|
Crisis Spaans wielrennen overschaduwt Vuelta |
06-09-2003 |
Het
zal volgend jaar wennen zijn: een wielerpeloton zonder het geel van
ONCE en het blauw van iBanesto.com. De twee ploegen nemen voor het
laatst deel aan de Ronde van Spanje. Er is weinig reden voor de Spanjaarden
de start van de derde grote ronde van het jaar met veel feestgedruis
te vieren, want het wielrennen in Spanje verkeert in een crisis.
Voor het tijdperk Miguel Indurain had Spanje nog elf grote wielerformaties.
In de periode dat 'El Rey' regeerde daalde dit aantal al naar vijf.
De vijfvoudig Tourwinnaar en zijn Banesto-formatie slokten alle aandacht
op, waardoor andere ploegen ondergesneeuwd raakten. De publicitaire
meerwaarde van het sponsoren van een wielerploeg verdween daarmee
voor veel bedrijven.
Alleen
de Baskische Euskaltel-Euskadi ploeg wist tegen de stroom in te roeien.
Deze ploeg, opgericht in 1994, werd en wordt gedeeltelijk gefinancieerd
door de supporters en dankt mede daaraan het succes. Waar andere ploegen
opgeheven worden of de begroting zien dalen, zit de Euskaltel-ploeg
nog altijd in de lift. En dat komt ook tot uitdrukking in de prestaties.
Denk aan de goede resultaten van Iban Mayo en Haimar Zubeldia in 'La
Grande Boucle'.
De
kans bestaat dat Euskaltel-Euskadi volgend jaar de enige Spaanse ploeg
is, die aan aan de Tour de France mag deelnemen. ONCE en iBanesto,
monumenten in de wielersport van de laatste twee decennia, verdwijnen.
Kelme - een ander Spaans wielerboegbeeld - schroeft het budget terug.
Daarmee lijkt de deelname van de ploeg uit Valencia aan de Tour in
2004 een moeilijke zaak te worden.
Spanje kent verder nog drie Trade Team II-ploegen (Relax-Fuenlabrada,
Paternina-Costa de Almería en Labarca-2 cafés Baqué)
die tot 2004 verzekerd zijn van sponsoring, maar daarna weer hard
voor hun bestaansrecht moeten knokken. Het is voor toekomstige Spaanse
successen van groot belang dat dergelijke kleinere ploegen blijven
bestaan, want zij zijn de kraamkamers voor nieuw wielertalent.
Want dat Spanje over voldoende goede wielrenners beschikt, daar bestaat
geen twijfel over. Talent genoeg. Iban Mayo en José Antonio
Pecharromán zijn de laatste nieuwe sterren aan het Spaanse
wielerfirmament. Probleem is alleen dat veel renners (noodgedwongen)
voor buitenlandse ploegen zijn gaan rijden. Dit seizoen rijden maar
liefst 88 Spaanse profrenners in buitenlandse dienst, onder wie 49
jonge coureurs die in Portugal hun professionele carrière in
gang proberen te zetten.
Het
is niet ondenkbaar dat er volgend seizoen nog meer Spaanse wieleremigranten
zullen zijn, onder wie Mayo, Beloki en Pecharromán. Dat baart
de wielergekke Spanjaarden zorgen. "In een land waar het fietsen
zo groot is, moeten de grote kampioenen in dienst rijden van een formatie
van eigen bodem", zo luidt de publieke opinie. De Baskisch-nationalistische
ploeg van Euskaltel is daarbij aan de niet-Bask niet besteed.
Kleine lichtpuntjes zijn er wel. ONCE en iBanesto onderhandelen met
het grote textielbedrijf Inditex uit La Coruña om een doorstart
te maken. Tegelijkertijd wil FC Barcelona naar het model van de Euskadi-ploeg
een eigen wielerformatie opstarten. Te beginnen met een equipe voor
espoirs, om na twee of drie jaar de sprong naar de professionele wielersport
te wagen. Oud-prof Melchor Mauri moet de technisch directeur worden.
Deze toekomstmuziek zal de Spaanse wielerliefhebber prettig in de
oren klinken, maar voorlopig moet het nog wel allemaal gebeuren. Misschien
dat een overweldigend optreden op eigen bodem in de Vuelta a España
de Spaanse bedrijven kan overtuigen dat een investering in de vaderlandse
wielersport de moeite waard is. |
|
|