|
Stephan
Eberharter heeft de wereldbeker-afdaling in Wengen gewonnen. De
30-jarige Oostenrijker was 1,11 seconde sneller dan de Amerikaan
Daron Rahlves. Hermann Maier, voor wie het zijn tweede WB-wedstrijd
was sinds een zwaar motorongeluk in augustus van 2001, werd 22ste.
De Lauberhorn-piste van Wengen is de langste in het wereldbekercircuit
(bijna 4,5 kilometer) en fysiek zeer zwaar voor de skiërs, maar
Eberharter leek zich daar niets van aan te trekken. De Oostenrijker
was een klasse apart en liet de concurrentie ver achter zich. "Ik
wist dat mijn tijd goed was", zei Eberharter na afloop. "Het was
niet makkelijk. Dit is een moeilijke afdaling en het zat vol met
hobbels en ijzige bochten."
Daron Rahlves werd tweede, maar moest ruim een seconde op Eberharter
toegeven. De derde plaats was voor de Zwitser Bruno Kernen, die
0,27 seconde langzamer was dan Rahlves. Het was voor het eerst sinds
1998, dat Kernen weer op het podium stond. "Dit is mijn wraak",
zei een getergde Kernen. "Ik was al afgeschreven. Ik ben dan ook
blij, dat ik weer met de grote jongens meedoe."
Het was de tweede overwinning op rij voor Eberharter, die daarmee
de leiding in het algemeen klassement overnam. Hij heeft nu 25 punten
meer dan de nummer twee, de Amerikaan Bode Miller. Eberharter heeft
dit seizoen bijna alle afdalingen gewonnen. Alleen in Bormio en
Val d'Isere, waar hij niet aan de start verscheen wegens een blessure,
wist hij niet te winnen.
Bij de afdaling in Wengen was ook een andere Oostenrijkse superskiër
te bewonderen: Hermann Maier. Het was pas de tweede race voor de
Oostenrijker na een lange afwezigheid. Maier bewees met een 22ste
plaats op de weg terug te zijn. Drie dagen geleden wist Maier zich
in Adelboden nog niet te plaatsen voor de tweede manche bij de WB-wedstrijd
reuzenslalom.
| Uitslag
Wengen, Zwitserland (17-01-2003) |
 |
| 1. | Stephan
Eberharter (Oostenrijk) |
2.27,78
|
| 2. |
Daron
Rahlves (Verenigde Staten) |
2.28,89
|
| 3. |
Bruno
Kernen (Zwitserland) |
2.29,16
|
| 4. |
Andreas
Schifferer (Oostenrijk) |
2.29,22
|
| 5. |
Christoph
Gruber (Oostenrijk) |
2.29,25
|
| 6. |
Bode
Miller (Verenigde Staten) |
2.29,36
|
| 7. |
Ambrosi
Hoffmann (Zwitserland) |
2.29,59
| 8. |
Kjetil
Andre Aamodt (Noorwegen) |
2.29,68
| 9. |
Hans
Knauss (Oostenrijk) |
2.29,76
|
| 10. |
Klaus
Kröll (Oostenrijk) |
2.30,05
|
| | |