|
Een
oranje mensenzee bevolkt zaterdag de Jaizkibel weer. Uit duizenden
kelen klinkt 'venga, venga, venga' om de Baskische favorieten
naar de zege te schreeuwen. De Clásica San Sebastián
zal weer worden aangegrepen om het Baskische nationalisme uit te
dragen. Het Baskenland is de broedplaats voor Spaans wielertalent.
Het nationalisme en de wielersport gaan er al meer dan een eeuw
hand in hand.
Nederland kent een kleine tweehonderd wielerverenigingen op een
bevolking van zestien miljoen inwoners. De drie miljoen mensen in
het Baskenland (Euskadi) kunnen kiezen uit zo'n driehonderd fietsclubs.
Nog wat getallen: het profpeloton telt 60 Baskische renners. Dat
is één coureur per 50.000 Basken, terwijl in de rest
van Spanje per 390.000 mensen één professionele wielrenner
te vinden is. Geen toeval, volgens Mark A. Hill die een studie heeft
gewijd aan de Baskische wielersport en zijn bevindingen vastlegde
in The History & Importance of Cycle Sport to the Assertion of
the Basque National Identity.
Het fundament van de wielertraditie werd gelegd aan het eind van
de negentiende eeuw. Het Baskenland en Catalonië vormden de
centra van de industrialisatie in Spanje. De in het noordwesten
van Spanje overheersende ijzer- en staalindustrie leverde de fietsen
voor de wielrenners. Fabriekseigenaren wilden graag hun naam verbinden
aan de sport, aangezien in het pre-autotijdperk de fiets als symbool
van de moderne tijd werd gezien. Daarmee werd in het Baskenland
de kiem voor de Spaanse wielersuccessen gelegd en kreeg de Baskische
eigenwaarde een nieuwe impuls.
Wederzijdse
beïnvloeding
Het wielrennen en het Baskisch nationalisme beïnvloedden elkaar
sindsdien wederzijds, waarbij de sport het nationalisme aanwakkerde.
In het begin van de 20ste eeuw werden er al veel lokale en regionale
koersen georganiseerd. Typerend voor de situatie in Spanje was dat
de Ronde van het Baskenland al in 1924 de eerste editie beleefde,
terwijl de veel beroemdere Vuelta a España pas in 1935 het
levenslicht zag.
De instabiele politieke situatie op het Iberisch schiereiland vanaf
begin jaren twintig remde de groei van het Baskische wielrennen.
Onder de generaals Primo de Rivera (1923-1930) en Franco (1936-1975)
werden regionaal-nationalistische uitingen onderdrukt. Tijdens het
Franco-regime beleefde de wielersport in het Baskenland de zwartste
dagen. Hij zag het wielrennen als nationalistische uiting en verbood,
nadat hij de Spaanse Burgeroorlog had gewonnen, bijvoorbeeld de
Ronde van het Baskenland tot 1969.
In de laatste jaren van Franco's regeerperiode kwam er geleidelijk
verbetering in de situatie, maar pas
na het overlijden van de dictator in 1975 kon openlijk de weg naar
boven worden ingeslagen. De omwenteling bracht weer nieuwe coureurs
aan de top. De Baskische (en daarmee Spaanse) wielersport keerde
terug naar het hoge niveau van het pre-Francotijdperk.
Helden
Marino Lejaretta was de belichaming van de nieuwe generatie. Hij
droeg het Baskische sentiment uit en promootte ook na zijn carrière
de regionale identiteit. Zo werd hij de Baskische wielerheld van
de jaren tachtig. Helemaal nadat hij tot driemaal toe de in 1981
in het leven geroepen klassieker Clásica San Sebastián
op zijn naam had geschreven.
Miguel
Indurain zou hem enkele jaren later overtreffen als wieleridool.
De Grote Zwijger, geboren in Villava in de provincie Navarra, werd
de icoon van de Basken. Het feit dat de in Madrid gevestigde pers
hem neerzette als een Spaanse kampioen en nooit als een Bask, bevorderde
de tegenstelling tussen het Spaanse en het Baskische nationalisme.
Indurain zelf hield zich compleet buiten deze politieke discussie.
In Abraham Olano vond de vijfvoudig Tour-winnaar een waardig opvolger.
In tegenstelling tot Indurain koketteerde hij wel met het Baskische
nationalisme. Alles aan hem was Baskisch: van de taal tot zijn woonplaats.
Zijn cultstatus bereikte grote hoogte.
Volksploeg
Het tijdperk van Indurain was ondertussen destructief geweest voor
de Spaanse wielersport. De belangstelling van bedrijven om ploegen
te sponsoren was gedaald vanwege de grote overmacht van de Banesto-coureur.
Spanje hield van de elf profploegen slechts vijf stuks over.
In Baskenland was er van oorsprong echter altijd voldoende geld
en interesse om het wielrennen te financieren. Tegen de stroom van
economische neergang in zag in 1994 Equipo Euskadi het levenslicht.
Niemand minder dan Lejaretta was een van de initiatiefnemers.
De geheel Baskische formatie reed de eerste jaren in een shirt met
de kleuren van de Baskische vlag: rood, wit, groen. Het was een
sterk nationalistische uiting. Doel van de oprichting van het team
was "het Baskenland en de producten van het land te verkopen
en te bewijzen dat het niet alleen een plek is waar mensen bommen
naar elkaar gooien".
Het was een ploeg van en voor het volk. De supporters leverde 45%
van het budget, doordat ze per persoon 90 euro betaalden. In het
begin waren er 3.500 mensen die Euskadi op die manier steunden,
inmiddels zijn het er al meer dan 10.000. Daarnaast zorgden 800
regionale bedrijven voor de rest van de financiering.
Met
telefoonmaatschappij Euskaltel als sponsor maakte de formatie in
1998 de definitieve stap naar de wereldtop maken. De shirts kregen
in 2000 de oranje kleuren van de grote geldschieter, die jaarlijks
zo'n 4 miljoen euro aan de wielerploeg spendeert. Sindsdien is die
kleur bij wielerwedstrijden in de Pyreneeën niet meer weg te
denken.
Roberto Laiseka en Iban Mayo zijn inmiddels in de voetsporen van
de legendarische kampioenen uit het verleden getreden. Een definitieve
heldenstatus kan zaterdag verworven worden als een van de Basken
Indurain (1990) aflost als laatste Spaanse winnaar van de Clásica
San Sebastián.
|