|
Michael
Schumacher is in Japan voor de zesde keer wereldkampioen Formule
1 geworden. Daarmee verbetert hij het record van de Argentijn Juan
Manuel Fangio, die tot vijf wereldtitels kwam. Schumachers teamgenoot
Rubens Barrichello won de Grand Prix van Japan. De wereldkampioen
zelf kwam niet verder dan de achtste plaats.
Zijn zesde wereldtitel ten spijt kon er tijdens de persconferentie
geen glimlach af bij Schumacher: "Ik heb gemengde gevoelens. Ik
heb al mijn kampioenschappen behaald met een zege en nu zit ik hier
met een achtste plaats", vertelde de Duitser.
"Het was een moeilijk jaar. En deze race waarschijnlijk een van
de zwaarste uit mijn carrière", keek Schumacher nog
even futloos om naar het voorbije seizoen. "Na Duitsland en
Hongarije werden we door zo veel mensen afgeschreven. En kijk nu
eens naar ons", wees hij de criticasters terecht.
"Ik
moet het allemaal nog laten bezinken. Ik voel me nu vooral uitgeput,
leeg en trots op wat we bereikt hebben", refereerde hij aan de ook
nog veroverde constructeurstitel; de vijfde opeenvolgende alweer
voor Ferrari. Het geheim van het succes? "Dit is gewoon een
grote familie, waarvan we allemaal trots zijn er deel van uit te
maken."
Schumacher had aan één WK-punt (achtste plaats) in
Japan genoeg om zijn zesde titel zeker te stellen. Zo niet, dan
kon alleen Kimi Räikkönen de Duitser van zijn vierde opeenvolgende
titel afhouden door de race te winnen.
Hoewel de titel was dus al zo goed als binnen was, kreeg het spannendste
seizoen in tijden op het circuit van Suzuka een passend slotakkoord.
De kwalificatie werd door regen verstoord en Schumacher moest vanaf
plaats veertien aan de race beginnen, zes plaatsen achter concurrent
Räikkönen.
In een verder weinig opzienbarende wedstrijd bleef de strijd om
de wereldtitel ontzettend spannend. Twee keer kroop Schumacher door
het oog van de naald. De eerste keer - in ronde drie - reed hij
tegen de achterkant van |