|
Fortuyn: vervolg ze tot in de hel |
25-02-2003 |
Verslag
Radio 1 Journaal
"Als
ik word vermoord, vervolg ze tot in de hel." Zo luidde de opdracht
van Pim Fortuyn aan de advocaten Gerard Spong en Oscar Hammerstein.
Het is ook de titel van hun boek dat vandaag verschijnt, en dat volgens
Spong "een juridische documentatie is van de tijd na de aanslag".
Uit het boek blijkt dat Fortuyn ook oud-premier Kok, PvdA-fractievoorzitter
Melkert en oud-fractievoorzitter Rosenmöller van GroenLinks wilde
laten vervolgen wegens het aanzetten tot haat. Zijn advocaten hebben
hem dat afgeraden.
Het boek, met als ondertitel "de haat-zaai-aangifte van Fortuyn",
beschrijft de aanklacht tegen enkele politici en journalisten die
volgens de schrijvers hebben aangezet tot haat tegen de naamgever
en oprichter van de Lijst Pim Fortuyn. De advocaten hebben hun aanklacht
uiteindelijk beperkt tot degenen die nazi-vergelijkingen hadden gemaakt.
Dat leverde een sterkere zaak op.
Een
week na de moord op Pim Fortuyn, 13 mei 2002, deden Spong en Hammerstein
aangifte tegen oud-fractievoorzitter De Graaf van D66, partijvoorzitter
Eenhoorn van de VVD en PvdA-lid Oudkerk wegens het aanzetten tot haat
op grond van artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht.
Ook Vara- en Volkskrant-columnist Van Dam, Trouw-journalist Verkamman,
diens vakbroeder Storm (De Socialist), de hele redactie van NRC-Handelsblad
en enkele linkse websites werden aangeklaagd.
Hoger beroep
Het Openbaar Ministerie in Rotterdam wees behandeling van de klacht
af. Spong en Hammerstein zijn in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof
in Den Haag. Dit oordeelt komend voorjaar of de beslissing van de
officier van justitie terecht niet tot vervolging is overgegaan.
In hun boek proberen Spong en Hammerstein aan te geven waarom een
oordeel van de rechter in deze zaak gewenst is. Zij doen dat aan de
hand van officiële documenten, waaronder een aantal aangiftes
en de correspondentie tussen het advocatenduo en de Deken van de orde
van advocaten. Het grootste deel van het boek bestaat uit een antwoord
in 133 punten aan de Deken van de Orde van Advocaten.
Artikel
137
De zaak valt of staat met artikel 137. Dit stelt dat 'Hij die in het
openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat
tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon
of goed van mensen wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging,
hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft
met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van
de derde categorie'.
De advocaten hebben expres niet gekozen voor het strafrechtartikel
over belediging. Spong gisteren in het Radio 1 programma 'Met Het
Oog Op Morgen': "Wat Fortuyn 'het demoniseren' noemde is eigenlijk
het aanzetten tot haat. Het artikel voor belediging is dus niet van
toepassing. (...) We doen het niet zoals de Duitsers het doen in Duitsland.
Als je daar iemand uitscheldt voor nazi is dat een strafbare beleding.
Beledigen en aanzetten tot haat zijn aan elkaar grenzende delicten."
Spong zei bij dezelfde gelegenheid dat het geen persoonlijke strijd
betreft, maar een juridisch-principiële. "De vrijheid van
meningsuiting is in het geding. Dat is geen absoluut recht. Waar grondrechten
in het geding zijn, ligt het meestal vrij principieel. Maar het is
niet een strijd van mij, maar in naam van mijn cliënt." |
|
|