|
De
Cauberg is als zijn broekzak. Marc Lotz kent er iedere centimeter.
Voor de Rabo-renner is de Amstel Gold Race dan ook elk jaar iets
bijzonders en helemaal nu de finish bovenop 'zijn' berg is. Zal
hij Boogerd of Freire weer door zijn achterland gidsen naar de zege
of voelt hij zich zelf te goed om deze rol nog langer te vervullen?
Lotz verkende afgelopen woensdag samen met zijn ploeggenoten het
parcours van de Amstel Gold Race. Maar verkennen is niet het juiste
begrip in zijn geval. Het is meer zijn ploeggenoten wijzen waar
ze onderweg op moeten letten, bekent de Limburger. Het terrein kent
voor hem geen verrassingen. "Ik train jaar in jaar uit op het
parcours."
Twintig jaar lang woonde Lotz in Valkenburg aan de voet van de Cauberg.
De editie van dit jaar is voor de lange coureur dan ook extra speciaal,
omdat de meet op de Cauberg zal liggen. "Normaal gesproken
is het de mooiste wedstrijd van het jaar, buiten de Tour de France.
Maar daar weet je nooit of je mag rijden. Het is bekend terrein
en dat is in mijn voordeel. Het geeft een kick als je daar op het
einde om de prijzen mee kunt doen. Maar ik heb denk ik dan geen
tijd om naar mijn moeder te zwaaien", grapt hij.
Adjudant
Om de prijzen meedoen. Daar hunkert Lotz naar. Het grote publiek
heeft hem
leren kennen als de adjudant van Michael Boogerd in de Tour de France.
Geen moment week hij in die periode van de zijde van zijn kopman.
Boogerd en Lotz vormden een twee-eenheid. Bij velen is dit beeld
van meesterknecht beklijfd. "Ik weet niet hoe ik dat moet opvatten.
Als je de Tour rijdt en je wordt als knecht opgeroepen, dan blijft
dat natuurlijk de mensen lang bij."
De Limburger wil zich liever losmaken van deze collectieve herinnering.
"Ik ga me niet meer als knecht zien van Michael Boogerd. Ik
weet in ieder geval dat dit niet zo is. Ik heb me verder ontwikkeld
en ben sterker geworden."
Een
'bijrol' als luxe helper of vroege vluchter in de enige Nederlandse
wereldbekerwedstrijd accepteert Lotz dan ook niet meer. "Ik
ben die fase wel voorbij. Ik neem aan dat ze verstandig zijn en
ik niet in het begin moet meespringen zoals vroeger. We hebben een
man of vier, vijf die lang mee kunnen en daar behoor ik toe. Ik
kan deze wedstrijd goed aan en de ploeg kan mijn krachten goed gebruiken
in de finale."
Plan de campagne
Daarmee lijkt de Rabobank-coureur allerminst zijn kunnen te overschatten.
Hij reed de Amstel Gold Race vier keer en eindigde in de laatste
twee uitvoeringen als twaalfde. En dat als knecht. "Ik heb
de afgelopen jaren altijd in dienst gereden. Op het laatste moment,
als het werk erop zat, kon ik voor mijn eigen plaats gaan. Maar
ik heb natuurlijk liever dat de ploeg voor mij rijdt."
In
zijn dromen heeft Lotz zijn wedstrijd al eens een keer gewonnen.
"Natuurlijk speelt het door mijn hoofd, ik moet zorgen dat
ik na 200 kilometer nog fris ben." Het plan de campagne voor
zondag heeft hij al geschreven, nu is het nog een kwestie van het
tot in de finesses uitvoeren. "In 2002 reden op de Eyserbosweg
de beste vier weg: Lance Armstrong, Michael Boogerd, Michele Bartoli
en Sergej Ivanov. Dit jaar hoop ik dat het niet de beste vier, maar
de beste vijftien zullen zijn die voorop rijden. En daar wil ik
dan bijzitten."
"Vorig jaar zat ik er al vlak achter samen met Mario Aerts
en Dave Bruylandts. Met Michael Boogerd van voren mocht ik natuurlijk
niet rijden, maar ik hoopte stiekem wel dat deze twee de handen
ineen zouden slaan en ernaartoe zouden rijden. Dan waren we voorin
met z'n tweeën geweest."
Leermeester
Terug naar afgelopen woensdag. Wanneer hij praat zie je hem in gedachten
zijn ploegmaten nauwkeurig onderricht geven in het Limburgse hogeschoolfietsen
van de Amstel Gold Race. "De Camerig is het zwaarst omdat die
klim langer is dan de rest, maar daar wordt nooit gekoerst. Op de
Eyserbosweg valt meestal de slag, dat weten de buitenlanders ook."
Óscar Freire zal aan hem een goede leermeester hebben.
"Wie
zondag dan de kopmannen zijn? Freire en Boogerd", antwoord
de Limburger weer de bescheidenheid zelve. "Ik weet niet hoe
het met Boogerd is (na zijn val in de Ronde van Vlaanderen en opgave
in de Ronde van het Baskenland wegens ziekte, red.), maar hij zal
wel weer goed zijn voor de Amstel Gold Race."
Het nieuwe parcours, hoe mooi ook, is wat dat betreft niet in zijn
voordeel. "De finale is niet vlak en normaal ligt me dat niet
zo, bij een vlakke finish kan ik meespelen. Bergop is dat een stuk
moeilijker."
Hij
tipt dan één man als grote favoriet. Een ploeggenoot,
maar dat was hij even weer vergeten. Het blijft nog wennen, een
Spanjaard in de gelederen die in de Vlaamse en Nederlandse klassiekers
mee kan. "Tegen Van Petegem of Freire kan ik niet rijden. Oh,
dat laatste hoeft natuurlijk niet", herstelt hij zich snel,
"ik rijdt mét Freire. Ik zou niet weten wie hem zou
moeten kloppen als hij in vorm is. We weten allemaal hoe goed hij
is. Niet voor niets is hij twee keer wereldkampioen geworden."
|