|
Wie stopt de optocht van de Ferrari's? |
06-03-2003 |
Het
testwerk is gedaan, de stoeltjes zijn vergeven. Duizenden kilometers,
nog meer uren en miljoenen euro's zijn er door de teams geïnvesteerd
om de Formule 1-bolides nog beter, sneller en competitiever te maken.
Maar of Ferrari daadwerkelijk valt te achterhalen?
Het afgelopen seizoen was er één om nooit te vergeten.
Althans, voor Ferrari en haar aanhangers. Bijna alle records werden
gebroken. De Italiaanse racestal won alle titels, vijftien van de
zeventien Grand Prix' en domineerde zoals een team nog nooit eerder
had gedomineerd. "Ik beloof u dat u nooit weer zo'n saai seizoen
zult zien", verkondigde Bernie Ecclestone, het opperhoofd van
de Formule 1, vorig jaar na afloop.
Ecclestone heeft samen met zijn trouwe vazal Max Mosley, voorzitter
van de Internationale Autosportfederatie (FIA), inmiddels de daad
bij het woord gevoegd. Talloze nieuwe regels en hervormingen moeten
de Formule 1 - in willekeurige volgorde - weer aantrekkelijk maken,
tv-kijkers lokken en reclame-inkomsten genereren. Of dat lukt, valt
te bezien in een sport waar macht en resultaat vooral bepaald wordt
door de som van het geld.
In
dat opzicht steekt Ferrari ook met kop en schouders boven de concurrentie
uit. Komend jaar werken de Italianen met een budget van 330 miljoen
euro. Meer dan welk team dan ook. Daarnaast herbergt het team de -
en waarschijnlijk niet alleen statistisch gezien - beste coureur aller
tijden. Zijn naam? Michael Schumacher.
Met vijf wereldtitels heeft de 31-jarige Duitser zich inmiddels op
hetzelfde voetstuk geplaatst als Juan-Manuel Fangio, de Argentijnse
racelegende uit de vijftiger jaren. Maar er is Schumacher veel - zo
niet alles -aan gelegen om het zesde kruisje in zijn kolf te kunnen
kerven. En net als in de afgelopen jaren is het hele beleid van Ferrari
volledig op de Duitser afgestemd. Ook dit seizoen is Schumacher de
te kloppen man.
De
voornaamste concurrenten hebben zich, zo bleek tijdens de diverse
teampresentaties, al min of meer neergelegd bij een rol op het tweede
plan. Niemand lijkt in staat de tweewekelijkse processie van de Ferrari's
te kunnen vermijden. Jacques Villeneuve: "Als er geen gekke dingen
gebeuren en Michael geen been breekt, dan zie ik niet in wie Ferrari
moet verslaan."
"We hebben samen met Williams de plank gemist", meent McLarens
teambaas Ron Dennis, die dit jaar geen wonderen verwacht. "Ik
denk dat we pas in 2004 weer met Ferrari kunnen wedijveren."
Interessanter dan de vraag wie Schumacher van zijn zesde mondiale
titel afhoudt, is waarschijnlijker wie zich tot best of the rest
mag kronen. McLaren en Williams - die net als Ferrari met dezelfde
coureurs vertrekken - zijn opnieuw de voornaamste uitdagers.
Vooral Juan Pablo Montoya is erop gebrand de oudste Schumacher van
weerwerk te voorzien, al blijft de vraag of de nieuwe auto hem daartoe
in staat stelt. "Maar zo goed als iedereen denkt dat Schumacher
is, is hij niet", stelt Montoya, toch al gezegend met een overdosis
lef en zelfvertrouwen.
Maar ook Renault, BAR en Sauber denken zich in die strijd te kunnen
mengen. "Voor het eerst in vijf jaar heb ik het gevoel dat we
competitief kunnen zijn", verwacht Villeneuve, die BAR trouw
bleef. "Ik denk niet dat we Ferrari kunnen verslaan, maar wel
kunnen concurreren met de andere teams."
Jordan, Minardi, Jaguar (de motoren van deze drie teams worden dit
jaar geleverd door Cosworth) en Toyota zullen waarschijnlijk het achterhoede
gevecht gaan leveren. Natuurlijk starten ook deze teams vol verwachting
aan het seizoen 2003. Bij Minardi is de hoop gebaseerd op de nieuwe
auto én Jos Verstappen. Jaguar trok twee jonge talenten (Mark
Webber en Antonio Pizzonia) aan. Jordan, dat financiële problemen
kent, doet het dit jaar met Giancarlo Fisichella en Ralph Firman,
een debutant.
Elk punt dat wordt verdiend lijkt meegenomen, is het motto van deze
teams. Hoewel? De directie van Toyota eist na het debuutjaar prestaties.
En waarom ook niet, als je een van de grootste budgetten in de Formule
1 beschikbaar stelt? "We zijn nieuwkomer af", aldus Toyota's
teambaas Ove Andersson. "Van de op twee na grootste autofabrikant
ter wereld mag je iets verwachten."
Alleen niet dat ze Ferrari kunnen uitdagen. Dat recht lijkt ook dit
seizoen aan niemand voorbehouden. Zelfs niet aan Bernie Ecclestone. |
|
|