Steeds weer nieuwe ziektekiemen
 
De ogen waren gericht op biologische wapens en terroristen, maar uiteindelijk was het gewoon de natuur die ervoor zorgde dat de mensheid de afgelopen maanden in de ban raakte van ziektes.

Toch weten epidemiologen dat de uitbraak van SARS niet zo heel bijzonder is. De mensheid wordt voortdurend belaagd door nieuwe ziektekiemen.

Volgens epidemiologen duikt er ieder jaar minstens één geheel nieuwe ziekteverwekker op bij de mens.

Een greep uit de meest opvallende uitbraken van de afgelopen tien jaar.


Crypto (1993)
Sin Nombre-virus (1993)
Hendravirus (1994)
Andesvirus (1995)
Pokken (1) (1996)
ABL (1996)
Nieuwe-variant Creutzfeldt-Jacob (1996)
Vogelgriep (1997)
Marburgvirus (1998)
Nipahvirus (1998)
Westnijlvirus (1999)
Ebola (2001)
Pokken (2) (2001)

Maart 1993: Crypto
Liefst tachtig procent van alle inwoners van de stad Milwaukee wordt plotsklaps geveld door een onbekende ingewandziekte, met als symptomen extreme buikpijn, diarree en misselijkheid. Tientallen burgers overlijden. Na maandenlange paniek ontdekken artsen dat de ziekte wordt veroorzaakt door de ingewandparasiet 'Cryptosporidium parvum'. Die ziektekiem is endemisch in koeien, moet via mest in het drinkwater zijn beland en is daarvandaan overgesprongen op de mens. De uitbraak in Milwaukee wordt bedwongen door de waterzuivering aan te passen. Toch is Crypto nog altijd een van de belangrijkste diarreeveroorzakers.
Naar boven

Mei 1993: Sin Nombre-virus
In het zuidwesten van de Verenigde Staten breekt plotseling een geheimzinnige longontsteking uit. Vooral jonge mannen worden getroffen door de ziekte, die in liefst veertig procent van de gevallen dodelijk afloopt. Ruim driehonderd gevallen komen aan het licht. Een muizenvirus, het Sin Nombre-virus ('virus zonder naam'), blijkt de sprong naar de mens te hebben gemaakt. De epidemie wordt na 335 gevallen officieel bedwongen verklaard. Toch overlijden nog altijd ieder jaar tientallen mensen aan HPS, de longziekte in kwestie. Behalve het Sin Nombre-virus zelf zijn daarvoor minstens zes verwante knaagdiervirussen verantwoordelijk. Grote uitbraken van HPS worden gemeld in Paraguay (1995), Argentinië (1995 en 1996) en Chili (1997).
Naar boven

Augustus 1994: Hendravirus
Nabij het Australische Brisbane sterven dertien paarden, een stalhouder en een veearts aan een geheimzinnige, nieuwe longziekte. De stalknecht overleeft de ziekte ternauwernood. Tot ontzetting van artsen blijkt er een geheel nieuwe virusfamilie aan het werk: die van de zogeheten 'Megamyxovirussen'. De longziekte in kwestie lijkt door vleermuizen te zijn overgedragen op het paard en de mens. De naam voor het verantwoordelijke virus wordt 'virus dat paarden doodt', 'Equine-morbillivirus'. Later wordt het virus hernoemd tot Hendravirus. Onduidelijk is hoeveel mensen er sindsdien aan de longontsteking zijn overleden. Vast staat dat de ziekte sinds 1994 zeker twee keer is opgedoken in de mensenwereld.
Naar boven

