|
Na
de val van de Berlijnse Muur in 1989 is het wielerpeloton overspoeld
met renners uit het voormalige Oostblok. Een ontwikkeling die UCI-voorzitter
Hein Verbruggen ongetwijfeld deugd heeft gedaan, in het kader van
de mondialisering van het cyclisme. En het einde van de stroom lijkt
nog lang niet in zicht.
Hij was de eerste bondscoach die het strakke, uitgekiende Oost-Duitse
trainingsmodel op Nederlandse renners projecteerde. André
Boskamp maakte de werkwijze en ontwikkelingen van de nationale wielerploegen
van achter het IJzeren Gordijn jarenlang van dichtbij mee. Hij zag
met eigen ogen hoe de toenmalige staatsamateurs werden voorbereid
op een wielercarrière. "Ze hadden de zaken erg goed
voor elkaar", meent Boskamp.
Een planmatige trainingsmethodiek, een wetenschappelijke benadering
en uitgekiende medische begeleiding maakten van de coureurs uit
het voormalige Oostblok topatleten. Boskamp: "Er werd volgens
het boekje gewerkt, ze waren hun tijd ver vooruit."
Gedienstig en met volle overgave gaven de renners zich over aan
het cyclisme. "Via het wielrennen konden ze zich onttrekken
aan het alledaagse leven", verduidelijkt Boskamp. "Die
jongens waren allang blij als ze in de nationale selectie zaten.
Want dat betekende status. En dat hun familie vlees, groente en
fruit kon halen." Het verdiende prijzengeld ging - uiteraard
- naar de staat. Profwielrennen bestond officieel immers niet.
Na
de teloorgang van het socialisme trokken talloze coureurs Europa
in om hun naam en faam te gelde te maken. Olaf Ludwig, Uwe Ampler,
Dmitri Konisjev, Vjatsjeslav Jekimov en vele anderen gingen in het
Westen voor veel geld hun geluk bij de profs beproeven. Onder meer
bij Panasonic, de wielerstal van Peter Post. Sommigen slaagden in
hun overstap (Ludwig, Jekimov, Konisjev), anderen weer niet (Ampler,
Olav Jens).
Zelfingenomen
Dat Ampler de verwachtingen nooit waar kon maken, verbaasde de wielerwereld.
De Oost-Duitser, die door PDM werd gecontracteerd, stond te boek
als één van de beste amateurs van zijn tijd. "Ampler
was een zelfingenomen, eigengereide egoïst", stelt Boskamp.
"De ploeg van de DDR was destijds helemaal om hem heen gebouwd."
Dat was bij zijn Nederlandse werkgever niet het geval.
Met de komst van het Italiaanse Alfa Lum deden de Russen halverwege
de jaren tachtig hun intrede in het profpeloton. Samen met enkele
Poolse coureurs joegen de Oost-Europeanen in het buitenland op geld
en roem. Volgens Boskamp is het geen toeval dat Alfa Lum zich vestigde
in Italië. "In de Italiaanse etappewedstrijden keken ze
de kunst af. Dus hoe er bijvoorbeeld gekoerst moest worden. En dat
het in Italië vaak lekker weer is, was een andere reden. Het
warme weer paste goed in hun trainingsfilosofie."
Belangrijkste
pion in de Alfa Lum-ploeg was Konisjev, die later naar TVM verhuisde.
Na de val van de Muur was de uittocht niet meer te stuiten. Overal
kwamen ze vandaan. Uit Polen (Zenon Jaskula), Moldavië (Andrej
Tsjmil), Estland (Jaan Kirsipuu), Litouwen (Raimundas Rumsas), Letland
(Pjotr Oegroemov en Romans Vainsteins), Oezbekistan (Djamolidine
Abdoesjaparov), Kazachstan (Aleksandr Vinokoerov en de onlangs overleden
Andrej Kivilev), Rusland (Sergej Ivanov, Pavel Tonkov, Jevgeni Berzin).
"Renners uit het voormalige Oostblok zijn zwervers", gelooft
Boskamp. "Ze hebben in hun thuisland geen cent en dus ook niets
te verliezen."
Verwencultuur
Maar ze hebben wel karakter. "Voor zulke jongens is het een
kwestie van overleven. Ze kunnen het overal beter krijgen dan in
eigen land. Dus gaan ze ook gemakkelijk op avontuur. Ze zijn bereid
om voor een shirt en een broek in het buitenland te rijden",
beweert Boskamp. "Elke kans die ze krijgen, pakken ze. Hoe
klein ook. Dat vormt hun karakter. En dat is wel wat anders dan
hier, met onze verwencultuur."
Opvallend
is dat nogal wat Oost-Europese renners onderdak vonden en vinden
bij Italiaanse werkgevers. Boskamp vindt dat echter niet zo vreemd.
"Ik ben ooit bezig geweest om Jaskula naar PDM te halen. Hij
kon echter ook naar Italië. Aanvankelijk mocht hij niet weg
van de Poolse bond, tenzij er kleding en materiaal beschikbaar werden
gesteld. Als wij vijftig fietsen beloofden, beloofden de Italianen
er 75. Het fietsenmerk Bianchi steunde op die manier gewoon de Poolse
bond." En dus vertrok Jaskula naar Italië, in plaats van
Nederland.
|