|
"I'm
from Mars", was het antwoord van Paul Haarhuis op de vraag waar hij vandaan kwam
toen hij in 1989 als qualifier John McEnroe in de tweede ronde van de US
Open had verslagen. De als vierde geplaatste Amerikaan trakteerde de persruimte
na zijn nederlaag ook op een legendarische uitspraak: "Who the hell is Whorehouse?"
Veertien jaar na dato beschrijft Paul Haarhuis wat de US Open, die maandag van
start gaan, zo bijzonder maakt. Sportgek
"De toeschouwers
in de Verenigde Staten zijn sportgek en hebben ook verstand van tennis. Ze reageren
heel enthousiast en voelen de belangrijke momenten aan. Bij andere Grand Slams
heb ik dat gevoel toch iets minder. Zeker op Wimbledon. De mensen komen daar voornamelijk
om te kunnen zeggen dat ze op Wimbledon zijn geweest", vertelt Haarhuis over The
Championships in Londen, waar hij dit jaar zijn afscheid van het tennis aankondigde.
De 37-jarige dubbelspecialist had te veel last van een schouderblessure. Ondanks
zijn afscheid wordt er wel druk gespeculeerd over een rentree in het Nederlandse
Davis Cup-team van volgend jaar. Zijn
band met de Verenigde Staten gaat ver terug. De Brabander werd als tennisser gevormd
op de universiteit van Florida en wordt op Flushing Meadows, het tenniscomplex
van de US Open, nog altijd herinnerd aan zijn legendarische zeges op John McEnroe
(1989) en Boris Becker (1991).
"Ik voel me er prettig. New York is een
fijne stad waar veel te doen is. Het is belangrijk voor een speler dat hij zijn
zinnen kan verzetten en bijvoorbeeld lekker een hapje kan gaan eten in de stad.
Toch zijn er ook spelers die blij zijn als de US Open voorbij zijn. Het vliegveld
LaGuardia grenst praktisch aan de banen en, ook al wordt er rekening mee gehouden,
de aanvliegroute loopt soms pal over het Arthur Ashe Stadium. Het kan, samen met
het rumoerige publiek, dan ook een enorme heksenketel zijn. Daar moet je als profspeler
mee om kunnen gaan."
Tumult
In 1991 bevond Haarhuis zich midden in dat tumult. Hij ging toen in een spannende
kwartfinalepartij ten onder tegen de Amerikaanse veteraan Jimmy Connors, die het
publiek bespeelde met zijn vuistje en rare capriolen. Verder dan de laatste acht
in het enkelspel kwam Haarhuis nooit in New York. In 1994 veroverde hij samen
met Jacco Eltingh wel de dubbelspeltitel. De
US Open werden in hun huidige vorm - met zowel mannelijke als vrouwelijke deelnemers
- voor het eerst in 1968 gehouden. De Amerikaan Arthur Ashe was toen in de finale
te sterk voor Tom Okker. Okkers finaleplaats is nooit door een andere Nederlander
geėvenaard, al kwam Sjeng Schalken vorig jaar dicht in de buurt door de laatste
vier te bereiken.
"Van de Nederlanders zie ik Sjeng ook dit jaar het verst
komen. Alleen al omdat hij het vertrouwen heeft dat hij hier goed kan presteren",
blikt Haarhuis vooruit. "Martin Verkerk krijgt het lastig omdat hij de laatste
tijd niet veel heeft gepresteerd. Zijn loting is echter best gunstig. Raemon Sluiter
en John van Lottum krijgen hele zware eerste rondes."
Haarhuis
zal ook het dubbelspel nauwlettend in de gaten houden. Vorig jaar reikte hij samen
met de Rus Jevgeni Kafelnikov nog tot de kwartfinales op Flushing Meadows. "In
Amerika is er veel belangstelling voor het dubbelspel. In de clubcompetitie wordt
ook veel gedubbeld. Ik vind het wel een aanfluiting dat de dubbelfinale bij de
heren in alle vroegte, nog voor de damesfinale, wordt gespeeld. Dan is het stadion
nog leeg", luidt de enige kritische opmerking van Paul Haarhuis over de US Open.
De winnaar bij de dames ontvangt overigens voor het eerst evenveel als
de winnaar bij de heren. Haarhuis vindt het prima, die gelijktrekking in prijzengeld.
"De heren staan langer op de baan, maar het publiek komt toch ook voor de damespartijen.
De marktwaarde is gelijk en daarom heb ik er niets op tegen."
|