Zomer 1995: Andesvirus
Argentijnse artsen slaan alarm als er in het zuidwesten van het land opeens een nieuwe, besmettelijke en uiterst gevaarlijke longziekte opduikt. De ziekte is in 50 procent van de gevallen dodelijk en treft binnen enkele dagen achttien mensen. Het zogeheten Andesvirus, lid van de groep der 'Hantavirussen', blijkt verantwoordelijk. Dat virus komt uit de knaagdierenwereld en veroorzaakt bij mensen de dodelijke longontsteking HPS. Het grote verschil is dat het Andesvirus zich nu heeft ontwikkeld tot een ziekte die behalve van dier op mens ook van persoon op persoon kan worden overgedragen. Het virus is voor zover bekend onder controle, hoewel het nog altijd endemisch is in de knaagdierenwereld.
Naar boven

Februari 1996: Pokken
In een afgelegen streek in Zaïre krijgen 71 mensen opeens pokken. Terwijl de ziekte - een van de ergste plagen die de mensheid ooit teisterde - officieel toch al sinds 1977 uitgestorven zou zijn. Maar bij dieren komt pokken nog steeds voor en ditmaal is de ziekte van de aap op de mens overgesprongen. Zes mensen overlijden en de medische wereld houdt zijn hart vast: de pokkenvariant blijkt overdraagbaar tussen mensen. Maar na een halfjaar is de epidemie uitgewoed. Nog steeds vinden er nu en dan pokkenepidemietjes plaats: in India sprong het pokkenvirus over van de buffel op de mens, in Brazilië raakte een aantal boeren besmet met koeienpokken.
Naar boven

Juni 1996: ABL
In Australië overlijdt een vleermuizenhoudster aan een nieuwe, raadselachtige ziekte. Het vleermuizenvirus ABL, lid van de familie der hondsdolheidsvirussen, blijkt verantwoordelijk. Onbekend is of het virus vaker overspingt naar de mens. Wereldwijd overlijden er ieder jaar veertig- tot honderdduizend mensen na besmetting door een hondsdolheidsvirus.
Naar boven

Najaar 1996: nieuwe-variant Creutzfeldt-Jacob
Europa is geschokt als er in een klein Engels dorpje vijf mensen overlijden aan een raadselachtige, slopende hersenziekte. Er blijkt sprake van een menselijke variant van de gekkekoeienziekte. Al eerder overleden er mensen aan de aandoening 'Creutzfeldt Jakob' (CJD), maar ditmaal is er een variant in het spel waarvoor de mens nog veel bevattelijker lijkt: 'nieuwe variant CJD'. Volgens de officiële cijfers zijn er inmiddels 855 Britten overleden aan de ziekte. CJD geldt nog altijd als een groot medisch raadsel: het is de enige bekende besmettelijke ziekte die niet door een bacterie, virus of parasiet wordt veroorzaakt - maar door eiwitten die zichzelf opeens anders 'opvouwen' en vervolgens kleine gaatjes boren in de hersenen.
Naar boven

Mei 1997: Vogelgriep
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) houdt zijn adem in als er in Hongkong opeens zes mensen overlijden aan vogelgriep. De kroonkolonie voorkomt erger door alle 1,4 miljoen kippen op het eiland te laten slachten. Maar jaren later, in februari 2003, sterven er opeens weer twee Hongkongers aan dezelfde vogelgriepvariant. In 1999 springt er nóg een vogelgriepvirus over naar de mens, ditmaal zonder doden. Experts verwachten dat er vroeg of laat een dodelijke griepepidemie opduikt vanuit de dierenwereld. Vlak na de Eerste Wereldoorlog kwamen er wereldwijd twintig tot veertig miljoen mensen om nadat de Spaanse Griep van het varken naar de mens was gesprongen.
Naar boven

Augustus 1998: Marburgvirus
In een goudmijn in Congo springt het nauw aan Ebola verwante Marburgvirus plotseling over op de mens. Het virus komt uit de dierenwereld, al is onbekend welk dier het virus draagt. Het Marburgvirus maakte in de jaren zestig al enkele tientallen Europeanen ziek. Maar ditmaal is er sprake van een besmettelijke variant. Tegen de honderd Afrikanen worden ziek, tientallen overlijden - waaronder ook de arts die de uitbraak ontdekte. Het virus verdwijnt even plotseling als het opdook. Hoewel een epidemie sindsdien is uitgebleven, sterven er nog steeds geregeld mensen aan het Marburgvirus.
Naar boven

