|
Leeuwenkoning Cipollini ontembaar in WK-race |
13-10-2002 |
Interview
met Stefan van Dijk
Interview
met Max van Heeswijk
Interview
met bondscoach Gerrie Knetemann
Nabeschouwing
Jacques Chapel
Mario
Cipollini heeft in het Belgische Zolder de wereldtitel op de weg behaald.
Finish
. De Italiaanse topfavoriet was na een levendige en razendsnel
gereden wedstrijd na twintig ronden (in totaal 256 kilometer) veruit
de snelste in de sprint. De ontembare 'leeuwenkoning' hield de Australiër
Robbie McEwen en de Duitser Erik Zabel met twee vingers in de neus
achter zich. Het gemiddelde bedroeg 46,538 kilometer per uur, waarmee
'Zolder' als snelste WK-race ooit in de boeken verdwijnt.
In
de mistige ochtenduren waren het vooral de Fransen geweest die het
avontuur zochten. Jacky Durand was het aan zijn stand verplicht om
als eerste de kuierlatten te nemen. De vlucht van de beroepsontsnapper
was geen lang leven beschoren. Substantiëler was de bijdrage
van Christophe Moreau. De Franse Tour-hoop in bange dagen kneep er
al in de tweede ronde, na vijftien kilometer, tussenuit.
Hij kreeg even later gezelschap van de Kazach Dmitri Moeravjev. Het
duo nam maximaal drie minuten afstand van het peloton. Vanaf de negende
ronde stond Moreau er weer alleen voor. Moeravjev had zijn krachten
overschat, moest op een bultje lossen en kwam niet meer bij de Fransman
in het wiel.
Waar
de Nederlanders, en dan vooral de jonkies Bobbie Traksel en Bram Schmitz,
vanaf het eerste uur nadrukkelijk de aanval zochten, verstopte het
dozijn Belgen zich tot halverwege de koers. Bij Ludo Dierckxsens was
toen het geduld op. Met machtige pedaalslagen liet de tempobeul velen
in het peloton kreunen, maar weg raakte zelfs de publiekslieveling
niet.
Toen vervolgens ook de Zwitser Oskar Camenzind (vergeefs) probeerde
weg te rijden, was het met de vlucht van Moreau snel gedaan. Na iets
meer dan elf ronden werd de Crédit Agricole-kopman opgeslokt.
Het Italiaanse collectief probeerde daarna in dienst van bovenbaas
Cipollini de orde te herstellen, maar de geest was uit de fles. De
Azzurri konden niet voorkomen dat er groepjes wegreden. Ontgoocheld
en leeg zocht Moreau na twaalf ronden het rennerskwartier op. Hij
had gegokt en verloren.
De
Brit David Millar, de Oostenrijker Peter Wrolich en opnieuw Camenzind
sloegen een gaatje. Traksel wilde aanpikken, maar slaagde daar, met
de Duitse stoorzender Sebastian Lang in het wiel, niet in. Ondanks
eendrachtige samenwerking nam het leiderstrio ook niet veel afstand.
Het door Italianen gecontroleerde pak gunde de drie een beetje lucht,
maar liet het elastiek niet te ver oprekken.
Nadat
de drie in de zestiende ronde waren teruggefloten, volgde een spervuur
aan demarrages. Max van Heeswijk, wederom Dierckxsens, de Fransman
Nicolas Jalabert en de Zwitser Fabian Cancellara gaven beurtelings
vol gas, maar gegangmaakt door vooral de Italianen en de Spanjaarden
viel het peloton geen moment stil.
Steeds
duidelijker werd de vrije rol van de ijzersterk rijdende Paolo Bettini.
De Italiaan loerde op een mogelijkheid om voor eigen kans te gaan.
Hij moest daartoe Cipollini afschudden en sprong bij demarrages van
de echte kleppers steevast mee. Toen de Belg Johan Museeuw, kampioen
van 1996, op de pedalen ging staan, reageerde Bettini als door een
wesp gestoken. Ook de Amerikaan Guido Trenti sprong mee, maar zelfs
dat supertrio kon geen afstand nemen. Wegrijden bleek met nog drie
ronden te rijden nog altijd veel lastiger dan controleren.
In
de slotronden maakte de voltallige azuurblauwe squadra er aan kop
van het peloton een verkapte ploegentijdrit van
Italianen
sleuren aan kop .
Geen renner bleek bij machte zich aan het klemmende keurslijf van
de Cipo-trein te ontworstelen. Op drie kilometer van de meet maakte
een massale valpartij een einde aan de kansen van meer dan driekwart
van de renners. De Spaanse titelhouder Oscar Freire behoorde tot de
slachtoffers en finishte uiteindelijk als 156e op bijna vier minuten
van de kopgroep.
Zabel, McEwen en Cipollini ontsprongen de dans, waarop zich in de
twee laatste kilometers een gevecht ontspon om in het wiel van Cipollini
te komen. "Het heeft veel energie gekost om op de goede plaats
te komen," gaf McEwen als excuus voor zijn nederlaag. "Ik
kwam in de laatste kilometer op de goede plaats, maar ik was wel al
heel diep gegaan voordat de sprint begon". Zabel had geen lovende
woorden voor de actie van McEwen. "Hij heeft me meerdere keren
gehinderd. Wat hij deed, was helemaal niet sportief."
Cipollini trok het zich niet aan. Hij maakte het ploegenwerk van het
superieure Italiaanse collectief af een manier die hem gewoon is:
met overmacht. Ruim voor de eindstreep gingen de handen van de 35-jarige
Supermario al in triomf in de lucht.
Lees ook: live-verslag wegwedstrijd
| Uitslag
heren elite (256 kilometer) |
|
1.
|
Mario
Cipollini (Italië) |
|
|
2.
|
Robbie
McEwen (Australië) |
z.t.
|
|
3.
|
Erik
Zabel (Duitsland) |
z.t.
|
 |
|
4.
|
Andrej
Hauptmann (Slovenië) |
z.t.
|
|
5.
|
Zoran
Klemencic (Slovenië) |
z.t.
|
|
6.
|
Jimmy
Casper (Frankrijk) |
z.t.
|
|
7.
|
Jaan
Kirsipuu (Estland) |
z.t.
|
|
8.
|
Sven
Teutenberg (Duitsland) |
z.t.
|
|
9.
|
Baden
Cooke (Australië) |
z.t.
|
|
10.
|
Julian
Dean (Nieuw-Zeeland) |
z.t.
|
 |
|
21.
|
Stefan
van Dijk |
z.t.
|
|
48.
|
Bart
Voskamp |
op
0.59
|
|
58.
|
Jans
Koerts |
op
1.12
|
|
71.
|
Servais
Knaven |
op
1.26
|
|
94.
|
Max
van Heeswijk |
op
1.59
|
|
109.
|
Michael
Boogerd |
op
2.40
|
|
137.
|
Jan
Boven |
z.t.
|
|
146.
|
Bram
Schmitz |
op
2.58
|
|
147.
|
Aart
Vierhouten |
op
4.33
|
|
149.
|
Karsten
Kroon |
z.t.
|
|
162.
|
Steven
de Jongh |
z.t.
|
|
163.
|
Bobbie
Traksel |
op
4.36
|
|
|
|
|