|
Ralf
Schumacher heeft de Grand Prix van Europa gewonnen. De Duitser finishte
voor teamgenoot Juan Pablo Montoya en Rubens Barrichello. Regerend
wereldkampioen Michael Schumacher, die door een fout als vijfde
over de streep kwam, zag zijn grote concurrent Kimi Räikkönen
met een opgeblazen motor uitvallen. Jos Verstappen reed de hele
race in de achterhoede en finishte als veertiende.
Kimi
Räikkönen leek op de Duitse Nürburgring lange tijd op weg om
zijn allereerste pole position te verzilveren. Terwijl de gebroeders
Schumacher achter hem streden om de tweede plaats, bouwde de Fin
langzaam zijn voorsprong uit. Ook na de eerste serie pitstops voerde
Räikkönen het veld aan. In de 26ste ronde ging het echter mis. De
krachtbron van zijn bolide raakte overhit en met een opgeblazen
motor moest de jonge Fin, tot groot genoegen van de Duitse toeschouwers,
de strijd staken.
Ralf
Schumacher kreeg daarmee de leiding in de schoot geworpen. De jongste
Schumacher had tijdens de pitstops bovendien afstand genomen van
zijn broer en reed onbedreigd naar de overwinning. Het betekende
de tweede seizoenzege voor het team van Frank Williams, dat eerder
deze week het partnerschap met autofabrikant BMW verlengde tot 2009
en de aansluiting met Ferrari en McLaren lijkt te hebben teruggevonden.
Michael Schumacher kan daar over mee praten. Na het uitvallen van
Räikkönen kon 'Schumi' met zijn Ferrari het gat met de
Williams voor hem niet dichten, terwijl hij in zijn spiegels een
andere Williams met rasse schreden zag naderen. Het was de Colombiaan
Juan Pablo Montoya die de druk op de Duitser opvoerde en hem zelfs
tot een kostbare fout verleidde.
Montoya
zette zijn auto in de 46ste ronde naast die van de Duitser en ging
als eerste de bocht in. Schumacher probeerde alsnog binnendoor te
glippen, raakte daarbij de Williams, spinde en kwam vervolgens met
de achterkant van zijn wagen in de grindbak. Hij hield de Ferrari
aan de praat en kon, met behulp van baanmarshalls, zijn weg vervolgen.
Hij had echter wel vier posities verloren.
"Ik liet genoeg ruimte voor Schumacher", vond Montoya
na de race. Ook Schumacher zelf vond dat geen van beide coureurs
schuld had. Door de vier punten die de regerend wereldkampioen bij
zijn totaal mocht optellen passeerde hij als eerste coureur de magische
grens van 1.000 WK-punten. De Duitser staat na 187 Grands Prix op
1003. Het is de zoveelste mijlpaal voor de in records grossierende
Schumacher.
Een
andere crash bleef later niet zonder gevolgen. David Coulthard werd
het slachtoffer van een levensgevaarlijke remactie van de Spanjaard
Fernando Alonso. Hij trapte voor een bocht erg vroeg op de rem,
waarna Coulthard de Jordan ternauwernood kon ontwijken. De enige
veilige plek weg voerde over het gras en eindigde spectaculair in
de grindbak. De Schot bleef opmerkelijk kalm na de levensgevaarlijke
actie van Alonso, die na de race deed of zijn neus bloedde: "Hij
raakte met zijn wielen naast de baan. Dan is het logisch dat je
het niet haalt." Vlak voor de finish overkwam Michael Schumacher
bijna hetzelfde, maar hij wist een crash net te voorkomen.
Jos
Verstappen kon zijn honderdste Grand Prix niet opluisteren met een
goede race. De Limburger had de verkeerde afstelling gekozen en
reed een anonieme wedstrijd. "Ik had totaal geen grip aan de
achterkant van mijn wagen. Niet in snelle bochten en niet in langzame
bochten. Het had te maken met de afstelling van de auto. In de kwalificatie
was het nog wel goed, maar in de race ging het niet."
Zijn teamgenoot Justin Wilson was, met een andere afstelling, stukken
sneller dan onze landgenoot. Na een spin belandde Verstappen op
de laatste plaats en hij kon zich toen alleen nog bezighouden met
het laten passeren van de koplopers. Dat hij desondanks niet de
laatste in de uitslag was, komt doordat Coulthard vlak voor de finish
uitviel en nog in de uitslag werd opgenomen.
| Uitslag
van de GP van Europa (308,863 km): |
|
1.
|
Ralf
Schumacher (Duitsland) |
Williams
|
1.34.43,622
(195,633 km/u)
|
|
2.
|
Juan
Pablo Montoya (Colombia) |
Williams
|
op
16,821
|
|
3.
|
Rubens
Barrichello (Brazilië) |
Ferrari
|
op
39,675
|
|
4.
|
Fernando
Alonso (Spanje) |
Renault
|
op
1.05,731
|
|
5.
|
Michael
Schumacher (Duitsland) |
Ferrari
|
op
1.06,162
|
|
6.
|
Mark
Webber (Australië) |
Jaguar
|
1
ronde
|
|
7.
|
Jenson
Button (Groot-Brittannië) |
BAR
|
1
ronde
|
|
8.
|
Nick
Heidfeld (Duitsland) |
Sauber
|
1 ronde
|
|
9.
|
Heinz-Harald
Frentzen (Duitsland) |
Sauber
|
1
ronde
|
|
10.
|
Antonio
Pizzonia (Brazilië) |
Jaguar
|
1
ronde
|
|
11.
|
Ralph
Firman (Groot-Brittannië) |
Jordan
|
2
ronden
|
|
12.
|
Giancarlo
Fisichella (Italië) |
Jordan
|
2
ronden
|
|
13.
|
Justin
Wilson (Groot-Brittannië) |
Minardi
|
2
ronden
|
|
14.
|
Jos
Verstappen |
Minardi
|
3
ronden
|
|
15.
|
David
Coulthard (Groot-Brittannië) |
McLaren
|
4 ronden
|
|
| Uitvallers: |
|
*
|
Cristiano
da Matta (Brazilië) |
Toyota
|
ronde
54
|
|
*
|
Jacques
Villeneuve (Canada) |
BAR
|
ronde 52
|
|
*
|
Olivier
Panis (Frankrijk) |
Toyota
|
ronde 38
|
|
*
|
Jarno
Trulli (Italië) |
Renault
|
ronde
38
|
|
*
|
Kimi
Räikkönen (Finland) |
McLaren
|
ronde
26
|
|
|