|
Het
is het grote afzien. Pure heroïek. Rijden door stof en modder
over de oneindige, eeuwenoude kasseistroken waarop de jongens van
de mannen worden gescheiden. Oftewel Parijs-Roubaix komt er weer
aan. De oudste wereldbekerkoers is omgeven met anekdotes. Winnaars
worden met gouden letters in de wielerannalen bijgeschreven.
Maar
wat maakt 'De Hel van het Noorden' zo speciaal? Waarom steken sommige
renners er altijd alleen op de Franse wegen bovenuit? En welke speciale
voorbereiding vergt het rijden van de derde wereldbekerwedstrijd
van het seizoen? Wie kan er beter antwoord op geven dan Tristan
Hoffman? De 33-jarige Gelderlander is een typische exponent van
Parijs-Roubaix. De wedstrijd haalt bij de CSC-renner het beste boven.
Hij was in de edities van 2002 én 2000 vierde en kwam in
geen andere WB-koers zo dicht bij het podium.
"Parijs-Roubaix is zeker één van de hoogtepunten van het seizoen,
samen met de Ronde van Vlaanderen. In de finale blijven de sterksten
over. Uiteindelijk zullen de watjes niet van voren zitten, hoewel
die er misschien niet eens meer zijn in het peloton. Want iedereen
is tegenwoordig in de winter heel geconcentreerd met zijn voorbereiding
bezig. Maar als je goed bent en twee lekke banden krijgt, dan ben
je alsnog gezien. Het hangt dus ook van geluk af, maar dat moet
je afdwingen."
Verende
voorvork
"Sowieso moet je goede benen hebben. Het komt in Parijs-Roubaix
aan op hard trappen. Daarnaast is het het beste om zoveel mogelijk
midden op de kasseistroken te rijden. In de goten - aan de zijkanten
- is de kans op lek rijden groter, maar je kunt natuurlijk niet
altijd kiezen.
Verder
doe ik minder lucht in mijn banden om meer comfort op de fiets te
krijgen. Ik probeer alles zoveel mogelijk hetzelfde te houden met
alleen iets dikkere banden voor de betere grip. Ik ben geen voorstander
van een verende voorvork. Als je je positie op de fiets verandert
ten bate van het comfort, dan lever je deze winst weer in omdat
je afwijkt van je ideale positie.
Waarom ik juist in Parijs-Roubaix zo goed presteer? Ik heb lang
en veel in de winter gecrosst en in Parijs-Roubaix komt het ook
neer op veel crossen. Ik heb er daarom meer gevoel voor. Johan Museeuw
heeft ook gecrosst. Een winnaar is een typische klassiekerrenner
en hij moet behendigheid bezitten. Met name als het regent en je
niet zo behendig bent, dan ben je echt in het nadeel.
Ze zeggen dat een coureur groot en zwaar moet zijn, maar dan is
de kans op lek rijden groter. Je moet natuurlijk ook niet te licht
zijn, want dan stuiter je alle kanten op. De oudere coureurs zijn
wel in het voordeel. Zij hebben veel ervaring en weten wanneer je
van voren moet zitten. Iemand van boven de 30 heeft ook meer macht
in de benen. En er is nu een groep renners die langer doorgaat met
fietsen en de laatste jaren steeds vooraan zit. Van mij mag die
lijn doorgetrokken worden."
Kroon
"Het
is niet realistisch om voor de overwinning te gaan. In de klassiekers
is het niet zo gegaan als ik wou. In de andere klassiekers reed
ik wel goed, maar heb ik nog geen plaats in de toptien gereden.
Ik mis net even de scherpte. Het seizoen is tot nu toe nog magertjes.
Ik hoop maar dat het weer wat beter gaat.
Ik ben niet ziek, maar wel moe van de klassiekers; overigens niet
meer dan andere jaren. Ik leef er de hele winter naar toe en dat
wil je graag terugzien in de resultaten. Je moet een keer een beetje
het geluk mee hebben en dat heb ik nog niet gehad.
De favorieten zijn dezelfde renners als in voorgaande jaren. Ik
rijd niet op één renner. Ik wil gewoon met de besten meerijden.
Bij ons in de ploeg is iedereen ziek, zwak en misselijk. Het wordt
niet bij voorbaat bepaald wie voor wie rijdt. We zien wel hoe het
in de koers loopt, maar zoals het er nu naar uit ziet ben ik één
van de beteren.
Ik ga proberen een goede finale te rijden en dan zien we wel. Dan
kan er van alles gebeuren. Een overwinning zou natuurlijk de kroon
zijn op mijn hele carrière. Ik heb veel in de buurt van het podium
gereden en dan wil je ook een keer aan de beurt komen."
|