|
Kjetil Andre Aamodt: veelzijdig en begenadigd |
26-10-2002 |
Bjorn
Daehlie is in zijn geboorteland de ongekroonde wintergod. De Noorse
gouddelver is er een monument, hij wordt vereerd en aanbeden. Kjetil
Andre Aamodt staat zijn hele skileven al in de schaduw van Daehlie.
In de herfst van zijn lange loopbaan lijkt hij eindelijk de erkenning
te krijgen die hij nooit zocht, maar waar hij gezien zijn prestaties
recht op heeft.
Op zijn palmares prijken zeventien wereld- en olympische titels. Hij
verzamelde daarnaast nog koffers vol ander eremetaal. En in bijna
alle disciplines die er in het alpine-skiën zijn. Kjetil Andre
Aamodt - de babyhaai voor intimi - is een heuse allrounder. Misschien
wel de grootste van de laatste tien jaar. "Ik houd gewoon van
skiën, competitie en hard werken", geeft hij als verklaring
voor zijn ongekende successen. "Ik heb mijn hele leven nooit
anders gedaan."
Aamodt
(02-09-1971 te Oslo) groeit - zoals bijna iedere Noor - op met skiën.
Op jonge leeftijd kiest hij bewust voor de alpine-nummers in plaats
van de Noordse. In 1988 debuteert hij - een puber nog - in de World
Cup. Aamodt finisht als voorlaatste. Maar de pure snelheid intrigeert
hem en hij blijkt er nog aanleg voor te hebben ook, zoals hij later
bewijst. In Noorwegen wordt hij desondanks voor gek verklaard. Daar
tellen alpine-skiërs amper mee. "Cross-country is sinds
de prehistorie onze nationale sport", beseft Aamodt. "Het
alpine-skiën zit op een heel ander niveau."
De Noor schuwt zelfkastijding niet. Zijn leven staat in het teken
van trainen. Met toewijding en de drang om zichzelf te verbeteren.
Elke dag opnieuw. En alleen. Thuis, in Oslo, of in zijn kleine villa
in Monaco, waar hij de meeste tijd doorbrengt. Het heeft hem daar
gebracht waar hij nu is, op de hoogste top van de berg Olympus.
Die
beklom hij in Albertville (1992) al eens, maar Aamodt herhaalt die
expeditie in Salt Lake City. In de Amerikaanse mormonenmetropool verovert
hij twee gouden medailles. De nummers zes en zeven uit zijn olympische
reeks, een aantal dat uniek is. "Ongelooflijk", is het enige
dat hij na de winst op de super G kan uitbrengen. "Tien jaar
na Albertville win ik opnieuw. Een droom komt uit, want ik heb er
zo hard voor gewerkt en zoveel tegenslagen moeten incasseren. Ik had
me vooral gefocust op de combinatie, daar wilde ik vlammen. Ik ben
sprakeloos."
Zijn tot dan zo rustige, teruggetrokken leven verandert in een klap.
Nooit hoefde hij handtekeningen uit te delen of interviews te geven.
"Toch ben ik altijd vrij succesvol geweest", vertelt hij
met gevoel voor understatement.
In het post-olympische jaar houdt iedereen in het circuit weer rekening
met hem. Na vijf tweede plaatsen wil de veelzijdige en bescheiden
Aamodt nu eindelijk ook wel eens de World Cup winnen.
Het zou zijn erelijst helemaal vervolmaken. |
|
|