Door Elske ter Veld, senator en
oud-staatssecretaris PvdA
Verbijstering en ongeloof. Moord op de trappen voor het audiogebouw
op het Mediapark. Een plek waar iedere politicus wel eens komt om
in de kelders bij Radio 1, 2 of 3 zijn of haar zegje te doen. Half
napratend afscheid nemend; jezelf afvragen of het goed gegaan is en
in je auto stappen naar de volgende afspraak. En daar dan nooit aankomen.
Het kan niet waar zijn.
Een
politieke moord in Nederland. In de discussie en de emotie komen zinloos
geweld - met bijbehorende stille tocht en kaarsjes - samen met Machiavelliaanse
gedachten over samenzwering. Moord is schokkend, zeker als het om
iemand gaat die je kent. En iedereen kende Pim Fortuyn. Uit kranten
en televisie. En hij praatte zo gewoon en begrijpelijk over de problemen
waar je zelf ook wel eens over nadacht. Hij had de buurman kunnen
zijn die je nooit gehad had of hoopte nooit te hebben. En dus zijn
we allemaal diep geraakt.
Ongeloof
Politici in Nederland lopen gewoon over straat. Dat kan toch zeker.
En het kan toch niet zo zijn dat omdat je je mening naar voren brengt
- scherp, ironisch, met grappen en soms bijtende kritiek - dat dat
je dood kan betekenen. Dat hoort toch in ons Nederland gewoon te kunnen.
Juist dit ongeloof maakt het begrijpelijk dat de dood van Pim Fortuyn
in de Eerste Kamer is herdacht. Natuurlijk, hij was fractievoorzitter
van een grote fractie in de Rotterdamse Gemeenteraad. Maar verder
lijsttrekker van een partij die nog niet in de Tweede Kamer was gezeten
en zeker nog geen lid was geweest van het eerbiedwaardige college
van Senatoren. Maar de Tweede Kamer was op verkiezingsreces en een
politieke moord is geen gewone situatie. Nooit niet en niet in verkiezingstijd.
Dat raakt ieder, dat raakt alle politici door alle partijen heen en
in alle lagen van het openbaar bestuur.
Ook al gaan de verkiezingen door, gewoon is het niet. De campagne
die de laatste week in zou gaan wordt afgebroken. Geen lijsttrekkersdebatten
meer - waar je soms met gekromde tenen en dan weer met schaterlachen
naar kon kijken. Niet dat ik soms niet verlangde naar wat minder van
dat mediagedoe maar nu ga ik het toch meteen missen.
Bestolen
Nooit meer half suikerzoete half bijtend zure opmerkingen over Melkert,
noch spitse opmerkingen terug; geen onbegrijpelijke zinnen meer van
Dijkstal; geen tegenstoot van Rosenmφller; geen kans meer voor Marijnissen
om de degens te kruisen. En wij - gewone kiezers - moeten het nu dus
doen met half afgemaakte zinnen en voelen ons bestolen. Bestolen van
het spel wat voor velen van ons toch ook verweven is met het aanschouwen
van het woordelijk geworstel op de beeldbuis. Omdat ιιn van de smaakmakers
in het politieke krachtenspel bestolen is van het leven.
Meningen uiten, naar meningen luisteren. Vrijheid luistert nauw. Het
was net een dag ervoor dat we onszelf ernstig voornamen dat serieus
te nemen. Vrijheid van meningsuiting, willen luisteren naar de ander
- zelfs als er soms wel eens door elkaar heen wordt gepraat; debatteren
over de vraag waar de vrijheid van de een de vrijheid van de ander
belemmert.
Het volstrekt met elkaar oneens kunnen zijn, elkaars mening bestrijdend
zonder elkaar als persoon te schaden. De vraag stellend of vrijheid
betekent alles te kunnen zeggen of ook sommige dingen juist niet te
mogen zeggen. Zo hoort het te zijn, zo was het dus niet. Wie wil er
nu nog in de politiek?
Monddood
Straks, op 15 mei, naar de stembus. Moet je wel gaan stemmen, kun
je het mensen eigenlijk wel aandoen op dergelijke posities terecht
te komen? Zou je wellicht beter niet moeten stemmen op diegenen die
je dierbaar zijn en waarvan je verwacht dat ze jouw mening het best
naar voren zullen brengen en zullen verdedigen? Kom op.
Natuurlijk wel naar de stembus. Het debat in Nederland moet doorgaan,
het is onze samenleving waar het over gaat. Waar toch met de spelregels
van de democratie oplossingen moeten worden gevonden voor onoplosbaar
lijkende problemen. Waar meningsverschillen gewoon moeten kunnen worden
uitgesproken, kritiek moet kunnen worden geleverd.
Het beste wat we op 15 mei als samenleving kunnen doen, om ons te
verweren tegen de krachten die op die manier stromingen monddood maken,
is onze stem uit brengen. We moeten vier jaar verder met de nu te
kiezen Tweede Kamer. Die stem uitbrengen luistert nauw.
|
|
|