Onderstaande verklaring is de letterlijke
tekst zoals premier Balkenende de ontslagaanvraag van het kabinet
woensdagmiddag 16 oktober verwoordde in de Tweede Kamer.
Meneer
de Voorzitter,
Het is met grote spijt dat ik hier vandaag in uw Kamer verschijn.
Spijt vanwege de aard van mijn boodschap. Maar spijt zeker ook vanwege
het moment waarop. Ik kan mij goed voorstelen dat verschillende
van uw afgevaardigden, maar ook heel veel mensen thuis, vooral hun
teleurstelling over dat laatste hebben uitgesproken.
Gisteren was op de eerste plaats de dag van de uitvaart van
Prins Claus en had dat vooral ook moeten blijven. Voor de Koninklijke
familie en voor ons gehele volk.
Dat er gisteravond een ministerraad was uitgeschreven had te
maken met het debat over de uitbreiding van de Europese Unie en
de wens om de Kamer zo snel mogelijk te kunnen informeren over het
standpunt van het kabinet.
Aan die discussie zijn wij gisteravond niet toegekomen omdat de
vergadering in het teken kwam te staan van ontwikkelingen binnen
één van de coalitiepartijen.
Meneer de Voorzitter,
Op 15 mei heeft de kiezer zich onomwonden uitgesproken. De verkiezingsuitslag
wees helder en duidelijk in de richting van een kabinet bestaande
uit CDA, LPF en VVD. Door de vorming van dit kabinet werd recht
gedaan aan de duidelijke wens die de kiezers op 15 mei kenbaar hadden
gemaakt. Een andere coalitie was ook niet denkbaar. Het kabinet
heeft op de verkiezingsuitslag ook het regeerprogramma gebaseerd:
duidelijkheid en daadkracht; voor waarden en normen, voor openheid
en transparantie.
Het kabinet is direct na zijn aantreden met voortvarendheid
aan de slag gegaan. Dat was nodig, ook gezien de financieel-economische
ontwikkelingen. Daarbij waren er, voorafgaande aan de Algemene Beschouwingen,
weliswaar in de marge enige aanloopproblemen, maar het resultaat
was dat er vergaande en noodzakelijke beslissingen werden genomen,
en dat er een doorwrochte begroting en een beleidsprogramma tot
aan 2006 met ingrijpende beleidsvoornemens zijn gepresenteerd. Tot
op het laatst is er in de Treveszaal in eenheid en in gezamenlijkheid
geregeerd met als laatste resultaat de besluitvorming over een ambitieus
veiligheidsplan afgelopen vrijdag.
Tot mijn spijt heb ik de afgelopen dagen moeten constateren
dat er binnen het kabinet tussen enkele ministers van de LPF een
vertrouwensbreuk is ontstaan. Daarbij ging het nadrukkelijk niet
om een conflict over de inhoud van het beleid.
Het ging uitsluitend om de vraag hoe mensen met elkaar omgaan, binnen
de LPF-geleding.
Ik heb de afgelopen dagen achter en voor de schermen alles gedaan
wat naar mijn mening nodig en mogelijk was om het tussen de ministers
ontstane probleem op te lossen. Ik heb dat gedaan vanwege het belang
van een goed bestuur, en in een uiterste poging recht te doen aan
de verkiezingsuitslag. Dat is mij helaas niet mogelijk gemaakt.
In de vergadering van de ministerraad van gisteravond heb ik
moeten constateren dat het conflict tussen beide ministers zodanige
vormen had aangenomen dat ook de andere bewindspersonen van de LPF
niet langer bereid waren om met hen in één kabinet
samen te werken. Na deze gebleken vertrouwensbreuk tussen de bewindspersonen
van de LPF heb ik de ministers van VWS en EZ gevraagd om daaraan
hun consequenties te verbinden en op eigen initiatief ontslag te
vragen. Dat beroep op deze beide ministers werd ondersteund door
alle andere leden van het kabinet. Ik heb beide ministers de gelegenheid
gegeven op dit dringend beroep hedenochtend antwoord te geven. In
de loop van deze dag hebben beide ministers mij laten weten dat
zij hun ontslagaanvrage zouden indienen. Dat is inmiddels gebeurd.
Meneer de Voorzitter,
In de ministerraadsvergadering van gisteravond heb ik ook aangekondigd
vandaag overleg te zullen voeren met de voorzitters van de fracties
waarop het kabinet steunt. Dit gelet op de situatie binnen het kabinet,
alsmede op de aanhoudende discussies binnen en rond de LPF-fractie
en de LPF-partij. Mede op basis van deze consultaties heb ik de
conclusie getrokken dat er geen basis meer is voor een verdere vruchtbare
en duurzame samenwerking binnen de coalitie. Ik heb die conclusie
hedenmiddag aan de vergadering van de ministerraad voorgelegd. Op
grond daarvan ben ik voornemens om aan Hare Majesteit de Koningin
het ontslag aan te bieden van alle na het vertrek de ministers van
VWS en EZ resterende ministers en staatssecretarissen.