|
Oostenrijks wonderkind keert terug op de piste |
13-01-2003 |
Het
lichamelijk leed is overwonnen, de geest weer gevrijwaard van inktzwarte
gedachten. Hermann Maier vocht zeventien maanden geleden na een zwaar
motorongeluk nog voor zijn leven, nu wil het Oostenrijkse wonderkind
de hegemonie op de skipistes heroveren. Te beginnen in Adelboden,
waar hij in '98, '99 en 2001 won.
Het gonsde al een tijdje van de geruchten. De terugkeer van de 'Herminator'
was nakende. In Bormio volgde afgelopen weekeinde de definitieve bevestiging.
"Hermann heeft weer lol in skiën", verklaarde Peter
Schröcksnadel, de voorzitter van de Oostenrijkse skifederatie.
"Hij is fit en ik zie dan ook geen beletsel voor hem weer wedstrijden
te gaan racen."
Het nieuws domineerde de Oostenrijkse kranten. Met schreeuwende chocoladetletters
werd de rentree aangekondigd. De verwachtingen? Hoog. Zeer hoog. "Maar
denk nu niet dat ik meteen kan meedoen om de ereplaatsen", temperde
Maier alle euforie. "Ik ben nog niet honderd procent fit en mis
kracht. Zes trainingsdagen met poortjes zijn bij lange na niet voldoende
om in Adelboden voor de overwinning mee te doen", verzekerde
de 30-jarige Oostenrijker. Maar hij is terug en dat is op zich al
een klein wonder.
Want het skileven van Hermann Maier is net zo woelig als de Noordzee
op een herfstdag in oktober. De weg naar de mondiale top was lang,
zwaar en zat vol valkuilen. Maar de Oosternijker bereikte de top -
met als climax de beklimming van de berg Olympus in Nagano - wél.
Omdat Maier onverzettelijk is en geleerd heeft met tegenslagen om
te gaan. Het gevaar op de snelle nummers ligt immers altijd op de
loer.
Skiën
vormt voor Maier van kinds af aan een eerste levensbehoefte. Op zijn
vijfde stond hij al op de piste en raasde in wedstrijdverband naar
beneden. Logisch als je vader een skischool bestiert. Maier blijkt
gezegend te zijn met talent, niets lijkt een glanzende loopbaan in
de weg te staan. Zijn lichaam zit hem echter dwars. Groeistoornissen
bezorgen hem een fikse terugslag. Op 15-jarige leeftijd geeft Maier
zijn droom op en besluit zich toe te leggen op het ambacht van metselaar.
De sport laat hem echter niet los. Als de groeistoornissen voorbij
zijn, stort hij zich weer vol overgave op het skiën. Er volgen
wat lokale succesjes, maar de Oostenrijkse skifederatie negeert hem.
De ogen van de bondsheren gaan pas open op 6 januari 1996. Maier is
op die dag in Flachau - zijn geboortegrond - voorskiër bij een
wereldbekerwedstrijd op de reuzenslalom. De nobody raast in
ijltempo naar de finish, doet dat zo snel dat hij in de wedstrijd
als twaalfde zou zijn gefinished. De Oostenrijkse bond is eindelijk
overtuigd van zijn kwaliteiten. Een nieuwe ster is in wording.
Een jaar later wint hij al zijn eerste wereldbekerwedstrijd, in Garmisch-Partenkirchen.
Er volgen nog velen, 41 in totaal. Op de afdaling, de Super G en de
reuzenslalom. Dubbel olympisch goud, het algemeen klassement van de
wereldbeker... De 'Herminator' domineert de skisport zoals zelden
iemand heeft gedomineerd. Totdat hij in Radstadt bij een toertochtje
op zijn motor wordt aangereden, nu zeventien maanden geleden.
Een
team van artsen vecht zeven uur voor zijn leven. Met succes. Maar
een terugkeer op de piste lijkt desondanks uitgesloten. Niemand gelooft
in een rentree. Maier grapt zelfs dat hij op ski's een gevaar voor
de toeschouwers en baancommissarissen zou vormen. Nu voelt hij zich
echter fit genoeg om de wereld nog een keer te verbazen. "Ik
heb weer plezier in het skiën. En er is nu eenmaal niets mooier
dan een wedstrijd racen. Dat geeft mij nog altijd de grootste kick."
Het is maar dat de concurrentie het weet.
|
|
|