|
LeMay-Doan: leven in dienst van het geloof |
13-03-2003 |
Interview
met Erben Wennemars over zijn kansen op de WK
Het
hoge woord is er nog niet uitgekomen, maar het einde van een lange
en rijke loopbaan lijkt in zicht. De aankondiging wordt na de WK afstanden
in Berlijn verwacht. Maar voordat het zover is wil Catriona LeMay-Doan
de wereld nog één keer verbazen op haar lievelingsnummer,
de 500 meter.
Ze glom van trots, toen ze bij de openingsceremonie van de Winterspelen
in Salt Lake City de Canadese vlag mocht dragen. De lach verdween
die dag geen seconde van haar gelaat. Het was een passend eerbetoon
aan de vrouw die jarenlang haar gelijke niet kende op het kortste
sprintnummer. "Die dag in Salt Lake City vormt één
van de hoogtepunten uit mijn carrière", licht LeMay-Doan
toe. "Ik vond het een grote eer om Team Canada met de vlag in
de hand te mogen aanvoeren."
LeMay-Doan
schrijft haar successen - waaronder twee gouden olympische medailles
en diverse wereldtitels - vooral toe aan God. In 1994 bekeerde ze
zich tot het geloof. Onvoorwaardelijk en van de ene op de andere dag.
De Olympische Spelen van dat jaar in Lillehammer vormden de directe
aanleiding voor haar rigoreuze stap. Daar, in Noorwegen, ging het
op de 500 meter volledig mis. "Ik raakte een blokje en viel.
Het was het dieptepunt uit mijn loopbaan."
Ze zat diep in de put, schaamde zich ook. De Canadese voelde zich
een mislukkeling, omdat ze voor het oog van de hele wereld had gefaald.
"Het duurde maanden voordat ik weer het ijs op durfde te stappen",
herinnert ze zich. "En in die periode vroeg ik me hardop af,
waarom zoiets uitgerekend mij was overkomen. Ik wilde hoe dan ook
een antwoord op die vraag vinden."
Dat antwoord vond ze ook. De destijds zo onzekere vrouw werd via een
kennis gewezen op en vervolgens ook ingewijd in het geloof. Het was
exact wat ze nodig had. "Ik begreep opeens dat je een persoonlijke
relatie met God kunt hebben. Ik begon te bidden en vroeg aan Hem of
hij de hoofdrol in mijn leven wilde spelen. Dat was een grote stap,
maar sindsdien draait ons (ook dat van haar man Brian) leven om God."
LeMay-Doan
heeft via het geloof rust in haar leven gevonden. De geest is in balans,
het leven met haar echtgenoot (ijsmeester in Calgary) harmonieus.
Schaatsen draait bij haar niet meer alleen om het winnen. "Ik
maak me niet druk om de resultaten", zegt ze. "Alles is
veel simpeler en helderder geworden. Ik train hard, heb een goede
techniek en als ik het ijs op stap leg ik mijn lot in de handen van
God."
Die levenswijze leverde haar in Nagano (1998) meteen een gouden medaille
op. Het was het startpunt van een aantal glorieuze jaren, waarin ze
het ene succes aan het andere reeg. De prolongatie van het goud in
Salt Lake City vormde vorig jaar de laatste parel aan de ketting.
"Natuurlijk was dat prachtig", legt LeMay-Doan uit. "Maar
ik weet nu dat mijn relatie met God het enige is dat er daadwerkelijk
toe doet."
Het
vorige jaar was het beste uit haar carrière. Dit seizoen wil
het maar niet vlotten. LeMay-Doan is veroordeeld tot het tweede plan,
achter Monique Garbrecht. De Duitse is oppermachtig. "Zij is
ook de favoriet op de 500 en 1000 meter in Berlijn", gelooft
de Canadese, die al maanden wordt achtervolgd door een hardnekkige
rugblessure. "Ik heb daardoor nog geen drie dagen kunnen schaatsen
zonder last te hebben van blessures. En dat is heel frustrerend."
Daarom zal niemand vreemd opkijken als Berlijn het eindstation vormt.
|
|
|