|
Radioportret
Televisieportret
Een
man met een brede visie en een brokkenpiloot:
De twee gezichten van Bram Peper (60). Peper heeft een indrukwekkende
staat van dienst, maar waar hij komt laat hij ook een spoor van
vernielingen achter. Tot nu toe was hij in alle affaires overeind
gebleven, maandag 13 maart 2000 kwam hij zwaar ten val.
Abraham Peper, zoon van een Haarlemse metaalbewerker, kan uitstekend
voetballen. Hij speelt als spits bij de Heemsteedse eerste divisieclub
RCH. De veelbelovende semi-prof heeft ook een goed stel hersens.
Op 24-jarige leeftijd slaagt hij, cum laude, aan de Universiteit
van Amsterdam voor het doctoraal examen sociale wetenschappen.
Zes jaar later mag hij doctor voor zijn naam zetten, als hij promoveert
op een proefschrift over het welzijnsbeleid. Zijn wetenschappelijke
loopbaan verloopt al voorspoedig als hij begin jaren zeventig toetreedt
tot het landelijk PvdA-bestuur. Het is de tijd van Nieuw Links en
polarisatie. Het kabinet-Den Uyl regeert en Peper wordt persoonlijk
beleidsadviseur van minister Harry van Doorn (CRM). Tegelijk klimt
de linkse arbeiderszoon op tot hoogleraar sociaal-economisch beleid
aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
De wetenschappelijke carrière en de politieke activiteiten gaan
lange tijd hand in hand. Tot hij in 1982 de opvolger wordt van André
van der Louw als burgemeester van Rotterdam. De meningen over Peper
als burgemeester lopen zeer uiteen. De één vindt dat hij Rotterdam
nieuw elan geeft, de ander vindt dat hij zich als een regent of
zelfs als een potentaat gedraagt. Zijn critici krijgen gelijk als
Peper in 1984 op de Honingerdijk in zijn dienstauto op de bon wordt
geslingerd en dan tekeer gaat tegen de agenten, die zonder aanzien
des persoons hun werk doen.
Een lading kritiek is ook zijn deel als Peper in een interview met
Ischa Meijer zegt dat hij een voorlichter wil die zijn beleid als
waspoeder verkoopt. Hij botst met de psychiatrie als hij blanco
verklaringen tekent voor gedwongen opnames. Hij botst met regelmaat
met de KNVB over risicowedstrijden. Hij roept grote weerstand op
met de uitspraak dat Turken in de Maasstad massaal misbruik maken
van sociale voorzieningen.
In 1990 stort de burgemeester tijdens een reis door Zuid-Amerika
in, geplaagd door een slecht huwelijk en overmatig drankgebruik.
Na twee maanden ziekteverlof komt Peper als herboren terug. Hij
is tien kilo afgevallen, laat de alcohol staan en heeft een nieuwe
liefde: de liberale ex-minister Neelie Kroes. Maar ook dan komt
er geen einde aan tumult rond Peper. De burgemeester wordt verantwoordelijk
gehouden voor het fiasco bij de viering van 650 jaar Rotterdam.
Onderzoeker prof. Zijderveld verwijt hem "een gebrek aan bestuurlijke
virtuositeit". Peper komt in conflict met de gemeenteraad over
de aanschaf van een peperdure ambtswoning aan het Museumpark. De
burgemeester trekt generaal Brinkman aan als nieuwe korpschef, maar
laat hem even gemakkelijk weer vallen als deze niet met de ondernemingsraad
van de politie overweg kan.
Aan affaires geen gebrek als Peper in 1998 zijn burgemeesterschap
opgeeft om minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
te worden in het tweede kabinet-Kok. En of de duvel ermee speelt
is Peper het ongewilde lijdend voorwerp in een overigens kortstondige
kabinetscrisis over het referendum.
Ook als minister onderscheidt Peper zich als visionair denker en
schrijft hij bespiegelingen over ministeriële verantwoordelijkheid
en over de staatsrechtelijke rol van de Eerste Kamer. Maar het imago
van zijn ministerschap loopt zware averij op met een aanhoudende
stroom van veelal anonieme beschuldigingen over exhorbitant declaratiegedrag
uit zijn burgemeesterstijd. Afwisselend boos en laconiek wacht hij
in die periode op wat komen gaat. Uiteindelijk trekt hij zelf als
eerste zijn conclusies.
|