Het
Openbaar Ministerie in Rotterdam gaat niemand vervolgen voor het aanzetten
tot haat tegen Pim Fortuyn. Dat heeft het parket dinsdag laten weten.
De advocaten van de vermoorde politicus (Spong en Hammerstein) hadden
op 13 mei aangifte gedaan tegen verschillende journalisten en politici
wegens het aanzetten tot haat tegen hun cliënt.
Volgens het OM zijn de feiten die Spong en Hammerstein in hun aangifte
hebben gebruikt, niet strafbaar volgens de wet die gaat over het aanzetten
tot haat. Justitie vindt dat de uitspraken die in de aangifte zijn
opgevoerd steeds zijn gericht op het "politieke gedachtengoed"
van Pim Fortuyn.
Het wetsartikel 137d uit het Wetboek van Strafrecht waarop de advocaten
van Fortuyn een beroep deden, beoogt in de visie van het OM een groep
van personen te beschermen tegen haat op grond van ras, geloof of
levensovertuiging. Iemands politieke levensovertuiging valt niet onder
deze wetsbepaling, luidt het argument van de Rotterdamse justitie.
Spong en Hammerstein bestrijden dat. "Een politieke overtuiging
valt op grond van de wetsgeschiedenis wel degelijk onder het begrip
levensovertuiging", aldus de advocaten.
De
twee strafpleiters hadden aangifte gedaan tegen de politici Thom de
Graaf (fractievoorzitter D66), Bas Eenhoorn (partijvoorzitter VVD),
en de PvdA'er Rob Oudkerk. Dezelfde aanklacht werd geuit aan het adres
van de journalisten Marcel van Dam (Vara), Peter Storm (De Socialist),
Matty Verkamman (Trouw), de hele redactie van NRC Handelsblad en een
aantal personen die websites beheren.
Reactie
Spong en Hammerstein lieten weten naar het gerechtshof te zullen stappen
om alsnog vervolging van de aangeklaagden af te dwingen. Ze hebben
daartoe de uitdrukkelijke opdracht van de LPF, zo luidde een verklaring
van de raadslieden. |