|
Negentien bergjes tussen Brugge en Meerbeke |
05-04-2003 |
Voorbeschouwing
met Servais Knaven
Voorbeschouwing
met Theo de Rooy
'Vlaanderens Mooiste' is de veelzeggende koosnaam voor de eerste Belgische
wereldbekerwedstrijd van het seizoen. Hoog op de verlanglijst van
iedere renner, daar winnen en je naam is gevestigd.
'Goede
benen' volstaan niet. Veel, zo niet alles, draait om positionering
in deze topklassieker. En daarvoor is naast stuurmanskunst, routine,
sluw- en alertheid, geluk en uithoudingsvermogen een flink portie
lef gevraagd. Die lef is nodig om de smalle met kasseienwegen bedekte
en soms spiegelgladde klimmetjes, goed over te komen. Een selectie
van enkele van de negentien obstakels, die het peloton in de 88ste
editie voor de kiezen krijgt.
Kluisberg
Na 161 kilometer is deze sinds 1970 geasfalteerde 1.100 meter lange
klim meestal het eindpunt voor de mindere goden. De wedstrijd maakt
speciaal voor de Kluisberg, met een maximaal stijgingspercentage 15
procent, een kort uitstapje naar Wallonië.
Knokteberg, Oude Kwaremont en Paterberg
Tussen de kilometerpalen 170 en 180 komt de finale langzaam maar zeker
op gang. De Knokteberg, een 1.100 meter lange, smalle asfaltweg met
een gemiddeld stijgingspercentage van 8 procent, is de opwarmer van
de drie. Erna hebben de renners enkele kilometers om in de uitgedunde
voorste groep de ploegenorganisatie op orde te brengen. Want vanaf
de smalle aanloopstraat naar de Oude Kwaremont is het spel op de wagen.
De Oude Kwaremont begint met 600 meter asfalt, maar daarna is het
naar de top 1.600 meter klimmen over kasseien. Tijd om op adem te
komen is er nauwelijks, want de Paterberg volgt vrijwel meteen. En
geeft de eerste indicatie van de fysieke gesteldheid van de toppers.
Op de 350 meter lange, gemiddeld met 12,5 procent omhooglopende smalle
kasseiweg, is het moeilijk toneelspelen.
Koppenberg
Deze legendarische bult maakte vorig seizoen zijn rentree in de Ronde.
Tussen 1976 en 1987 was het vaak spektakel in Melden, waar steeds
meer toeschouwers samendromden en de doorgang voor de coureurs met
het jaar smaller werd. "Te gevaarlijk", oordeelden velen
en in 1987 werd er naar hen geluisterd. Maar wel pas nadat de Deen
Jesper Skibby met een zware valpartij als het spreekwoordelijke kalf
gefungeerd had: de weg was zo smal dat een jurywagen over de wielen
van Skibby's fiets reed om een opstopping te voorkomen. De Koppenberg
verdween uit het routeschema.
In 2002 werd voor veel geld de kasseienweg opnieuw gelegd, terwijl
tijdens de wedstrijd het publiek met dranghekken op afstand gehouden
werd. Het ging allemaal goed, zodat tot vreugde van de fans de 550
meter lange klim (gemiddelde stijging 11,6 procent) dit jaar weer
op de rol staat.
Tenbosse
Een
merkwaardig fenomeen, de Tenbosse. Officieel pas in 1997 als helling
in het koersboek opgenomen, maar al langer onderdeel van 'Vlaanderens
Mooiste'. De 250 meter lange, gestaag met 11 procent oplopende asfaltweg,
is tenslotte niet de kwaaiste kuitenbijter van de dag. Maar het was
niemand minder dan Johan Museeuw die aantoonde dat de Tenbosse meer
is dan een stuk 'vals plat'. In 1995 zorgde de Belgische wielerlegende
er voor de eerste schifting in de door hem gewonnen editie. En dat
leverde de Tenbossestraat twee jaar later eindelijk de kwalificatie
'helling' op. "Overdreven", vond Museeuw zelf.
Berendries
Na 223 kilometer moet in Brakel deze oude bekende genomen worden.
De Berendries maakt sinds
1983 deel uit van de Ronde en in de week voorafgaand aan de wedstrijd
zit de 900 meter lange klim ook in de Driedaagse van De Panne. Een
helling met weinig geheimen dus en al helemaal niet voor oud-winnaar
Peter van Petegem, ook deze keer één van de favorieten.
De Vlaming is in Brakel geboren en getogen.
Kapelmuur
De beruchte Kapelmuur, beter bekend als de Muur van Geraardsbergen,
is onbetwist de zwaarste klim van de dag. Tot 1970 waren liefst 825
meters geplaveid met kasseien, tegenwoordig voert alleen de laatste
halve kilometer over het hobbelende gesteente. Na deze aflevering
worden de stenen overigens herlegd. Op de 'Muur', na 239 kilometer,
is drievoudig winnaar Johan Museeuw immer van voren te vinden. Niet
voor niets, want het selectieve gezelschap dat doorgaans de eindzege
gaat betwisten, krijgt hier gestalte.
Bosberg
Kort na de Kapelmuur is deze berg dé plek waar duidelijk wordt
wie de sterkste van de dag is. Degene die na 475 meter klimmen het
eerst over de top rijdt, is
meestal dezelfde als degene die op de hoogste trede komt te staan.
Immers, wil je eventuele medevluchters in Meerbeke in de sprint verslaan,
dan moet je op de Bosberg controleren. En is een renner niet van zins
Meerbeke in gezelschap van collega's binnen te fietsen, dan is de
Kapellestraat (deels kasseien) de plek om afscheid te nemen. Tweevoudig
winnaar Edwig van Hooijdonk dankt er zijn bijnaam aan. In 1989 en
1991 sloeg 'Eddy Bosberg' op de helling met een gemiddeld stijgingpercentage
van 8,4 procent zijn slag.
Na de Bosberg is het nog een kleine tien kilometer over vlakke wegen
naar het bevrijdende finishdoek. In de afgelopen twee jaar vond juist
in dat gedeelte de beslissing plaats. Vorig jaar ging de beresterke
Andrea Tafi er op vijf kilometer van de streep vandoor, terwijl Gianluca
Bortolami twee jaar terug, alle kilometers over bergjes en kasseien
ten spijt, pas in de slotmeters Erik Dekker en de inmiddels overleden
Denis Zanette achter zich liet. |
|
|