|
'Je bent ongrijpbaar' zeiden we tegen hem
|
|
Door Felix Rottenberg, oud-PvdA-politicus
Toen Pim Fortuyn zich kandideerde, werd smalend op hem gereageerd.
Zes zeteltjes kenden de politieke insiders hem maximaal toe. Na een
maand begon zijn zegetocht. Fortuyn maakte vooral indruk op kiezers
die al jaren niet meer stemden, op mannen en vrouwen die eindelijk
hun chagrijn verstaanbaar en ludiek verwoord hoorden.
Fortuyn experimenteerde met zijn stijl en standpunten. Hij was extreem
openhartig over zijn privé-leven en beschreef dat soms in opvallend
platte beelden, maar hij kon zich ook heel kwetsbaar opstellen. Daardoor
raakten honderdduizenden mensen verslaafd aan zijn televisieoptredens.
Je zag interviewers spartelen en onzeker worden: Fortuyn ontregelde
vrijwel iedereen. Zelfs Wim Kok stak vlak voor de gemeentraadsverkiezingen
zijn afkeer niet onder stoelen of banken en symboliseerde zo het onvermogen
van de gearriveerde politici, die niet in staat waren het succes van
Fortuyn te verklaren.
Intuïtie voorspelde me eind september dat Fortuyn heel ver kon komen.
Alleen vermoedde ik dat hij op een zeker moment zou struikelen over
een te vergaande uitspraak over migranten. Maar tegen Kerstmis werd
duidelijk dat Fortuyn zich veel kon permitteren, meer dan wie dan
ook.
Zijn vijanden bij de PvdA geloofden nog steeds niet dat Fortuyn een
electorale revolte kon veroorzaken. Ze bleven hem negeren. Fortuyn
voelde dat hij de PvdA een geweldige nederlaag kon bezorgen. Hij haatte
ze. Joop den Uyl had hem midden jaren tachtig in de populaire koffiekamer
van Binnenhof 5 in een kort gesprek te verstaan gegeven dat hij niet
geschikt was als politicus. Hij vond hem onstabiel. Het moet voor
Fortuyn een verschrikkelijk oordeel zijn geweest, want hij was een
liefhebber van politiek en een echte liefhebber wil vroeg of laat
een actieve rol spelen, niet blijven toekijken.
Pas na vier jaar brak Fortuyn met de PvdA. Later was er sprake van
dat hij columnist zou worden van De Telegraaf. Maar Kees Lunshof,
het politieke gezicht van de grootste krant van Nederland, vond Fortuyn
te ordinair. Elsevier hoorde van de afwijzing en bood Fortuyn een
plek in zijn kolommen aan. Jaren las ik hem in de kiosk. Hij was goed
geïnformeerd, provocerend en malicieus.
Half februari interviewde ik Fortuyn in Slot Rottenberg op Nederland
3. Ik was al dagen van tevoren nerveus, omdat ik wist dat hij in ijzersterke
conditie verkeerde. Ik wilde een gewoon gesprek voeren, niet alleen
omdat ik vond dat hij recht had op een hoffelijke bejegening, maar
ook omdat ik hem zo écht aan het praten hoopte te krijgen.
Hij wist niet dat Eric Nordholt mijn wijze sparringpartner was geweest
bij de voorbereiding. Ik vertelde hem dat na afloop, toen we met de
redactie lang met hem bleven napraten over de toestand in Nederland
en zijn strategie. "Slimme schoft", galmde hij.
Fortuyn was die avond afwisselend open, grillig, opportunistisch,
glashelder, fascinerend en warrig. Dat laatste viel op toen ik hem
doorvroeg over zijn denkbeelden over de WAO. Toen hij vorige week
vrijdag de schminkkamer kwam binnenlopen bij de studio van AT 5, waar
wij hem zouden interviewen in Duivels, begon hij er meteen over. "Je
had me te pakken, dat is niet gemakkelijk geweest voor me." Dat
was ronduit sportief.
Hij was die vrijdag opgewonden, emotioneel, vanwege zijn ruzie met
tv-journalisten na zijn uitspraken over een generaal pardon voor 'correcte'
illegalen. We kalmeerden hem door te zeggen dat hij niets te vrezen
had en als een Engelsman zijn vijanden tegemoet moest treden. "Je
bent ongrijpbaar", zeiden we tegen hem. En uiteindelijk beaamde
hij dat.
Daarom schreef ik zaterdag in deze krant dat niemand hem in zijn hart
kon raken. Dat is dus wel gebeurd. Vreselijk. "U maakt chaos",
zeiden we aan het eind van de uitzending tegen Fortuyn. "Wat
ik zeg", luidde zijn antwoord, "is dat verandering betekent
dat niet alles even ordelijk kan verlopen als het nu is. Want nu heerst
er de rust van het kerkhof."'
Deze column is ook verschenen in Het Parool, op 7 mei 2002.
|
|
|