|
Status van de Poggio aan slijtage onderhevig |
21-03-2003 |
De
Muur van Geraardsbergen, de Cauberg, de Jaizkibel, de Poggio. De wielerliefhebber
verbindt de namen moeiteloos aan de bijbehorende klassieker. Vaak
staan de passages van genoemde obstakels garant voor beslissende wendingen
in de betreffende wereldbekerwedstrijd. Hoewel, de Poggio?
De 3.6 km lange klim van de Poggio (162 meter hoog) bracht in het
verleden menig kanshebber op de zege in Milaan - Sanremo nog in verlegenheid.
Niet zozeer omdat de klim zo verraderlijk steil is, maar meer vanwege
de lengte van de aanloop. Met ruim 280 km in de benen plots aan moeten
zetten is voorwaar geen sinecure. De Poggio werd in 1960 in het parkoers
opgenomen om te voorkomen dat de wedstrijd keer op keer beslist zou
worden in een massasprint. Vaak werd daar dan ook het kaf van het
koren gescheiden.
Met
de komst van de Poggio kreeg de Bloemenkoers wel vaak een tamelijk
saaie aanloop, omdat de renners zich spaarden voor de laatste kilometers.
Zinderende finales leverde het echter ook op, met die van 1992 volgens
velen als meest memorabele. Moreno Argentin probeerde op de Poggio
telkens weg te komen, maar slaagde daar pas bij de vierde poging in.
Op de top, met nog 3 km te gaan, leek zijn marge van 14 seconden op
een achtervolgende groep voldoende. Sean Kelly waagde het er desondanks
op. Met ware doodsverachting nam hij de haarspeldbochten in de afdaling
richting finish. Net na het paneau van de laatste kilometer achterhaalde
hij de Italiaan om hem vervolgens in de sprint te kloppen.
Een dergelijk koersverloop was wat de organisatoren voor ogen stond
toen zij de Poggio opnamen. Maar, enkele edities daargelaten, bracht
een massasprint daarna de beslissing. Het leverde de openingsklassieker
het predikaat sprinterskoers op. Dit tot afgrijzen van de wedstrijdleiding
die eerder al, in 1982, besloot een extra hindernis op te voeren.
Dat werd de Cipressa, een 240 meter hoge klim op circa 20 km van de
meet. Die klim moest een deel van de meute afmatten zodat de Poggio
weer als scherprechter zou gaan dienen, zo was de achterliggende gedachte.
Met Hennie Kuiper, Laurent Fignon en Claudio Chiappucci kreeg de organisatie
de gedroomde winnaars en leek de opzet geslaagd. De houdbaarheidsdatum
van die beslissing is echter al weer lange tijd verstreken. Sinds
jaar en dag is de winnaar weer een sprinter.
Zo
won Erik Zabel de koers tussen 1997 en 2001 liefst vier maal. En vorig
jaar ging de zege naar een renner die volkomen gespeend is van klimmerscapaciteiten,
Mario Cipollini. Hij kon de vluchtpogingen op de Cipressa en de Poggio
moeiteloos bijbenen en won de sprint met overmacht. Italië jubelde,
maar de status van de Poggio werd weer eens ondergraven. De denktank
van Milaan-Sanremo moet weer aan de slag.
De WB-koersen en hun voornaamste obstakels
Milaan-Sanremo (de Primavera): De Cipressa (240 meter hoog), de Poggio
(3.600 meter lang, 162 meter hoog).
Ronde van Vlaanderen (Vlaanderens mooiste): De Oude Kwaremont (4,2
%, 2.200 meter lang), de Muur van Geraardsbergen (9,3%, 825 meter
lang), de Bosberg ( 8,4 %, 475 meter lang). Plus hele reeksen kasseienstroken.
Parijs-Roubaix (de Hel van het Noorden): Enkele tientallen kasseienstroken,
met die door het Bos van Wallers als meest beruchte.
Amstel Gold Race (Limburgs mooiste): De Bosberg, de Cauberg, de Keuteberg
(20%, 500 meter lang).
Luik-Bastenaken-Luik (La Doyenne): De Redoute, de St.Nicolas.
HEW Cyclassic: De Waseberg (16%, in elke ronde).
Clasica
San Sebastián: Jaizkibel (455 meter lang).
Kampioenschap van Zürich: De Regensberg (4 km lang, moet drie keer
beklommen worden) en de Pfannenstiel.
Parijs-Tours (voorheen de Grote Herfstprijs): Hoegenaamd vlak parkoers
waarbij regen en wind vaak de koers hard maken.
Ronde van Lombardije (de koers van de vallende bladeren): Een van
de zwaarste klassiekers. Op en af. En vaak in slecht weer. Met de
Madonna di Ghisallo (754 meter), Colle Brianza (558 metr), Colle del
Gallo (763 meter) en Selvino (962 meter) als zwaarste obstakels.
|
|
|