|
Volkert
van der G. gaat in hoger beroep tegen zijn veroordeling tot achttien
jaar cel voor de moord op Pim Fortuyn. Dit heeft zijn advocaat Böhler
bekendgemaakt. Het Openbaar Ministerie kondigde vorige week op de
dag van het vonnis al aan in beroep te gaan.
Volgens advocaat Böhler heeft de rechtbank de zware detentieomstandigheden
waaraan Volkert van der G. werd onderworpen, niet in het vonnis
meegewogen. Van der G. stond geruime tijd onder toezicht van een
camera in zijn cel.
Daarnaast hebben de rechters volgens de advocaat onterecht de uitlatingen
van politici over Van der G. niet meegewogen in de strafmaat.
Levenslang
Het Openbaar Ministerie had levenslang geëist tegen Volkert van
der G.
De eis werd door de rechtbank niet overgenomen, onder andere omdat
de rechters het niet aannemelijk achten dat Volkert van der G. nogmaals
een dergelijk misdrijf zal plegen. Het Openbaar Ministerie is een
andere mening toegedaan.
Justitie vecht de opgelegde straf ook aan omdat het vindt dat de
rechtbank de intentie van Van der G. om het democratisch proces
'buitengewoon te frustreren', onvoldoende heeft laten meewegen.
Verder vindt het Openbaar Ministerie dat de Amsterdamse rechtbank
belangrijke elementen van de persoonlijkheid van Van der G. niet
voldoende heeft betrokken in de bepaling van het vonnis. Het Openbaar
Ministerie noemt daarbij het ontbreken van het tonen van spijt door
verdachte.
Het
hof in Amsterdam heeft voor het hoger beroep drie dagen uitgetrokken.
De inhoudelijke behandeling wordt dit najaar verwacht.
Boete
Het Openbaar Ministerie heeft tegen wethouder Bogers van Wageningen
een boete van 500 euro geëist omdat hij de naam van Volkert
van der G. als vermoedelijke dader van de aanslag op Pim Fortuyn
had laten uitlekken. Volgens officier van justitie De Weert heeft
de toenmalige wethouder zijn ambtsgeheim geschonden.
Op de avond van de moord lichtte destijds de Wageningse burgemeester
Sala de wethouder in over de aanhouding van Van der G. Dat gebeurde
onder strikte geheimhouding. Bogers kon zich niet voorstellen dat
Van der G. de dader was en belde daarop de voorzitter van de Wageningse
Vereniging Milieu Offensief, waar Van der G. had gewerkt. Voorzitter
Van der Wouw ging vervolgens rondbellen.
Met het telefoontje naar Van der Wouw schendde Bogers zijn ambtsgeheim.
De wethouder ontkent dit, hij meent dat de burgemeester hem geen
geheimhouding had opgelegd. Hij erkent wel dat hij "ongelukkig
heeft geopereerd".
Vijf LPF-leden hadden tegen Bogers aangifte gedaan. Ze vreesden
dat na het telefoongesprek belangrijke bewijsstukken zijn vernietigd.
Volgens De Weert is dat echter niet het geval.
|