September 1998: Nipahvirus
Op het Maleisische platteland duikt plotseling een verwoestende, nieuwe ziekte op. Honderden varkenshouders worden geveld door de ziekte, die griepachtig begint en in de helft van de gevallen uitloopt op een dodelijke zwelling van de hersenen (encephalitis). Ook varkensslachters worden ziek. Een vleermuizenvirus blijkt te zijn overgesprongen op de mens: het zogenoemde Nipahvirus, nauw verwant aan het Hendravirus en een ver familielid van het virus dat mazelen veroorzaakt. Hoewel het voor de hand ligt dat het Nipahvirus via varkens bij de mens belandt, is niet uitgesloten dat de ziekte door honden en katten op de mens wordt overgedragen. Nipah is nog niet overdraagbaar van mens op mens. Het is onbekend hoeveel mensen er jaarlijks met Nipah besmet raken.
Naar boven

Augustus 1999: Westnijlvirus
Tot ontzetting van epidemiologen duikt het Westnijlvirus plotseling op in New York. Het virus leidde tot die tijd een tamelijk obscuur bestaan in het Midden-Oosten en Oost-Europa. Het virus is afkomstig van vogels, en wordt daarvandaan door muggen overgedragen op de mens. Hoewel mensen slechts een kans van een op duizend hebben om vervolgens ook echt ziek te worden, loopt de ziekte, als die eenmaal doorzet, in haast tien procent van de gevallen dodelijk af. Het virus verspreidt zich razendsnel en heeft zich inmiddels gevestigd in 44 Amerikaanse staten. Het virus heeft zeker 25 Amerikanen het leven gekost.
Naar boven

Januari 2001: Ebola
Ruim tweehonderd Ugandezen komen om tijdens een ongewoon ernstige epidemie van Ebola, een tropenziekte die hevige inwendige bloedingen teweeg brengt. Bijna ieder jaar breekt ergens in Afrika Ebola uit. De ziekte is in vijftig tot tachtig procent van de gevallen dodelijk, is besmettelijk en komt uit de dierenwereld. Vooral vleermuizen en apen worden verdacht. In 1996 breekt er dan ook even paniek uit in de westerse wereld als er in een Texaans proefdierlaboratorium een aap Ebola blijkt te hebben. Maar niemand raakt besmet.De meest recente uitbraak, dit jaar in Congo, heeft ruim honderd mensen het leven gekost.
Naar boven

Januari 2001: Pokken
In Rotterdam meldt zich een meisje met ernstige zwellingen aan haar gezicht. Het kind blijkt besmet met een pokkenvirus. Waarschijnlijk is de pokken op het meisje overgesprongen van een zieke rat die ze mee naar huis had genomen. De rat op zijn beurt heeft het virus gekregen van een koe, zo lijkt het. In de media verklaren virologen dat er met enige regelmaat Nederlanders besmet raken met een dierpokkenvirus.
In een laboratorium in Australië gebeurt intussen iets angstaanjagends: per ongeluk kweken onderzoekers een pokkenvirus dat in alle gevallen dodelijk is en dat zelfs bestand is tegen vaccins. Gelukkig ontsnapt het virus niet uit het laboratorium. Maar de wetenschap besluit mede onder invloed van het incident voortaan bepaald biotechnisch onderzoek geheim te houden, om te voorkomen dat terroristen op een idee komen.

Naar boven

Inhoud dossier

Nieuwsoverzicht

SARS in vraag en antwoord

Economische gevolgen van SARS

SARS: plaag of gewoon griepje?

Virussen: een profiel

Tien jaar nieuwe ziektes

Sitetips