Van autonomie naar onafhankelijkheid
klik hier om het videofragment te bekijkenVerslag NOS-Journaal  

In 1954 kreeg Suriname door het Koninkrijksstatuut al een voorproefje van de zelfstandigheid: het land kreeg toen de status van autonoom rijksdeel. Men mocht voortaan de binnenlandse zaken zelf regelen. Dit smaakte naar meer, zodat er vanaf 1958 pogingen werden gedaan om de zelfstandigheid uit te breiden. In het statuut was opgenomen dat Suriname zich kon afscheiden van Nederland.

Na de verkiezingen van 1973 begon de creoolse regering Arron te onderhandelen over onafhankelijkheid. Zodra de regering aan de macht was, beloofde deze om de zaak in 1975 te hebben voltooid. Voor velen kwam dit als een verrassing, omdat in het verkiezingsprogramma geen letter over de onafhankelijkheid had gestaan. De hindoestanen, die 17 van de 39 parlementszetels hadden, waren fel gekant tegen dit verlangen om zich los te maken van Nederland. Men vond het veel te snel, het land zou zich nog niet genoeg hebben kunnen ontwikklen tot volwaardige natie. Maar naar de oppositie werd niet geluisterd. Op 25 november 1975 verkreeg Suriname volledige onafhankelijkheid. Jan Pronk, destijds minister voor Ontwikkelingssamenwerking in de regering-Den Uyl, speelde een belangrijke rol bij de onderhandeling.

Den Uyl
Premier Den UylHet Nederlandse kabinet voerde Suriname onder leiding van premier Den Uyl naar de onafhankelijkheid. Den Uyl was erg tevreden over de manier waarop dat was gedaan. Later werd de onafhankelijkheid echter vaak gezien als opgedrongen, tegen de wil van het volk. In Nederland was men blij met de soevereiniteit, onder andere omdat er een onrustig sfeertje hing in Suriname en het wingewest niet meer zo winstgevend was.
klik hier om het geluidsfragment te beluisterenDochter Saskia blikt terug op het Suriname-gevoel van haar vader Den Uyl

Emigratie
Rond de onafhankelijkheid zijn veel Surinaamse migranten naar Nederland gekomen. De overheid maakte het hen makkelijk zich in Nederland te vestigen, zodat de onafhankelijkheid voor sommige groepen acceptabel werd. Dit gold vooral voor veel hindoestanen die tegen de onafhankelijkheid op dat moment waren. Tienduizenden vertrokken dan ook naar Nederland vlak voor de onafhankelijkheid. Na 1975 vond migratie van Surinamers alleen nog plaats om humanitaire redenen en in het kader van gezinshereniging, gezinsvorming en relatievorming.

Ontwikkelingssamenwerking
Bij de onafhankelijkheid heeft Suriname ontwikkelingshulp van 3,5 miljard gulden toegezegd gekregen. Dit geld moest worden besteed aan verschillende projecten, onder toezicht van een Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname (CONS). Hier rezen echter steeds conflicten tussen de drie Nederlandse en de drie Surinaamse afgevaardigden, maar uiteindelijk kreeg de Surinaamse delegatie toch telkens de zin. De Decembermoorden van 1982 leidden tot een onmiddellijke stop op de ontwikkelingshulp. Pas vanaf 1991 kwam de geldstroom weer op gang. Tegen het einde van 1997 ging de geldkraan vanuit Nederland weer dicht omdat de relaties verslechterden.

Hoofdpunten pagina
Overzicht dossiers

Dossier Suriname 25 jaar

Factsheet Suriname

Van autonomie naar onafhankelijkheid

De Decembermoorden

NOS-reportages

Site tips