|
De aanloop tot de vredesmissie
|
|
Correspondent
Margriet Brandsma in Eritrea
Verslag
door Frank Havik van de open dag van de legereenheden
Na veel en lange discussies zijn ongeveer
1500 Nederlandse mariniers naar de hoorn van Afrika uitgezonden om
toe te zien op het staakt-het-vuren in de grensstrook van Eritrea
en Ethiopië. Nederland lijkt extra voorzichtig geworden na de conclusies
van de parlementaire commissie-Bakker. De commissie onderzocht de
Nederlandse deelname aan vredesmissies, waarbij het vooral ging om
het Srebrenica-trauma na het optreden in voormalig Joegoslavië.
De commissie-Bakker concludeerde begin september dat Nederland tot
nu toe onverantwoordelijk is geweest in het deelnemen aan vredesoperaties.
In de toekomst zou de Kamer dus beter worden geïnformeerd om een weloverwogen
beslissing te kunnen nemen, zo luidt een aanbeveling van de commissie.
De Tweede Kamer vindt dit echter niet nodig en neemt afstand van een
van de belangrijkste adviezen van de commissie.
Half
september is door de Veiligheidsraad van de VN besloten dat er een
missie naar Eritrea en Ethiopië moet komen. Secretaris-generaal Kofi
Annan van de VN had laten doorschemeren een Nederlandse bijdrage op
prijs te stellen. Nederland twijfelde nog.
Minister De Grave van Defensie wilde dan ook weten van zijn Amerikaanse
collega Cohen weten of de VS de missie steunt. Veel wilde De Grave
niet loslaten over de gesprekken die hij voerde met Cohen en met Annan.
Wel zei hij "verduidelijking" te hebben gekregen over de vragen waar
Nederland mee zat. De secretaris-generaal heeft later ook laten weten
dat er geen extra grote risico’s zijn voor de Nederlandse militairen.
Volgens hem is de missie niet zo gevaarlijk als andere operaties waar
militairen betrokken raken in "interne conflicten met krijgsheren".
Verder worden de mariniers na zes maanden afgelost.
|
| |