|
Niemand lacht nu meer om Flavio Briatore |
06-03-2003 |
Blikken
van afschuw en wantrouwen waren zijn deel, toen Flavio Briatore (52)
in 1989 als leek de Formule 1 binnenstapte. Met de cap omgekeerd
op zijn hoofd, het pakje Marlboro Lights altijd en eeuwig binnen handbereik
en een onorthodoxe werkwijze schudde hij niet alleen het team van
Benetton, maar de hele wondere wereld die Formule 1 heet, wakker.
Flavio Briatore had helemaal niets met auto's, laat staan met Formule
1. Voetbal, skiën en - vooral - vrouwen bekoorden hem in zijn
jonge jaren meer. In 1988 bezocht de Italiaan op uitnodiging van zijn
boezemvriend Luciano Benetton voor het eerst van zijn leven een Grand
Prix. "Ik was op dat moment voor Benetton bezig een netwerk van
zaken op te zetten in de Verenigde Staten", aldus Briatore, destijds
een frequent bezoeker van de fameuze New Yorkse nachtclub Studio 54.
"Luciano vroeg me of ik eens mee wilde. Zijn we samen naar Australië
gegaan. Maar ik heb de race niet eens gezien, alleen de kwalificatie...
Ik had destijds niet kunnen bevroeden dat ik een half jaar later teambaas
zou zijn."
De almachtige patriarch van het Italiaanse modehuis zag in Briatore
de meest geschikte persoon om het door hem gesponsorde raceteam op
te stuwen in de vaart der volkeren. Met name op marketing-gebied.
"Ik moest sponsors zoeken, een nieuwe motorleverancier en zorgden
dat de organisatie financieel stabiel werd. Ik zou dat vijf maanden
gaan doen en dan terugkeren naar de VS om mijn werk er te vervolgen."
Maar het werden er uiteindelijk tien. "Omdat Luciano mij benoemde
tot teambaas. Ik heb nu nog geen idee waarom hij dat heeft gedaan."
Briatore schudde de Formule 1 overhoop, onderkende als eerste het
talent van Michael Schumacher, won wereldtitels en voorzag het showelement
van een impuls door allerlei beroemdheden te inviteren. Glamour maakte
onder hem een rentree. Want volgens de Italiaan is Formule 1 vooral
één grote show én een communicatiemiddel dat
geen grenzen kent. "De race is slechts een klein onderdeel van
de droom die we realiseren en waar iedereen op de wereld wel deel
van wil uitmaken. Ik weet dat andere teambazen zoals Ron Dennis en
Frank Williams daar heel anders over denken, maar ik begrijp dat niet
helemaal. Wat heeft het voor zin om zwaarmoedigheid en ernst te verkopen?"
Het zijn begrippen die in Briatore's vocabulaire niet voorkomen. Hij
omhelst het leven, leeft het intens. Het liefst met een schone dame
aan zijn zijde. De Italiaan is een workaholic, gunt zichzelf
zelden een lange vakantie. "Ik werk elf uur per dag, zeven dagen
per week, 52 weken per jaar. Ik houd van hard werken, het houdt me
fit."
Als hij zich al ontspant, dan doet hij dat bij voorkeur op Sardinië.
Briatore heeft er een boot liggen, The Lady in Blue, en bezit er een
nachtclub genaamd The Billionaire. Iedereen is in zijn club welkom,
waar een fles champagne 750 euro kost. Toch
brengt hij zijn dagen het liefst door in zijn flat in Oxford, of zijn
penthouse in Chelsea, Londen. "Ik ben geen feestganger",
verzekert Briatore. "Ik kan elke avond in Londen wel naar een
diner, maar doe dat zelden. Ik drink ook amper. Soms als het gezellig
is weleens te veel, maar dan drink ik ook een hele tijd niets."
Want dat vloekt, zo stelt hij, met de toewijding die hij nodig heeft
om het team succesvol te kunnen leiden.
Toch blijft het opmerkelijk dat Briatore na een absentie van enkele
jaren - hij stapte in 1997 op bij Benetton omdat hij was opgebrand
- inmiddels wéér de baas is bij Renault. Kennelijk voelt
hij zich zo thuis in de Formule 1 dat hij in 2000 toehapte, toen de
Franse autofabrikant hem vroeg terug te keren op zijn oude post. "Eigenlijk
ben ik niet gek op auto's", onthulde Briatore eens. "In
Engeland heb je overal snelheidsbeperkingen." Daar laat hij zich
bij voorkeur rijden. Maar in Italië kruipt hij zelf wel achter
het stuur van zijn bolide. "Daar heb je ook een maximumsnelheid.
Alleen trekt niemand er zich iets van aan. Dat maakt het rijden wat
opwindender."
Drie jaar staat hij nu al weer aan het hoofd bij Renault. De concurrenten
dienen weer rekening te houden met de Fransen. "Bij mijn terugkeer
werd er smalend om me gelachen en om ons team. Maar we zitten op koers,
de lach bij de concurrentie is nu wel verdwenen. We hebben nog wat
tijd nodig, maar volgend jaar gaan we weer eens over de wereldtitel
nadenken. Want ik ben gek op winnen. Daar heb ik alles voor over." |
|
|