende dorpen rond ons kamp. CIMIC staat voor
Civil Military Co-operation. Reeds in het begin van de missie heeft
er een inventarisatie plaatsgevonden van verschillende projecten.
Deze projecten kunnen onder andere zijn: het renoveren van scholen,
noodzakelijke artikelen voor het ziekenhuis en het repareren van
een dieselgenerator. Dit is in nauwe samenspraak gedaan met de mariniers
van de Alfa-compagnie en de burgerbevolking in de omgeving van ons
tentenkamp.
Natuurlijk is er voor deze projecten geld nodig. Voor de Unmee-missie
heeft de Nederlandse Ambassade te Asmara hiervoor een 'potje'. Uit
dit 'potje' heeft men de verschillende compagnieën een bedrag toebedeeld
om daarmee een aantal van dit soort projecten op te starten. De
Alfa-compagnie heeft op het ogenblik zeven lopende projecten: vijf
scholen, een ziekenhuis en een reparatie aan een diesel generator.
De projectlocaties liggen zowel in Ethiopië als in Eritrea.
Zo
ligt er op nog geen 20 kilometer van ons kamp een dorpje genaamd
Endagherghish. In dit dorpje staat project nummer 6, een primary
school. Deze lagere school heeft geen sanitaire voorzieningen. Dit
is vooral schrijnend gezien het grote aantal leerlingen: 2000. Zij
doen allen hun behoefte buiten de school in de vrije natuur. Om
een idee te geven: de leerlingen gaan in groepen naar school, in
de ochtend de ene helft en in de middag de andere helft. Het zal
dus niet vreemd in de oren klinken dat wij hier een toilet-unit
proberen te realiseren. Op 13 april werd het contract met de lokale
aannemer getekend en is er een voorschot betaald.
Inmiddels
is men druk bezig met de eerste werkzaamheden, het graven van een
gat. Dit is in Eritrea een erg arbeidsintensieve bezigheid, omdat
de grond uit rotsen bestaat en machines bijna niet te betalen zijn
(foto 3 en 4). Eind mei moet het project klaar zijn. Dat komt dus
neer op ongeveer 47 dagen, hetgeen voor Westerse begrippen behoorlijk
lang is voor een eenvoudig toiletje. Wanneer je je echter bedenkt
dat hier geen doe-het-zelf-winkels zijn en sommige materialen van
heinde en ver moeten komen dan valt het best wel mee. Zo worden
bijvoorbeeld de bouwstenen op de werkplek zelf 'gebakken in de zon'.
Voor dit project zijn er zo'n kleine 4000 nodig en dit kost natuurlijk
tijd.
Regelmatig brengen we een bezoek aan alle projecten om te zien of
er nog problemen zijn en hoe het met de voortgang staat. Veelal
kunnen we de problemen ter plekke oplossen. Af en toe hebben we
een tolk nodig die dan met ons mee gaat. Dit is niet in alle gevallen
noodzakelijk, daar men op de scholen redelijk Engels spreekt. Vooralsnog
rekenen wij erop dat alle projecten gerealiseerd zijn voor ons vertrek
uit Eritrea in juni. Dan is natuurlijk nog lang niet alle nood gelenigd,
maar in deze landen helpen alle kleine beetjes.
Michel van Zwet, Sergeant-majoor der mariniers
|